Honors-team helpt campusplanning inzichtelijker maken

Honors-team helpt campusplanning inzichtelijker maken

Honors-studenten van de TU/e hebben zich, in samenwerking met Philips, gestort op het maken van een fysiek en interactief 3D-model van de campus. Dit model, gebaseerd op technologie ontwikkeld aan MIT, laat zien welke gevolgen wijzigingen aan bijvoorbeeld gebouwen hebben voor aspecten als de beloopbaarheid van het terrein of de bereikbaarheid van voorzieningen.

Het TU/e Dynamic Campus Mapping Team: zo heet de projectgroep waarbinnen tweedejaars bachelorstudenten Jaer Mertens, Martijn Roefs, Kim Sinnige en Noël Coenraad verenigd zijn. Surja Chaudhuri (studente Software Science) adviseert en ondersteunt het viertal, met name op IT-gebied. Het project maakt deel uit van de honorstrack Smart Cities.

Via-via kwam de groep in contact met de Smart Cities-afdeling van Philips, waar een project loopt rond de zogenoemde City Scope-technologie, ontwikkeld aan het Amerikaanse MIT. Deze technologie vormt de basis van een fysieke tafel, waarop bijvoorbeeld urban planners met lego-stenen een gebied op schaal kunnen nabouwen. Elk bouwwerk bevat een onderlaag van platte steentjes in verschillende kleuren, die via kleurcodes worden herkend door een camera onder tafel.

Wordt een onderdeel op de tafel gedraaid, verplaatst of anderszins aangepast, dan wordt meteen inzichtelijk gemaakt welke gevolgen deze verandering heeft op ándere onderdelen van het geheel - bijvoorbeeld voor de beloopbaarheid van een gebied, of de bereikbaarheid of functionaliteit van een gebouw. De consequenties van elke verandering worden direct zichtbaar gemaakt middels van bovenaf geprojecteerde kleuren op het schaalmodel. Ook worden de veranderende parameters getoond op een beeldscherm.

Aan de studenten werd gevraagd de technologie toe te passen op het TU/e-terrein, hierbij vooral kijkend naar de beloopbaarheid (walkability) van de campus en naar fietsparkeervoorzieningen. Vooral het onderwerp ‘fietsparkeren’ staat bij Dienst Huisvesting hoog op de agenda, leerde Jaer Mertens. Van fietsen die fout geparkeerd staan en stallingen die uitpuilen (of juist amper worden gebruikt) tot het optimaal inzetten van stallingen tijdens bijvoorbeeld evenementen op de campus: “Het fietsparkeren is hier best een issue”.

Eerste taak voor de studenten was om zoveel mogelijk data te verzamelen over de campus en haar gebruikers - van ‘absolute’ informatie over bijvoorbeeld afstanden en tijden tot gegevens over de beleving van mensen bij het terrein. Walkability, bike parking en experience - deze drie aspecten staan in het onderzoek van de studenten centraal. Eind januari hield de groep onder meer een enquête onder een deel van de TU/e-bevolking, die input van zo’n vijfhonderd respondenten opleverde.

Loopbruggen

Campusgebruikers werd onder meer gevraagd hoe ze naar de campus komen, hoe vaak per dag ze zich over de campus verplaatsen en hóe ze dat het liefst doen. Honors-student Martijn Roefs vindt onder meer opvallend hoe vaak de loopbruggen werden genoemd als gebruikte route, “dat hadden we niet verwacht”. Ook bleken de geënquêteerden overwegend behoorlijk positief over zaken als loopafstanden, het aanwezige groen op de campus en hun gevoel van veiligheid.

Aan de studenten de taak om die gegevens nu te vertalen naar een werkend model van de TU/e. Bij Philips op de High Tech Campus staat een City Scope-tafel tot hun beschikking om mee te experimenteren.

Het vijftal hoopt eind dit collegejaar een werkend TU/e-model van de ‘plantafel’ klaar te hebben, “dat maakt het ook veel gemakkelijker om over de mogelijkheden van deze technologie te communiceren”, stelt Roefs. Of de studenten hiervoor ook gaan werken met lego of met andersoortige bouwstenen, ligt nog open. “Misschien maken we zelf wel een 3D-geprint model van de campus, maar wel met lego aan de basis - want dat zijn de blokjes die het systeem aan de onderkant herkent”, aldus Kim Sinnige.

De voor het prototype gebruikte data zal volgens de studenten nog de nodige aannames en generalisaties bevatten, en daarmee waarschijnlijk nog niet volledig betrouwbaar zijn. Mertens: “Als het project volgend jaar misschien doorgaat, kunnen we de data meer accuraat maken. Het is gewoon heel veel werk om alles te meten en goed op een rij te krijgen.”

In hoeverre de opbrengst van het Dynamic Campus Mapping Team van invloed gaat zijn op toekomstige plannenmakerij voor het TU/e-terrein, durft Mertens niet te zeggen. “Dat is niet aan ons. Onze taak is om deze tool zo goed mogelijk te ontwikkelen en te laten aansluiten op de wensen van de betrokken partijen.”

Deel dit artikel