door

Tussen de oren | Ontsnappen uit de nerd-bubble

17/12/2018

Voordat ik bij de TU Eindhoven begon als promovendus was ik korte tijd programmeur. In de jaren negentig van de vorige eeuw lagen de onderzoeksbanen voor een net afgestudeerd psycholoog niet voor het oprapen, en ook mijn achtergrond in de kunstmatige intelligentie hielp toen, midden in de winternacht van AI, niet echt.

Werkeloos thuis gaan zitten was ook geen optie, vond ik, dus ging ik als junior systeemanalist aan de slag bij een kleine ICT-detacheerder, inmiddels opgeslokt door PinkRoccade. Compleet met een klein rood lease-bakje en 100 gulden voor een stropdas en een jasje, werd ik eropuit gestuurd om her en der stukjes code te kloppen.

Mijn werkplek was een cubicle, een soort nerd-bubble met werkstation, ingesloten tussen 3 manshoge witte schotten, die de meeste mensen zullen herkennen uit de onvolprezen Dilbertstrips. Eerlijk gezegd niet de meest motiverende werkomgeving, wat nog werd verergerd door de vrijwel volledige afwezigheid van vrouwen. De paar vrouwen bij dit bedrijf werkten, cliché maar waar, als secretaresse of personeelsfunctionaris, maar als programmeur of manager kwam ik ze niet tegen. Nu gaf ik ze indertijd geen ongelijk, deze afwezige vrouwen. Er zijn spannender dingen in het leven dan het Y2K-probleem (jawel, mensen, eind jaren negentig maakten we ons hier druk over) of het upward-compatible maken van legacy systemen van banken of overheid.

Ontsnapt uit de cubicle

Maar de tijden veranderen, en snel. Ict is uit de cubicle ontsnapt en zit inmiddels in alle haarvaten van onze maatschappij en ons dagelijks leven. In de twintig jaar die tussen mijn programmeerbaantje en mijn hoogleraarschap liggen, zijn Google, Facebook, Youtube, Twitter, Wikipedia, Netflix, Amazon, AirBnB, Alibaba, Tinder en Uber ontstaan. Apple lanceerde de iPhone, en AI is helemaal terug uit de winterslaap dankzij een gelukkig huwelijk tussen machine learning en big data. Er is vrijwel geen innovatie of service meer denkbaar waar computers geen integraal deel van uitmaken, en dit is bepalend voor hoe we met elkaar omgaan, hoe we onze mening vormen, hoe we shoppen, hoe we werken, onszelf ontspannen, elkaar tegenkomen, en hoe we ontdekken, leren, en studeren.

Onze maatschappij wordt niet gemaakt door politici maar door programmeurs: hackers en whiz kids, digitale artiesten en app developers, data miners en game designers. Allemaal zetten ze een steeds groter stempel op onze belevingswereld. Het aandeel vrouwen hierin is echter nog steeds bedroevend laag, en dat is inmiddels een serieus probleem waar we urgent iets aan moeten doen. Waarom? Vier redenen.

Leuker met vrouwen

Ten eerste kijken we naar technologie om problemen op te lossen. Een grotere diversiteit in perspectieven zorgt voor betere oplossingen. Simpel. Ten tweede wordt technologie niet slechts gebruikt door de mannelijke helft van de bevolking. Vrouwelijke wensen worden beter bediend door mensen die vertrouwd zijn met het vrouwelijk perspectief. Hmmm, wie zouden we daar voor kunnen vragen? Ten derde, een tekort aan diversiteit (in gender, maar ook in ras, cultuur, etc) leidt ongewild en vaak onbewust tot de technologische verankering van waardes en (voor)oordelen die heel specifiek zijn voor onze mannelijke nerd-bubble, maar niet noodzakelijkerwijs een faire afspiegeling zijn van een rijk geschakeerde maatschappij.

Een gezond hightech ecosysteem kan niet bloeien als slechts een kleine subset van de populatie is betrokken bij het ontwikkelen van producten en diensten die ons allemaal raken. Ten vierde, en dit is een argument dat ik mede namens de gezamenlijke directies van Philips, NXP, ASML en onze eigen TU/e durf aan te voeren: zonder vrouwen missen we de helft van ons arbeidspotentieel in hightech industrie en wetenschap - een aderlating die we ons niet kunnen veroorloven.

En, tussen ons gezegd en gezwegen: ik vind mijn werk ook eigenlijk gewoon veel leuker met vrouwen op de werkvloer. Er wordt beter gecommuniceerd, er is meer aandacht voor elkaar, ik durf zelf ook meer mijn eigen “vrouwelijke” kwaliteiten te benutten, en de sfeer in de groep als geheel gaat er op vooruit. Ik ben niet voor niets twintig jaar geleden uit die cubicle gestapt.   

Wijnand IJsselsteijn | hoogleraar Cognition and Affect in Human-Technology Interaction

Deel dit artikel via je socials