Profpraat | Warm water als alternatief voor aardgas

Om de opwarming van de aarde beperken tot 1,5 graad Celsius, moeten we zo snel mogelijk drastische maatregelen nemen. In navolging van het Klimaatakkoord bekijkt ook Nederland welke alternatieven voor aardgas een serieuze optie zijn. Oppervlaktewater, zeggen onderzoekers van waterkennisinstituut Deltares. Kunnen grote steden zich inderdaad grotendeels verwarmen met oppervlaktewater en hoe kunnen we daar met nieuwbouw rekening mee houden? Efficiëntie en slim combineren zijn volgens TU/e-hoogleraren David Smeulders en Elphi Nelissen de sleutelwoorden.

Zo’n vijfentwintig procent van de in Nederland gebruikte energie - veelal aardgas - gaat op aan het verwarmen van gebouwen. Aquathermie, het gebruik van warmte uit oppervlakte- of afvalwater, zou volgens onderzoekers van Deltares en CE Delft zeker in dichtbebouwde gebieden een duurzame bron van verwarming zijn en steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht grotendeels kunnen verwarmen. “Alles wat er aan kan bijdragen het aardgasgebruik voor verwarming te verminderen, is een serieuze optie”, stelt David Smeulders, hoogleraar Energietechnologie.

“De combinatie aquathermie en warmtenetten zijn in een stedelijke omgeving of een regio met veel industriële restwarmte een prima idee. De afstanden tussen de bron en de te verwarmen gebouwen moeten niet te hoog zijn in verband met afkoeling en aanlegkosten, daarom is deze techniek minder geschikt in de buitengebieden.”

Sowieso zijn proefprojecten noodzakelijk, koploperwijken, om te onderzoeken of aquathermie op grote schaal kansrijk is, vindt Smeulders. “Je ziet in de klimaatakkoordonderhandelingen dat kosten steeds belangrijker worden, en het kan natuurlijk niet dat bewoners en woningcoöperaties voor de volledige kosten moeten opdraaien.”

Overschot aan warmte

Ook Elphi Nelissen, hoogleraar Duurzaam bouwen, geeft aquathermie kans van slagen, al zijn er zeker nog aandachtspunten. “We moeten ons bijvoorbeeld realiseren als we restwarmte uit een nabije waterbron opslaan voor toekomstig gebruik, dat het oppervlaktewater hiermee afkoelt. Wat heeft dat voor gevolgen voor het ecosysteem? Er moet hier zeker met de waterschappen naar gekeken worden. Verder is het belangrijk dat er efficiënt met warmte omgesprongen wordt. Kantoren hebben vaak een overschot aan warmte, er is meer koeling dan warmte nodig. In zo’n geval biedt aquathermie geen toegevoegde waarde en is een dergelijke hoge investering niet te rechtvaardigen. Ook de warmte/koude opslag (WKO) van de TU/e heeft een overschot aan warmte dat nu wordt vernietigd in een koeltoren.”

Ondanks dat overschot is de WKO op de TU/e-campus, waarbij warmte en koude ondergronds worden opgeslagen en verbonden met een ringleidingsysteem - een van Europa’s grootste installaties - iets om trots op te zijn, benadrukt Smeulders. “Wel kunnen we een grote stap maken door de WKO efficiënter te gebruiken, veel oude TU/e-gebouwen werken nog met gasketels. Door de toekomstige renovatieplannen gaat dit hopelijk steeds minder worden.”

Nieuwbouwprojecten

Nelissen: “Je ziet nu al dat door de aansluiting van Atlas (het voormalige Hoofdgebouw, red.) onze bron veel beter in balans gaat komen. Bij nieuwbouwprojecten kun je zo’n systeem meteen goed neerzetten: WKO, grondleidingen, huizen die aangepast zijn aan lage temperatuur-verwarming, warmtepompen. Natuurlijk is het wel belangrijk dat je de energie die je daarvoor nodig hebt dan wel op een duurzame manier opwekt, anders kunnen we beter met gas blijven verwarmen.” Smeulders: “Als we dan toch praten over efficiëntie: je kunt zelfs nog warmte winnen uit het douchewater dat door het putje wegloopt.”

Smeulders meent verder nog dat er voor duurzame verwarming veel meer naar slimme combinaties in de huidige infrastructuur gekeken moet worden. “Vaak zijn er al grote watertransportsystemen aanwezig, en door een verschil in watertemperatuur kunnen instanties van elkaar profiteren. Projectontwikkelaars moeten meer uitgedaagd worden. Die hebben de opdracht gekregen, weten precies hoe ze het gaan doen om het energietechnisch zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen. Terwijl ze vergeten te kijken welke infrastructuur waar zit en hoe die slim te combineren zijn. Zo kun je vaak veel meer bereiken, op meerdere fronten.”

Deel dit artikel via je socials