Illustratie | Sandor Paulus
door

Tussen de oren | Wie - waar, wat - ben ik?

06/06/2018

Heel regelmatig bedenk ik bij het tandenpoetsen dat ik iets vergeten ben, of mogelijk ga vergeten in de ochtend. Om te voorkomen dat dat inderdaad het geval is, zet ik dan een willekeurig object uit de badkamer bij de trap naar beneden. Gerust op het gegeven dat ik daar morgen over struikel in de ochtendroutine kan ik rustig gaan slapen - mijn geheugen heeft een tastbaar steuntje gekregen.

Fysieke objecten dienen vaak ons geheugen - prospectief, zoals ik hierboven beschreef, om ons te herinneren aan iets dat gebeuren moet, maar veel vaker nog retrospectief. Een foto, een tas, een stuk speelgoed - aan veel dingen in mijn huis kleven herinneringen die opeens opgeroepen kunnen worden wanneer ik ze gebruik, of zelfs wanneer mijn oog er maar op valt. Zo externaliseren wij bewust en onbewust een groot deel van ons geheugen in objecten om ons heen.

Vorige week las ik het concept proefschrift van Annemarie Zijlema (ID) dat precies over dit fenomeen gaat. Een boeiend onderwerp en extra relevant voor mij, omdat ik op het punt sta te verhuizen. Onze hele huisraad - van enorme hoekbank tot het laatste onbenullige niemendalletje in de keukenla - moet ingepakt en straks weer een nieuw plekje vinden in ons nieuwe huis.

Alles zal daar op een andere manier, op een andere locatie en in nieuwe configuraties mijn geheugen gaan prikkelen en daarmee zal ook het perspectief op mijn verleden - en daarmee op mijzelf - veranderen.

Origamizwaantjes

Later dit jaar staat ons nog een verhuizing te wachten: we mogen dan onze intrek nemen in het gloednieuwe Atlas-gebouw. De prachtige gevel is zo goed als klaar en ook van binnen beginnen de ruimtes hun nieuwe vorm aan te nemen.

Maar in mijn nieuwe kamer zal ik me niet kunnen verliezen in het kiezen van het juiste plekje voor al die stukjes verleden die ik over de jaren van mijn professionele leven bij elkaar heb vergaard - de boeken waarvan ik de rug maar hoef te zien om te bedenken wat erin staat, de kaartjes, rapporten, origamizwaantjes van Japanse conferentiegangers, cadeautjes van mijn afstudeerders. Ik krijg een clean desk, geen ladekast onder mijn bureau, geen meters archief en boekenkast - met 1,5 m plank per persoon zijn we flexibel, het gebouw althans. Als service van de zaak kreeg ik een behulpzame student-assistent aangeboden die alles wat ik niet wil missen voor me zou digitaliseren. Op mijn boeken na natuurlijk, want dat zijn er teveel en die zijn te dik.

Essentie vangen in bytes

Digitale objecten zijn geweldig: ze nemen geen ruimte in, laten zich eindeloos kopiëren en uitdelen, je kunt ze eenvoudig terugvinden met een zoekopdracht. Maar hun makke is juist dat ze geen ruimte innemen, niet tastbaar zijn, niet in het oog springen en niet rondslingeren. Mijn artikelen zijn al lang digitaal. Van niets van de overige artefacten die mij echt ter harte gaan kan de essentie gevangen worden in bytes. Alles wordt dus anders op mijn nieuwe werkplek. De grote vraag is of ik straks nog wel dezelfde ben.

Yvonne de Kort, hoogleraar Omgevingspsychologie bij Human-Technology Interaction

Deel dit artikel via je socials