Wat veroorzaakt de dip in exacte profielkeuzes?

Uit een onderzoek van het Kohnstamm Instituut blijkt dat een aanzienlijk deel van de pabo-studenten een diploma behaalt terwijl hun docenten vinden dat ze qua Nederlands en wiskunde eigenlijk niet startbekwaam zijn. Worden basisschoolleerlingen daardoor onvoldoende in deze vakken geschoold? En kan dat mede een verklaring zijn voor de terugloop van het aantal middelbare scholieren dat een exact profiel kiest, wat ongunstig is voor de TU’s?

door
foto Steex / iStock

Hebben pabo-studenten met onvoldoende kennis over wiskunde een effect op het teruglopen van de keuze voor technische profielen door middelbare scholieren? Jan van der Veen, hoogleraar aan de Eindhoven School of Education (ESoE), noemt het een interessante vraag, “maar het is denk ik moeilijk te bewijzen dat het zo werkt, de keten is best lang en kent vele aannames. Ook zijn er meerdere factoren zoals het teruglopende aandeel academisch opgeleide docenten in de bovenbouw van de middelbare scholen. Hier hebben de bèta-decanen aandacht voor gevraagd en universiteiten zien dit als een groot knelpunt waar ze iets mee moeten. Als het goed is gaan de rectores magnifici daar deze maand ook nog een speciale prioriteit van maken.”

Wat Van der Veen ook heeft zien gebeuren is dat door het succes van eerdere bèta/techniek-campagnes men de aandacht daarvoor weer even wat heeft teruggeschroefd. “Nu de profielkeuzes wat terugzakken wordt het weer opgepakt, onder andere door aan te haken bij groeifonds-initiatieven.”

ESoE heeft volgens Van der Veen zelf net twee grote subsidies binnengehaald, elk 550.000 euro groot, voor nauwe samenwerkingsprojecten met scholen in de regio. “Ook investeren we in het vak Natuur, Leven en Technologie (NLT) dat binnenkort ook in de onderbouw wordt gegeven. Want dat is de leeftijd dat je in beeld moet komen met interessante studies en beroepsperspectieven. Daarna is het ‘elke leerling op de goede plek’ helpen, maar onze mooie opties nooit in beeld krijgen dat kan natuurlijk niet.”

Zorgen

Minister Robbert Dijkgraaf liet vorige week weten zich ernstig zorgen te maken over het lage taal- en rekenniveau van scholieren én van pabo-studenten. De pabo’s proberen hen bij te spijkeren, maar mede door het overladen lesprogramma zou dat maar mondjesmaat lukken.

Gelet op het grote belang van goed taal- en rekenonderwijs adviseerde de Onderwijsraad, in wiens opdracht het Kohnstamm Instituut het onderzoek uitvoerde, om voor deze vakken een landelijk verplichte eindtoets in te voeren bij de pabo’s en de tweedegraadslerarenopleidingen Nederlands en wiskunde.

Zo ver lijkt Dijkgraaf voorlopig niet te willen gaan, maar er moet wel iets gebeuren. In een reactie op een artikel hierover in het AD had hij al laten weten dat “de lat bij de pabo’s omhoog moet” en tijdens een debat in de Tweede Kamer lichtte hij kort toe hoe dat eruit gaat zien. Met de pabo’s en de scholen heeft hij in december afgesproken dat ze opnieuw gaan kijken wat een beginnende leraar moet kennen en kunnen. Ook de kennistoetsen van de opleidingen zullen beter op elkaar worden afgestemd.

Bovendien komt er een landelijk ‘curriculumberaad’ waarin de pabo’s samen met de scholen en het ministerie bespreken wat er inhoudelijk nodig is om de opleidingen te verbeteren. Dijkgraaf hoopt dat de verschillen tussen de pabo’s daardoor kleiner zullen worden.

Deel dit artikel