ISO: zonder papiertje niet lesgeven op universiteit

ISO: zonder papiertje niet lesgeven op universiteit

Dertig procenten van de docenten geeft les aan de universiteit zonder didactische training te hebben gevolgd. Stel die training verplicht, maant het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Aan de TU/e ligt het percentage docenten met de basiskwalificatie onderwijs (bko) op 47,1 procent (peildatum januari 2016).

In 2008 spraken universiteiten af dat zoveel mogelijk docenten een didactische training moesten krijgen: de basiskwalificatie onderwijs. Maar uit een inventarisatie van ISO blijkt dat drie op de tien universitaire docenten nog steeds zonder papiertje lesgeven.

“Een student moet ervan op aan kunnen dat de docent voor de klas gekwalificeerd is”, zegt ISO-voorzitter Jan Sinnige in een persbericht. “Om les te geven op de basisschool is vier jaar scholing vereist, terwijl universitaire docenten zomaar voor de klas mogen staan.”

In 2013 maakte de vereniging van universiteiten VSNU eenzelfde soort inventarisatie. Het aandeel docenten met een bko is sindsdien spectaculair gegroeid, maar volgens het ISO nog niet genoeg. Er kan vooral nog winst worden geboekt bij promovendi en student-assistenten.

Ook de promovendi zelf vinden dat ze beter kunnen worden voorbereid op hun lestaak. De helft is ontevreden over de begeleiding die ze krijgen bij het lesgeven en slechts elf procent doorloopt (delen van) het bko-traject, bleek een half jaar geleden uit een onderzoek van onder andere het ISO. Toch zouden promovendi best willen: ruim negentig procent vindt dat het mogelijk zou moeten zijn om deze startkwalificatie te halen.

TU/e-promovendi mogen hun bko halen, maar daarvoor moeten ze toestemming hebben van hun promotor. Ook moeten ze voldoende onderwijstaken hebben uitgevoerd om hun competenties te kunnen aantonen. De afgelopen jaren hebben slechts een paar TU/e-promovendi hun bko gehaald, vertelt Harry van de Wouw, contactpersoon bko aan de TU/e.

De TU/e bungelt onderaan het lijstje van instellingen met bko-certificaat. Maar, zo zegt Van de Wouw: “We doen het niet slecht met een percentage van 47,1 procent, als je bedenkt dat met de minister een prestatie-afspraak van 25 procent is afgesproken.”

Hij stelt dat het moeilijk is om de universiteiten te vergelijken. “De eisen voor het behalen van het certificaat verschillen van instelling tot instelling. Aan sommige universiteiten kunnen docenten in aanmerking komen voor vrijstellingen, die vervolgens mogen worden meegeteld. Op de TU/e kunnen sommige docenten ook voor een vrijstelling in aanmerking komen, maar die mogen niet worden meegeteld in de prestatieafspraken. Bovendien vraag ik me af of de cijfers van hetzelfde moment zijn.” De genoemde cijfers van de TU/e zijn van januari 2016. Het huidige percentage ligt op 49 procent.

Aan de TU/e moeten docenten die nieuw in dienst komen binnen drie jaar hun bko-certificaat halen. Ook docenten die willen promoveren, moeten eerst hun bko halen. Voor onderwijzend personeel dat volgens evaluaties onvoldoende presteert, kan het bko-traject eveneens verplicht worden gesteld.

Deel dit artikel