door

CLMN | Schatgraven in de nieuwe wereld

22/10/2014

Tijdens de DDW (Dutch Design Week) heeft de VPRO onder bovenstaande titel opnamen gemaakt van de vindingrijkheid en creativiteit van veelal jonge ontwerpers en ingenieurs. Een titel met een ingebakken spanning en tegenstelling, zoals die in elke kunstige vondst moet zitten. Schatgraven duidt op het zoeken en hopelijk vinden van iets waardevols uit het verleden. De nieuwe wereld is een verwijzing naar een hoopvolle toekomst.

De stelling van DDW-directeur Martijn Paulen dat het Oude Westen krakend en kreunend tot stilstand komt, gezien alle recente crises en neerwaartse trends, en dat de vlucht voorwaarts moet komen van de nieuwe creaties van 2.400 designers die tijdens de DDW aan 400 journalisten en honderdduizenden bezoekers hun werken tonen, is misschien aantrekkelijk, maar toch enigszins kortzichtig. De denkbeelden en essentiële waarden van Socrates, Aristoteles, Descartes, Spinoza zijn nog steeds van toepassing en hebben niet aan kracht ingeboet. De academische kracht van Europa mag er nog steeds zijn. Wel is een aantal maatschappelijke instituties en samenlevingspatronen ernstig aan revisie toe omdat de transparantie van de ‘connected world’ en de wereldwijde beschikbaarheid van kennis een omwenteling van ons maatschappelijke bestel inluiden.

Deze dualiteit van behoud van vertrouwde waarde en de sensatie van vernieuwende verandering overvalt me als ik naar modern design kijk en de wereld eromheen ervaar. In de aanloop naar de DDW hebben veel TU/e’ers zeer hard gewerkt om hun bijdrage gereed te hebben. De manier waarop alles níet volgens plan verliep, ontlokte mij de uitspraak: “De voorbereiding maakt een ‘flexotische’ indruk op mij”. Met deze scepsis begon ik aan deze week waar ik bij verschillende gelegenheden volledig ondergedompeld zou worden in de bruisende smeltkroes van de DDW.

Mijn indrukken en de overpeinzingen variëren van zelfbevestiging dat een deel van het getoonde niet indrukwekkend genoeg is om lang bij stil te staan tot met open mond verrassende verbazing: ‘hoe kom je er op!’.

Zo vind ik het geweldig om een kledingontwerp van Leonie Tenthof van Noorden te zien: een optelsom van design, 3D-technieken, patroonontwikkeling door mathematische generatieve algoritmen en lasersnijtechniek. Of de ambulance-drone. Slechts twee voorbeelden van vele die in ‘Mind the step’ te zien waren. Of om ergens anders een iglo van kartonnen dozen binnen te treden met  een ingenieus systeem van elektromotortjes, draadjes en balletjes die een lawine van aangename roffels veroorzaken. Maar ook het volslagen nutteloze kan boeien. Een low production factory voor popcorn in het Van Abbemuseum. In een ingenieuze constructie wordt één enkele  maiskorrel en de gedoseerde druppel suikerstroop  tot één popcorn gebakken.

Ik moet toegeven dat, van de kleine selectie die ik gezien heb, vooral díe ontwerpen waarin een verrassende vondst, een esthetisch mooi ontwerp en een toepassing van moderne technologie samengaan, mij het meest fascineren. Misschien zegt dat iets over mijzelf.

Maar misschien ook weer niet verwonderlijk voor de bestuursvoorzitter van een Technische Universiteit. Want is zo’n smeltkroes van jeugd, creativiteit, oorspronkelijk denken, technologie en toepassingsgerichte innovatie niet precies wat de TU/e wil zijn?

De jeugd heeft de toekomst en de Dutch Design Week is daarvan inmiddels een wereldvermaard voorbeeld aan het worden.

Deel dit artikel