door

UR | Het belang van Ernst

06/07/2018

De visie van onze universiteit, TU/expedition 2030, is voor honderd procent gereed. Het College van Bestuur is erin geslaagd het schip overstag te laten gaan en naar glorende horizonten en groene weiden te sturen. Het is een mooi document geworden, inclusief verhalende introductie, aansprekende lay-out, en vooruitstrevende punten voor de toekomst. Kortom, een ambitieus plan.

Maar hoe serieus moeten we zo’n toekomstvoorspelling nu nemen, en hoe goed zijn we überhaupt in voorspellen? Zoals Niels Bohr al zei: ‘Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat’. Mensen overschatten wat ze kunnen doen in één jaar, maar onderschatten waartoe ze in staat zijn in tien jaar tijd. Ik denk dat deze visie daar ook onder gaat lijden, dat het eigenlijk niet zo ambitieus blijkt te zijn.

Een van de dingen die het bemoeilijkt, is exponentiële groei. De meeste mensen blijven lineair denken. Zoals de zwaartekracht ons blijft verrassen (probeer de Baron 1898 in de Efteling eens - een paar keer - om dat te ervaren), of de effecten van de Wet van Moore die veel voorspellingen uit het verleden belachelijk hebben gemaakt. Die exponentiële groei, daar hebben we in ons vakgebied veel mee te maken.

Ook TU/expedition 2030 benoemt deze exponentiële groei, maar dan in relatie met de Eindhoven Engine. Ik denk juist dat exponentiële groei ook in onderzoek en onderwijs afzonderlijk een grote rol zal spelen. Toekomstige technische ontwikkelingen zullen ons blijven verrassen, en dan vooral ook ons als technische universiteit.

Neem onderwijs. Technische ontwikkelingen zullen bij bedrijven de vraag naar personeel vergroten om allerlei nieuwe technieken toe te passen. Dankzij deze technische toepassingen zal de productiviteit stijgen, denk aan bedrijven als AirBnB of Uber, maar zullen ook banen verdwijnen. Sommige voorspellingen gaan er al vanuit dat over twintig jaar vijftig procent van de huidige banen niet meer bestaat. De vraag naar arbeidskracht zal in sommige sectoren afnemen en mensen zullen zich moeten - nee, willen - omscholen.

De behoefte aan het behalen van een technisch diploma is dan niet alleen meer te vinden bij jonge studenten, maar komt uit alle lagen van de bevolking. Zal het om een andere vorm van scholing vragen? Technische bedrijven zullen hier nu niet snel om vragen, maar zien die dit wel aankomen? TU/expedition 2030 noemt als oplossing life-long learning een paar keer, maar geeft verder weinig toelichting op het onderliggende probleem.

Ik denk nog steeds dat TU/expedition 2030 een belangrijke exercitie is, maar vooral om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Dat is in deze toko met inherent andersdenkenden echt sisyfusarbeid. Het doet me direct denken aan een toneelstuk van Oscar Wilde: Het belang van Ernst. Een klucht waarbij humor en ernst elkaar versterken. De houdbaarheid van TU/expedition 2030 is mogelijk humoristisch kort. Tegelijkertijd moeten we in ernst met de toekomst rekening houden.

TU/expedition 2030 hoeven we misschien niet letterlijk serieus te nemen, maar de kernboodschap - het waarom - wel, zodat we met gezamenlijk geloof en inspiratie, als wendbare organisatie, flexibel op toekomstige ontwikkelingen kunnen reageren.

Deel dit artikel via je socials