TU/e boort vierde geldstroom aan met particuliere fondsenwerving: “Alleen een tranentrekkend verhaal werkt niet”

TU/e boort vierde geldstroom aan met particuliere fondsenwerving: “Alleen een tranentrekkend verhaal werkt niet”

14 oktober 2016

De enorme donaties die grote Angelsaksische universiteiten als Harvard, Oxford en MIT al decennialang binnenhalen, liggen voor de TU/e buiten bereik. Maar na enkele pogingen in het verleden gaat de universiteit nu serieus werk maken van particuliere fondsenwerving. Die vierde geldstroom moet de TU/e minder afhankelijk maken van de drie andere stromen. Daar valt de komende jaren weinig groei te verwachten. De Eindhovense universiteit betreedt hiermee een tamelijk nieuw speelveld en heeft er een driekoppig team op gezet dat zich volledig op deze zogeheten philanthropic funding gaat richten. Karen Ali, voormalig directeur van STU, geeft er sinds kort leiding aan.

Kort na zijn aantreden in april 2014 had collegevoorzitter Jan Mengelers een bijeenkomst met zijn drie collegavoorzitters van de EuroTech Universities. Zijn Zwitserse collega Patrick Aebischer van EPFL stelde hem met oprechte belangstelling de vraag: ‘En Jan, hoeveel miljoen doe jij?’. Lachend vertelt Mengelers dat hij in de veronderstelling verkeerde dat Aebischer informeerde naar de totale begroting van de TU/e, maar dat was niet het geval. “Hij wilde weten welk bedrag wij in Eindhoven wisten binnen te halen met philanthropic funding. Ik moest bekennen dat die som waarschijnlijk op nul euro uitkwam. Hij vertelde me dat zijn universiteit zo’n honderd miljoen euro wist op te halen en dat ook hij vijftien jaar geleden aan het begin van dat traject was weggezet als een fantast. Die zuinige Zwitsers zouden echt niet met geld over de brug komen. Dat blijkt dus heel anders te zijn uitgepakt.”

Voor Mengelers was het de eerste keer dat hij op dit vlak geprikkeld werd om er serieus over na te denken. “We moeten inzien dat onze eerste geldstroom, het bedrag dat we direct van het ministerie ontvangen, in de toekomst zeker niet zal toenemen”, vertelt Mengelers. “Dat is slecht nieuws in een tijd waarin onze studentenaantallen toenemen en we veel ambities hebben. Ook bij de tweede en derde geldstroom, waar we nu jaarlijks zo’n honderd miljoen ophalen, verwacht ik de komende jaren geen sterke groei. Dus moeten we een vierde geldstroom aanboren, zodat we minder afhankelijk zijn van schommelingen en onzekerheden binnen die drie andere geldstromen.”

Daarnaast laten met name universiteiten uit Angelsaksische landen al decennialang zien hoe succesvol fondsenwerving kan zijn. Mengelers: “Die kans hebben we hier aan de TU/e in al die jaren niet gegrepen. Dat heeft mijns inziens twee redenen. Het schenken van geld aan je vroegere universiteit zit niet echt in het dna van de Nederlander en belastingtechnisch zijn de mogelijkheden tot het doen van giften hier ook niet echt aantrekkelijk.”

De universiteit als ‘goed doel’

Herman van Hoeven, vanuit het Innovation Lab toegevoegd aan het team, vult aan: “De Nederlander vindt al snel dat alles wat aan de universiteiten gebeurt maar met gemeenschapsgeld betaald moet worden. Dat er aanvullende financiering nodig is, realiseert men zich vaak niet, want een universiteit staat niet als een goed doel bekend.”

Mengelers is er niet direct op uit om zijn universiteit nu als een goed doel te profileren. “We moeten middels concrete projecten proberen met allerlei groeperingen relaties aan te knopen. Niet enkel met het bedrijfsleven, maar ook met individuen en maatschappelijke instellingen. Daarmee moeten we een soort partnering opbouwen, waarbinnen we gezamenlijk een vooraf geformuleerde droom willen realiseren. Wij doen dat vanuit een technisch perspectief, de donerende partner omdat die het verlangen heeft iets te willen betekenen voor de mensheid. Bij het leggen en het onderhouden van die verbintenissen ligt straks de crux. Met een tranentrekkend verhaal de boer op gaan en dan direct de collectebus onder iemands neus duwen, werkt niet.”

Gaat de TU/e straks met elke gulle gever in zee? Mengelers: “Ik zou willen dat die verleiding er nu al was in de vorm van een lange rij donateurs met ieder een dikke zak geld. Maar dat gaan we niet doen, dan worden we een soort toverbal, waar iedereen even aan mag likken en die voortdurend van kleur verandert. We zullen eerst zelf specifiek moeten benoemen welke dromen wij denken te kunnen gaan waarmaken en op basis daarvan moeten we dan de mogelijke partners erbij zoeken en die benaderen. Het wordt zeker niet: wie betaalt die bepaalt.”

“Er komt hier zeker geen grote doos te staan, waar dromen willekeurig in gestort kunnen worden”, zegt directeur Karen Ali. “De donateur en de universiteit kijken gemeenschappelijk wat er gerealiseerd kan worden en hoe dat het beste kan plaatsvinden.”

Eerst friendraising, dan pas fundraising

Belangrijk is nu dat de universiteit ook serieus aan de slag gaat met het aanknopen van een gedegen relatie met haar bijna 40.000 alumni, waarvan er zo’n 30.000 in het databestand zitten. Volgens Mengelers wordt er op dit moment al hard aan gewerkt om daar een mooi netwerk van te maken, “maar we gaan zeker niet de recent afgestudeerden direct bestoken met een blanco cheque. Dat opbouwen van relaties kost tijd, maar uiteindelijk hopen we wel dat het uitmondt in meer. Een alumnus kan ook net degene zijn die voor ons een deur opent naar een goede doelen instelling, of naar een individueel persoon die bereid is te doneren.”

Om maar duidelijk te zijn: het wordt een project van de lange termijn, vertelt Mengelers. “We gaan het nu eerst goed neerzetten, maar ik verwacht niet dat ik daar tijdens mijn voorzitterschap nog de vruchten van ga plukken. De eerste twee jaar zal er vooral sprake zijn van friendraising, maar onze ambities reiken zeker verder. Op dit moment zijn we de relatie met onze alumni langzaam aan het opkweken, bijvoorbeeld door ze uit te nodigen voor het graveren van hun naam in onze Alumni Avenue. Bijna elke alumnus heeft goede herinneringen aan zijn tijd hier, aan zijn studievrienden en zijn vakgroep, maar als ze hier vertrokken zijn, besteden we nauwelijks meer aandacht aan ze. Daar gaan we hard aan werken, want alleen al met een jaarlijkse donatie is dit voor ons een zeer belangrijke groep.”

Het schenken van middelen voor het neerzetten van een gebouw is in de Verenigde Staten ook een geliefde methode voor alumni of bedrijven om op de campus iets blijvens achter te laten. Ziet Mengelers dat op termijn ook als een mogelijkheid voor de TU/e? “Ik sluit niets uit. Kijk naar de Technische Universiteit Mϋnchen, daar stak BMW tien miljoen euro in het gebouw voor Advanced Study en werd hun aula omgedoopt tot AUDI-torium, en de EPFL heeft het Rolex Learning Center. Waarom zou hier niet ooit een ASML-gebouw kunnen verrijzen?”

De samenwerkingsverbanden die de TU/e op dit moment al heeft met diverse bedrijven, wil Mengelers niet rekenen tot het nu gestarte initiatief tot fondsenwerving. “Maar onlangs was pensioenfonds ABP bij ons op bezoek om zicht te krijgen op enkele van onze onderzoeksprojecten. Dat soort partijen zijn interessant voor ons. Het TU/e Innovation Lab werkt momenteel samen met de vergelijkbare labs in Delft, Twente en Wageningen een plan uit om bij dit soort organisaties seed capital los te krijgen voor start-ups die de eerste fase van hun ontwikkeling al voorbij zijn. Voor het ABP is het een mooie gelegenheid om zo te laten zien dat ook zij binnen Nederland hun maatschappelijk verantwoordelijkheid nemen. De publieke opinie en de overheid spreekt ze daar ook op aan: investeer in de toekomst en in innovatie. Over een paar weken halen we die contacten weer aan.”

Innovation Space als kraamkamer

Wat zijn voor de TU/e inspirerende voorbeelden? Mengelers: “Dan moet je denken aan Harvard en MIT. Die halen jaarlijks onvoorstelbare bedragen op. Bij die laatste universiteit bestaat het Media Lab, een plek waar studenten kunnen experimenteren over de grenzen van de disciplines heen. Wij zijn bezig met het opzetten van iets vergelijkbaars, de Innovation Space. Dat moet een kraamkamer worden voor spannende en innovatieve zaken. Daar gaan we ook een fysieke locatie voor inrichten. Bij MIT is dat ondergebracht in een enorm gebouw, waar de harde bѐta’s min of meer samensmelten met de meer creatieve geesten, zeg maar onze ID’ers. Media Lab heeft een omzet van zestig miljoen dollar en dertig miljoen daarvan komt van bedrijven, die jaarlijks 250.000 dollar storten, enkel om hier deel van uit te kunnen maken. Daar zijn verder geen voorwaarden aan verbonden. De rest wordt opgehaald met hun projecten. Onze studententeams van de toekomst zullen we daar gaan onderbrengen.”

Het team Particulieren Fondsenwerving van de TU/e: v.l.n.r. Herman van Hoeven, Karen Ali, Edith Snelders en Jan Mengelers. Foto | Bart van Overbeeke

Het team Particuliere Fondsenwerving, dat nu uit drie mensen bestaat - vanuit het CEC is Edith Snelders er ook aan toegevoegd - hoeft het niet alleen te doen. “We gaan ons op dit vlak ook laten adviseren door een bedrijf dat al veel ervaring heeft op dit vlak: het Amsterdamse bureau Nassau. Die hebben op dit vlak al diverse grote projecten gedaan, onder meer een succesvolle samenwerking met Wageningen.” Dit bureau zal volgens Karen Ali vooral in het begin het team bijstaan met advies. Ali: “Maar wij zullen het daadwerkelijke werk gaan doen. Wij zullen die relaties moeten leggen, dat moet je niet door een externe bureau laten doen.”

Volgens Mengelers kijken decanen en hoogleraren verwachtingsvol tegen dit initiatief aan. “Maar we verwachten van deze groep ook dat ze acte de presence geven als we een beroep op ze doen. Richting buitenwereld opereren we straks vanuit een loket, binnen de organisatie verdelen wij de aanvragen die binnenkomen.”

Het Universiteitsfonds Eindhoven (UFe), een stichting met de zogeheten ANBI-status, waardoor bijvoorbeeld over schenkingen en erfenissen geen belasting betaald hoeft te worden, zal bij dit initiatief een belangrijke rol gaan vervullen. Volgens Mengelers lopen op dit moment de gesprekken met het bestuur van het UFe over de vraag of dat fonds dan anders ingericht moet worden, of de statuten aangepast moeten worden en hoe het toezicht dan geregeld moet worden.

Financiële doelen zijn er voorlopig nog niet gesteld. Voor de nieuwe directeur Karen Ali was dat ook een belangrijke voorwaarde om met deze klus aan de slag te gaan. Ze noemde het eerder op de site van Cursor al een uitdagende nieuwe baan, die zeker raakvlakken heeft met haar vroegere functie bij STU. Op internationaal gebied was ze daar onder meer verantwoordelijk voor het aanknopen en onderhouden van relaties met buitenlandse instellingen. Ali: “Elke instelling steekt anders in elkaar en heeft een eigen cultuur, en vraagt dus om een eigen unieke aanpak. Met toekomstige donateurs zal het niet anders zijn. Ook daar moet je kijken hoe zo’n persoon in elkaar zit, in welke levensfase iemand zich bevindt en dan onderzoeken of er binnen de universiteit iets te vinden is dat daarop aansluit.”

Waar wil de TU/e over vijf jaar staan qua fondsenwerving? “Ik ben daar wat realistischer tegenaan gaan kijken, na door bureau Nassau te zijn bijgepraat over hun ervaringen met Wageningen”, vertelt Mengelers. “Daar werd ooit geroepen: ‘We willen honderd miljoen binnenhalen in tien jaar. Dat werd teruggebracht tot vijftien miljoen en dat hebben ze uiteindelijk gerealiseerd in drie tot vijf jaar. Laat dat voor ons ook het streven zijn. Mijn opvolger zal hier echter pas de vruchten van plukken.”


Nassau Fundraising: Op zoek naar het juiste palet voor een unieke TU/e-aanpak

Vera Peerdeman is oprichtster en senior consultant van Nassau Fundraising, het Amsterdamse bureau dat het team van de TU/e gaat bijstaan met advies. Haar bureau begeleidt organisaties die al een jarenlange traditie hebben met fondsenwerving, zoals de bekende goede doelen, maar ook organisaties voor wie fondsenwerving nieuw is. “Elke organisatie staat weer voor andere uitdagingen, dat houdt ons werk elke dag weer interessant”, aldus Peerdeman.

Op de vraag of een technische universiteit om een andere aanpak vraagt dan een algemene universiteit, zegt ze: “Er zullen vast en zeker nuances zijn in de wijze waarop je de filantropische boodschap uitdraagt. Zo heb ik nu al geleerd dat de TU/e bij wijze van spreken alles op één A4’tje communiceert. Met andere woorden: kort, bondig en to-the-point. Daar zullen we rekening mee houden.” 

Het samenstellen van het juiste palet van wervingstechnieken is nu de belangrijkste eerste stap. “Je kunt kiezen uit veel verschillende technieken”, zegt Peerdeman, ”maar welke past of passen het beste bij de TU/e? Vervolgens is het zaak een strategie uit te tekenen die past binnen de voorwaarden van fondsenwerving, maar vooral ook binnen de cultuur van TU/e. Mensen moeten zich thuis voelen bij de uitingen en erdoor geïnspireerd raken. Het is tevens belangrijk om de plannen te toetsen. Bij interne stakeholders, maar ook bij de alumni. Vinden zij het aansprekend en haalbaar, hebben ze tips en adviezen, hoe kunnen we het laten werken?”

Met de Wageningen University boekte Nassau in het verleden mooie resultaten. Kan de TU/e daar haar voordeel mee doen? ”Het succes was inderdaad groot, maar dat was Wageningen. Het is geen kwestie van copy-paste en je hebt hetzelfde resultaat. We gaan samen met het team van de TU/e kijken welke aanpak en ambitie goed aansluit bij deze universiteit en we zullen ons daarbij laten inspireren door Wageningen en andere succesvolle campagnes. Vervolgens moet dit leiden tot een unieke TU/e-aanpak.”


Marina van Damme-beurs

Winnaressen van de Marina van Damme-beurs

De Marina van Damme-beurs, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een Delftse, Twentse en Eindhovense alumna, mag je sinds november 2015 beschouwen als een legaat van de naamgeefster. Toen ondertekende ze aan de drie TU’s een overeenkomst waarin werd vastgelegd dat de beurs nog tot het jaar 2038 zal worden uitgereikt.

De beurs valt toe aan de vrouwelijke ingenieur die het beste voorstel heeft ingediend om met een bedrag van 9.000 euro een belangrijke stap in haar carrière te zetten. Er zijn ook twee aanmoedigingsprijzen van 1.000 euro. Dat betekent dat Van Damme voor de TU/e al een bedrag van 253.000 euro heeft gereserveerd om de komende 23 jaar de beurzen nog te laten uitreiken. Met de ondertekening in november werd de beurs daarmee het grootste legaat dat de TU/e ooit heeft ontvangen.


De universitaire geldstromen

De inkomsten van de Nederlandse universiteiten worden traditioneel opgedeeld in drie geldstromen. Onder de eerste geldstroom wordt de bijdrage van het rijk verstaan, een zogeheten lumpsum waaruit de universiteit salarissen van medewerkers en infrastructuur bekostigt. De rijksbijdrage is opgedeeld in een onderwijsdeel (een basisfinanciering plus een bedrag afhankelijk van het aantal studentinschrijvingen en diploma’s) en een onderzoeksdeel (weer een basisbedrag plus een bijdrage afhankelijk van diploma’s en promoties). Daarnaast worden ook de collegegelden wel onder de eerste geldstroom geschaard.

De tweede geldstroom bestaat uit onderzoeksfinanciering van NWO en de KNAW waarvoor onderzoekers en instellingen de competitie aan moeten gaan met hun collega’s in Nederland. Vergelijkbare financiering van de Europese Unie en het Ministerie van Economische zaken valt weer onder de derde geldstroom, net als contractonderzoek en bijdragen uit collectebusfondsen (zoals de hartstichting of KWF kankerbestrijding). Dat laatste kan uiteraard gezien worden als vorm van ‘philanthropic funding’, een manier van financieren die door haar afwijkende karakter wellicht beter als vierde geldstroom kan worden bestempeld.

De geldstromen van de TU/e in 2015

Eerste-geldstroom:
Rijksbijdrage: 188,7 miljoen
College- en examengelden: 23,3 miljoen

Tweede- en derde-geldstroom:
‘Werk in opdracht van derden’: 95,7 miljoen (feitelijk de tweede, derde en ‘vierde’ geldstroom): opgedeeld in nationale overheden: 23,6 miljoen, internationale overheden (EU): 29,2 miljoen, NWO/KNAW: 15,5 miljoen; overige non-profit: 8,3 en bedrijven etc.: 19,1 miljoen.
(Bron: Jaarverslag TU/e)


Belastingvoordeeltjes voor gulle gevers

Om liefdadigheid te bevorderen genieten gulle gevers aan erkende goede doelen (zoals universiteiten) allerlei belastingvoordelen. Vooral structureel schenken is voordelig: als je notarieel laat vastleggen dat je minimaal vijf opeenvolgende jaren een bepaald bedrag schenkt, dan is dat bedrag volledig aftrekbaar van de belasting. Bij een inkomstenbelasting van 52 procent betekent dit dat je ruim de helft van het geschonken bedrag terugkrijgt.

Voor eenmalige giften gelden strengere regels. Alleen het bedrag tussen 1  en 10 procent van het verzamelinkomen is aftrekbaar. Alles daarboven en daaronder niet. Ook giften in natura (een wetenschappelijke bibliotheek bijvoorbeeld) zijn op vergelijkbare wijze aftrekbaar, waarbij wordt uitgegaan van de marktwaarde van de goederen. Daarnaast mag bij een erfenis de nalatenschap worden ingezet om de erfbelasting te voldoen; in dat geval wordt twintig procent bovenop de marktwaarde gedaan. Dit om het schenken aan ‘de wetenschap’ aantrekkelijker te maken dan het veilen van de geërfde goederen.


Geven voor de wetenschap in Nederland en elders

In 2013 werd in Nederland ruim 4,3 miljard euro geschonken aan goede doelen. De categorie ‘onderwijs en onderzoek’ komt er bekaaid af met 208 miljoen euro. Ter vergelijking: aan religieuze instellingen werd in dat jaar bijna 1 miljard gedoneerd. Bovendien gaat van bovengenoemd bedrag maar een deel naar universiteiten; ook basis- en middelbare scholen vallen namelijk onder de noemer ‘onderwijs en onderzoek’.

De gegevens komen uit een rapport van het Centrum voor Filantropische Studies van de Vrije Universiteit. Volgens hoogleraar René Bekkers, directeur van dit Amsterdamse expertisecentrum, zijn zowel nationaal als internationaal eigenlijk geen betrouwbare cijfers bekend over giften aan universiteiten. In Nederland gaat het echter niet om veel geld. “Het ministerie vraagt niet van universiteiten dat ze deze bedragen apart registreren; dat geeft al aan dat het om kleine bedragen gaat.” Ook aan de TU/e vallen eventuele giften in het jaarverslag onder de zeer brede noemer ‘werk in opdracht van derden’.

Hoewel ook de cijfers van buiten de landsgrenzen dus met enige voorzichtigheid benaderd moeten worden, lijkt wel duidelijk dat met name in de Verenigde Staten de universiteiten beduidend meer inkomsten hebben uit giften. In 2013 zou het gaan om zo’n dertig miljard dollar voor de universiteiten als geheel - hoewel een ander rapport rept van ‘slechts’ vier miljard dollar voor wetenschappelijk onderzoek in het bijzonder. Voor Groot-Brittannië worden voor diezelfde periode bedragen genoemd van 700 miljoen pond per jaar - wederom voor de universiteiten als instelling en niet specifiek voor onderzoek. Hoezeer filantropie in de Amerikaanse cultuur is verankerd, wordt geïllustreerd door de gift van 70 miljoen dollar die muziekproducenten Jimmy Lovine en Andre Young (beter bekend als Dr. Dre) enkele jaren geleden samen schonken aan de Universiteit van South California.

Met de nieuwe ambities van de TU/e maken volgens expert Bekkers nu alle Nederlandse universiteiten werk van fondsenwerving, met zijn eigen Vrije Universiteit samen met de TU/e als laatste. “Terwijl de VU in 1880 nota bene is opgericht met behulp van filantropie.” Vanaf de jaren dertig spaarden meer dan 100.000 gereformeerde huisvrouwen jarenlang centen en stuivers in de zogeheten VU-busjes voor ‘hun’ Vrije Universiteit in Amsterdam.

Meest gelezen

Volop bekijks met rijdend bierkratje

Technische Natuurkunde wacht stevige reorganisatie

Solar Team Eindhoven royaal aan kop in Australië

CLMN UR | Collegegeldvrij besturen

TU/e-brandweer opnieuw beste van de regio