Profpraat | Ongrijpbare PFAS zijn overal

Het wordt bijna overal in de Nederlandse bodem gevonden en legt de bouw momenteel stil door aangescherpte overheidsregels: de eens wondermoleculen PFAS zijn nu zorgwekkend. De water- en vetafstotende stoffen worden in heel veel dagelijkse producten gebruikt. Hoogleraar Fysische Chemie Remco Tuinier roept consumenten op alerter te zijn wat ze kopen en pleit voor een productlabel dat helderheid geeft over de milieubelasting.

door
illustratie Brigit Span / Shutterstock

PFAS ofwel poly- en perfluoralkylstoffen. Ze zitten in de coating van je sportjas, je schoenen, in blusschuim, maar ook in meubels, bakpapier, de binnenkant van een pizzadoos en bodylotion. De grote groep van zo’n zesduizend stoffen die vanaf de jaren zestig ontwikkeld zijn, hebben enorm handige eigenschappen voor allerlei producten die we dagelijks gebruiken: ze zijn water-, vet en vuilafstotend en ook nog eens bestand tegen hoge temperaturen. Maar er komt steeds meer bewijs dat PFAS al in lage concentraties giftig zijn voor mens en milieu. Hoe krijgen we deze ruim verspreide stoffen uit onze leefomgeving en wat kunnen we zelf doen om gezondheidsrisico’s te minimaliseren?

Forever chemicals

“Het probleem met deze groep stoffen is dat ze niet afbreekbaar zijn door hun fluor-koolstofverbindingen”, legt TU/e-hoogleraar Remco Tuinier (vakgroep Fysische Chemie, faculteit Scheikundige Technologie) uit. “Ze behoren tot de meest stabiele moleculen en hebben niet voor niets de bijnaam forever chemicals. Daardoor geldt: wat je in het water of de grond brengt, blijft er. Ook in het menselijk lichaam is dat zo, er worden toenemende hoeveelheden PFOA en PFOS - twee mogelijk kankerverwekkende PFAS-familieleden - in ons bloed aangetroffen. Doordat ze dus niet worden afgebroken, hopen deze stoffen zich langzaam in voedsel en in ons lichaam op en zijn we onszelf op deze manier eigenlijk langzaam aan het vergiftigen.”

Al zo’n twintig jaar waarschuwen toxicologen voor de risico’s van PFAS, maar pas na het milieuschandaal rond teflonfabriek Chemours dat de PFAS-stoffen PFOA en GenX loosde zonder vergunning, is er meer onderzoek gedaan naar potentiele risico’s. Afgelopen zomer stelde de overheid voor het eerst een milieunorm vast wat betreft de hoeveelheid PFAS die in de bodem mag zitten.

Volgens Tuinier moet hier zonder twijfel kritisch naar gekeken worden, maar is de huidige norm wel zeer extreem. “Het beleid van de overheid is zeker inconsistent te noemen. Zo gaf minister Van Nieuwenhuizen in mei van dit jaar nog toestemming aan Chemours om flinke hoeveelheden PFAS te lozen in de Merwede, enkele maanden later komt staatssecretaris Van Veldhoven met een norm die dertig keer zo laag is als het RIVM adviseert. Gedegen onderzoek naar de risico’s is nu heel belangrijk om de juiste norm vast te stellen. Aan de andere kant is het sterk van dit kabinet dat ze het PFAS-probleem serieus aanpakt, het draait om chemicaliën die worden aangemerkt als Zeer Zorgwekkende Stoffen. Je kunt normen blijven verruimen, maar op een gegeven moment valt er niets meer te verruimen en zijn we een point of no return voorbij.”

Hoewel er steeds meer gesproken wordt over een PFAS-crisis, is Tuinier positief gestemd. “Ik heb zeker hoop dat er nu een proces op gang gaat komen waarbij heel scherp wordt gekeken hoe het bedrijfsleven met het milieu omgaat. De overheid heeft hier een belangrijke rol in, we moeten allereerst zorgen dat deze stoffen niet meer in ons milieu terechtkomen. Maar juist omdat we een dichtbevolkt land zijn met veel industrie, is het ook belangrijk technologieën te ontwikkelen die de huidige problemen aanpakken. Denk aan methodes om de grond te zuiveren - heel complex omdat we met waterafstotende stoffen te maken hebben. Of de ontwikkeling van membranen voor waterzuivering, een succesvolle technologie die sterk in opkomst is. Innovatie is onze kracht.”

Consument: let op!

Ook als consument moeten we beter opletten wat we kopen. Laat producten met verdachte stoffen links liggen en wees kritisch op wat je in je winkelmandje stopt, benadrukt Tuinier. “De opmars van dumpwinkels vind ik in de huidige tijd onverantwoord en daar mag van hogerhand wel scherper op ingezet worden. Maak het de consument daarnaast makkelijker om voor een duurzaam alternatief te kiezen. Zo roep ik al jaren dat er een label moet komen dat aangeeft hoe milieubelastend het is om een product te maken, dat helpt de (relatief) onwetende koper. Want als je een ‘fout’ label ziet, zou je dan een giftig artikel nog uit de schappen pakken?”

Deel dit artikel