Glazen plafond dunner aan universiteit

Vrouwen maken iets makkelijker carrière aan de universiteit dan voorheen. Het 'glazen plafond' is dunner geworden, blijkt uit de monitor vrouwelijke hoogleraren, die vandaag verschijnt. Ook aan de TU/e is progressie zichtbaar, maar de laatste plaats in de rangschikking hebben we nog niet verlaten.

Volgens de statistieken is het voor een vrouw over het algemeen moeilijker om carrière te maken dan voor een man. Dat geldt ook in de academische wereld: hoe hoger op de ladder, hoe minder vrouwen. Maar het verschil wordt steeds kleiner, aldus de driejaarlijkse monitor vrouwelijke hoogleraren.

Naar verhouding werken de meeste vrouwelijke hoogleraren aan de Radboud Universiteit Nijmegen (20,6 procent). Leiden en Groningen volgen op de voet met beide 19,2 procent. Maastricht (18,7 procent) en Utrecht (18,2 procent) komen daarna.

Aan de TU/e is slechts 5,7 procent van alle hoogleraren vrouw. Dat is dan weliswaar nog steeds het laagste percentage van alle universiteiten, maar dat zijn er al wel bijna vijf keer zoveel als in 2003, toen de teller bleef steken op 1,5 procent. In het Strategisch Plan 2020 van de TU/e staat als ambitie dat over acht jaar twintig procent van alle hoogleraren vrouw is.

Ook de TU Delft kreeg drie keer zoveel vrouwelijke hoogleraren (9,1 procent) en in Twente (10,2 procent) is hun aandeel meer dan verdubbeld.

Zijn vrouwen eenmaal universitair hoofddocent in Delft, dan maken ze net zoveel kans als mannen om hoogleraar te worden. Van de andere universiteiten komen alleen Groningen en Eindhoven daar dichtbij. Waarbij wel moet worden aangetekend dat de TU/e relatief weinig vrouwelijke uhd's in dienst heeft. Vorig jaar waren dat er slechts vijf.

Uit de monitor blijkt ook dat vrouwen vaker dan mannen in deeltijd werken. Van de vrouwelijke universitair docenten werkt bijna de helft in deeltijd, terwijl dat onder mannen iets meer dan een kwart is. Ook onder de universitair hoofddocenten is het verschil flink: 38 procent van de vrouwen werkt in deeltijd tegen 21 procent van de mannen. Onder hoogleraren is het verschil een stuk kleiner: 35 procent van de vrouwen tegen 31 procent van de mannen bezet de leerstoel in deeltijd.

In Europa hebben alleen België, Luxemburg en Cyprus naar verhouding minder vrouwelijke hoogleraren dan Nederland. Er zijn maar een paar landen die er bovenuit steken, zoals Roemenië, waar 36 procent van de hoogleraren vrouw is. In verreweg de meeste landen blijft het percentage steken op zo'n vijftien à 25 procent.


Deel dit artikel