‘Verplichte toelatingstoetsen moeten gratis’

D66 wil dat studenten niet langer opdraaien voor de kosten van toelatingstoetsen die opleidingen verplicht stellen. “Niet iedereen heeft een vader of moeder die de portemonnee trekt voor een dure test.” Aan de TU/e moeten studenten die een vooropleiding in het buitenland hebben gehad, een Engelse taaltoets hebben gehaald. Daar moeten ze zelf voor betalen.

Voor alle studenten die aan de TU/e willen studeren moet worden vastgesteld of zij voldoen aan de toelatingscriteria van de bachelor- of masteropleiding naar keuze. Voor studenten met een Nederlandse vooropleiding is dat doorgaans eenvoudig vast te stellen aan de hand van bijvoorbeeld het VWO-diploma en het gekozen profiel. Voor studenten met een buitenlandse vooropleiding is een toelatingsproces ingericht.

De Centrale Toelatingscommissie en/of de Facultaire Toelatingscommissie checkt of deze studiekiezers een diploma hebben (dan wel zullen behalen) waarmee zij voldoen aan de toelatingscriteria van de universiteit. Bij studenten uit een niet-Engelstalig land moet bovendien worden vastgesteld of hun Engels voldoende is. Dat kunnen zij aantonen door een internationale Test of English as a Foreign Language (TOEFL) toets, een IELTS-test of door Cambridgde CPE of CAE. De kosten hiervoor komen voor rekening van de studiekiezer. Om een idee te geven van de kosten; voor een IELTS-examen betaal je tussen de 150 en 210 euro - cursusgeld zit daar nog niet bij. 

Als studenten toelaatbaar zijn, kunnen zij meedoen aan de decentrale selectie. De TU/e kent nu vier opleidingen met decentrale selectie en naast de toelaatbaarheidstoets geldt daar een selectieprocedure. Daarbij worden verschillende toetsen ingezet, zoals de Bevertesten bij de bacheloropleiding Technische Informatica en de BMAT-test bij de bacheloropleiding Biomedische Technologie. Het gaat daarbij niet om toelatingstoetsen, maar om de kandidaten te kunnen voorzien van een rankingsnummer gebaseerd op enerzijds hun cijfergemiddelde van hun vooropleiding en anderzijds hun score op de decentrale selectiecriteria. Hiervoor wordt geen extra bijdrage van de student gevraagd.

Rector Frank Baaijens heeft in de universiteitsraadsvergadering in november vorig jaar na vragen van Groep-één aangegeven dat de studenten de kosten niet zelf hoeven te dragen voor de toetsen rond decentrale selectie. Voor de komende twee jaar is in elk geval in die kosten voorzien.

Ook elders in het land moeten aankomende studenten een verplichte toelatingstest doen, die ze zelf moeten betalen. Het gaat bijvoorbeeld om de TOEFL of de Graduate Management Admission Test (GMAT), die verbale, wiskundige en analytische vaardigheden meet. En die toetsen zijn duur: aan studiemateriaal, het examen zelf en een certificaat ben je al gauw honderden euro’s kwijt.

Het zijn vooral studenten uit het buitenland die de toets moeten maken, maar het geldt soms ook voor Nederlanders, zegt Rhea van der Dong, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Bijvoorbeeld bij de Erasmus Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft het idee dat de toetsen steeds vaker verplicht worden, nu meer masters hun studenten selecteren en het aantal Engelstalige opleidingen toeneemt.

Absurd

D66-Kamerlid Paul van Meenen wil dat elke aankomende student dezelfde kansen heeft. “Het is absurd om iemand vijfhonderd euro of meer te laten betalen nog voordat hij of zij überhaupt in aanmerking komt om een opleiding te doen”, zegt hij. “Mensen die het kunnen betalen kunnen de test zo vaak doen als ze willen of bijles nemen. Heb je geen geld, dan heb je pech.” Hij wil dat er snel duidelijkheid komt nu de selectieprocedures weer gaan beginnen.

Het ISO en de Landelijke Studentenvakbond zijn blij met de motie van D66. Ze vragen al langer aandacht voor dit probleem. Vorige zomer startte het ISO nog een meldpunt waar tientallen klachten over onterechte selectiekosten binnenkwamen.

Oud-minister Bussemaker bepaalde een jaar geleden dat opleidingen deze kosten niet meer in rekening mogen brengen en veranderde de wet. “Ik wil voorkomen dat onnodige financiële belemmeringen de studiekeuze beïnvloeden, waardoor getalenteerde kandidaten niet aan een opleiding beginnen. Daarom sta ik niet langer toe dat selecterende opleidingen een eigen bijdrage vragen van kandidaten.”

Toch liet ze ruimte in de wet: haar opvolger kan via een algemeen maatregel van bestuur besluiten dat opleidingen sommige selectiekosten wel degelijk in rekening mogen brengen. Het is de vraag of Van Engelshoven dat gaat doen.

Geen rek

De VSNU vindt niet dat de universiteiten voor de kosten van de toetsen moeten opdraaien. “There is no such thing as a free lunch”, zegt woordvoerder Bart Pierik. “De studentenbekostiging loopt terug, de werkdruk is hoog, er zit bij ons geen rek om deze bedragen voor eigen rekening te nemen.”

Pierik benadrukt dat zo’n toets geen selectie-instrument is, maar een toelatingseis. “Voor sommige vacatures heb je immers ook een rijbewijs nodig. Zo’n toets heeft ook voordelen: niet alleen is het voor de student prettig omdat hij bij de start van de opleiding zeker weet het niveau aan te kunnen, maar ook voor de universiteit omdat deze niet veel tijd en geld hoeft te steken om de studenten bij te spijkeren.”

Desondanks begrijpt hij wel dat de drempel om te gaan studeren voor sommige studenten nu steeds hoger wordt. “We zoeken naar manieren om de kosten te dempen, maar ik kan daar nu nog niet te veel over uitweiden.”

Foto: iStock

Deel dit artikel via je socials