Illustratie | Sandor Paulus
door

Tussen de oren | Give me a break!

16/04/2018

De meest succesvolle manier om stress op te wekken in een psychologisch experiment is de Trier Social Stress Task. Participanten krijgen kort de tijd om zich voor te bereiden en vervolgens moeten zij een presentatie houden tegenover een jury. De juryleden stralen uit dat zij niet onder de indruk zijn door middel van fronsen, nee schudden, en negatieve verbale uitingen.

Dit maakt mensen niet alleen subjectief gespannen, ook alle objectieve signalen - hartslag, klam zweet, productie van stresshormonen - wijzen erop dat de spreker het moeilijk heeft en alle zeilen moet bijzetten om overeind te blijven.

Dickerson en Kemeny ontleedden in 2004 de kenmerken die deze, en vergelijkbare taken zo stressvol maakt: de oncontroleerbaarheid en de sociaal-evaluatieve dreiging. In gewoon Nederlands: het feit dat je dreigt te falen in de ogen van anderen en daar bovendien geen grip op hebt. Dat de Trier-taak sterker is dan (dreiging met) fysieke pijn of tijdsdruk zegt veel over ons: mensen zijn een sociaal soort en de afkeuring van anderen raakt ons in het diepst van ons wezen.

Extra feedback

Ik moest hieraan denken toen ik hoorde van het knoppen-experiment in collegezaal 6. In de nieuwe toepassing dienen de in vergetelheid geraakte knoppen om aan de docent aan te geven dat het college lang genoeg geduurd heeft en het tijd wordt een pauze in te lassen. De docent ziet een cumulatief aantal op het scherm verschijnen en mag daarmee doen wat hij/zij wil. Topidee toch? De docent krijgt extra feedback, maar behoudt het recht door te zetten tegen de groepsdruk in.

Nou, niet dus. Als spreker voor een zaal - student of docent, ervaren of onervaren - stel je je altijd kwetsbaar op. Tenzij de vlekken in de nek van de spreker letterlijk zichtbaar zijn, zijn luisteraars zich hier lang niet altijd van bewust, maar je hebt heel wat te verliezen voor zoveel sociale ogen: respect, acceptatie, groepslidmaatschap.

Sommige sprekers kunnen of durven hun publiek niet eens in de ogen te kijken. Anderen die dat wel doen, zijn bewust en onbewust voortdurend hun publiek aan het peilen. Ik kijk naar ogen, gezichtsuitdrukkingen, armbeweging. kijken ze naar mij of naar hun telefoon? Zie ik interesse of afkeuring? Zie ik knikken of knikkebollen?

Give THEM a break!

Positieve signalen kunnen motiverend werken, negatieve maken dat je een tandje bijzet, of zelf net zo hard naar de pauze verlangt. Maar geen enkele spreker is gebaat bij een expliciet sociaal signaal dat alleen maar negatief kán zijn. In het gunstigste geval zijn ze onnodig - want ik heb aan honderden impliciete signalen allang gezien dat het tijd is. In het ongunstigste geval dragen ze bij aan de toch al hoge spanning van een verlegen of onzekere spreker, en daar wordt het verhaal niet beter van. Een beetje mededogen en respect voor de dappere zielen voor een zaal graag: give THEM a break!

Yvonne de Kort, hoogleraar Omgevingspsychologie bij Human-Technology Interaction

Deel dit artikel via je socials