Wetenschapper wacht schorsing na zwakke aanvraag bij NWO

Wie een zwak voorstel indient bij onderzoeksfinancier NWO, mag straks een of twee jaar niet meer meedoen. Zo willen de universiteiten en NWO de druk op het systeem verlagen. Renee Westenbrink, hoofd onderzoeksbeleid aan de TU/e, benadrukt dat het hierbij niet gaat om het beperken van het aantal onderzoekers dat aanvragen indient, maar om het waarborgen van de kwaliteit van de ingediende voorstellen.

door
foto Shutterstock

Het plan opperen universiteitenvereniging VSNU en onderzoeksfinancier NWO vandaag in een brief aan minister Ingrid van Engelshoven van OCW. Het is een van de ideeën om de stormloop op onderzoeksgeld in te dammen. 

Het idee voor zo’n ‘restrictie’ voor zwakkere indieners hebben ze geleend van de Europese onderzoeksraad ERC. Daar mogen wetenschappers niet zomaar aan de volgende ronde meedoen als ze met een ondermaats voorstel zijn afgewezen.

Een andere maatregel die de briefschrijvers noemen, is het schrappen van deadlines bij NWO. Dan zullen onderzoekers hun voorstel pas indienen als het echt goed genoeg is en zetten ze hun ideeën minder haastig op papier.

Kwaliteit waarborgen

Renee Westenbrink, hoofd onderzoeksbeleid aan de TU/e, benadrukt dat het niet gaat om het beperken van het aantal onderzoekers dat aanvragen indient, maar om de kwaliteit van de ingediende voorstellen te waarborgen. "Als universiteit zeggen we: dien niet zomaar een voorstel in dat eigenlijk nog niet rijp is. Het kost enorm veel werk om het te beoordelen en dat legt druk op het systeem."

De universiteit is niet altijd betrokken bij aanvragen voor subsidieprogramma's, zegt Westenbrink. "Bij grote programma's zoals Zwaartekrachtsubsidies kijken we wel mee, omdat daar veel mensen binnen en buiten onze instelling bij betrokken zijn. Ook bij aanvragen van ERC grants kijken mensen mee, omdat er bijvoorbeeld inbeddingsgarantie moet worden gegeven door een faculteit, of als co-financiering nodig is. Maar we kijken enkel naar de kwaliteit van het voorstel wanneer onderzoekers specifiek om feedback vragen. De feedback kan dan zijn dat we vinden dat het voorstel nog niet rijp genoeg is en dan adviseren we om niet aan te vragen."

Voorselectie

De universiteiten overwegen ook vaker eigen voorselecties te maken, zodat de torenhoge stapels onderzoeksvoorstellen bij NWO kleiner worden. Sterker nog, universiteiten en NWO willen misschien met quota gaan werken: bepaalde NWO-programma’s krijgen dan een maximaal aantal aanvragers. Dat idee moeten ze nog uitwerken. Dat daarmee het gevaar bestaat dat het werk van NWO naar de universiteiten verschuift, beseffen ze. Dan verandert er in de praktijk niets en zullen wetenschappers ook geen vermindering van de druk ervaren. 

Westenbrink is er geen voorstander van dat universiteiten intern gaan voorselecteren. "De onderzoeker moet achter zijn voorstel staan. We willen niet over de schouder van onderzoekers meekijken - zeker niet in de beoordelende zin."

Bij het beoordelen van wetenschappers gaat ook iets veranderen. Het wordt ‘narratiever’. Met andere woorden, de onderzoeksfinancier wil minder nadruk leggen op de hoeveelheid publicaties en het prestige van de tijdschriften waarin de artikelen zijn verschenen. In plaats daarvan moeten wetenschappers bijvoorbeeld een top-10 van hun eigen publicaties indienen en uitleggen waarom die zo waardevol zijn. Dat moet gelijke kansen bieden aan mensen die een ‘dynamisch carrièrepad afleggen’, schrijven de universiteiten en NWO.

Vrijstellen

Parallel hieraan willen de universiteiten ervoor zorgen dat het verwerven van NWO-geld niet de enige manier is om carrière te maken. Ze willen jonge onderzoekers vaker vrijstellen van het aanvragen van onderzoeksgeld, zodat die meer tijd kunnen besteden aan hun eigen ontwikkeling. De universiteiten maken daarbij een voorbehoud: het geld daarvoor moet wel beschikbaar zijn.

Ook willen ze meer nadruk leggen op andere carrièrepaden aan de universiteit, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs of innovatie. Dat hebben ze al eerder aangekondigd in hun plannen voor anders ‘erkennen en waarderen’ van hun medewerkers.

De briefschrijvers waarschuwen de minister dat bepaalde knelpunten alleen met extra geld kunnen worden opgelost. Ook zou de financiering van de universiteiten stabieler moeten worden.

Deel dit artikel