Lara in lotus komt van overal

Lees meer

Lara in lotus komt van overal

Nooit heb ik een wonderlijkere dame gekend dan Lara Hofstra. Licht moeizaam wringt ze zich in een terrasstoel bij De Zwarte Doos, maar uiteindelijk weet ze haar lotushouding aan te nemen. Normaal vind ik het ergerlijk als volwassenen zich zo posteren, maar Lara mag van mij uren zo zitten. Ook omdat ze volgens haar eigen kalender nog niet volwassen is. Waar de mensheid volwassenheid meet in uren, dagen en jaren, meet Lara volwassenheid in afgemeten doseringen van rust, authenticiteit, vrijheid en Albert Heijn-worteltjes, die ze eet achter haar bureau.

Haar zoektocht naar rust is een wonderlijke paradox. Wie namelijk langer dan een uur op het Studentensportcentrum heeft rondgelopen, kent Lara Hofstra als de hyperenergieke groepsdocente die na een feestelijke zomerse Zumba-les in die schöne blaue Dommel springt. Of als de atletische groepsdocente die achteloos allerlei buikspieroefeningen uitvoert, terwijl afgetrainde sportkaarthouders in agonie op de zaalvloer zweten. Of als de motivator die haar kantoorraam opengooit en roept: “Volgende keer kom je naar mijn les, geen excuses!”. Maar internationals kennen haar vooral als de champion of the TU/e expat community. Een gemeenschap waar ze zichzelf toe rekent.


Lara Hofstra | Studentensportcentrum Eindhoven | Groepslesdocente | Internationalisering | Van Saoedi-Arabië naar Eindhoven | 38 jaar


Want Hofstra mag zo Fries zijn als schaatsen, Beerenburger en drabbelkoekjes eten bovenop een terp - Lara is allesbehalve een creatie van het moaiste lân fan d'ierde. Haar Nederlanderschap bestaat puur uit paspoortpapier. “Drie maanden na mijn geboorte verhuisden we naar Saoedi-Arabië. Mijn vader werkte eerst voor Volkert-Stevin en vervolgens voor het Saoedische SABIC. Omdat compounds enkel bestemd waren voor expats van buitenlandse bedrijven, woonden wij in een kamp samen met Arabieren. Honderden trailers in het zand omsingeld door industrie. Yep, ik ben trailer-trash”, zegt Lara lachend. “Maar mijn ouders maakten het gezellig en we hadden de ‘Hofstra-jungle’: een reuzentuin om ons huis.”

Het Arabische leven heeft haar gecultiveerd en iedere dag voelt ze nog het zand van de Grote Arabische Woestijn in haar sportschoenen. Het is het land waar ze ontdekte dat ze niet ‘van ergens’, maar 'van overal' komt. Het land waar ze middenin het kompas stond, maar zag dat niet één windrichting naar ‘thuis’ wees. Of zoals haar held Bob Dylan schreef: No direction home. Nationaliteit was niets meer dan een fata morgana.

Ik ging wel eens voetballen met de buurt, maar dan kwam de politie en verbood me om mee te spelen

Lara Hofstra
Groepslesdocente Studentensportcentrum

“Onze basisschool bestond uit tien blonde Nederlandse kinderen, maar als het enige niet ‘Shell-kind’ gingen uitnodigingen voor activiteiten vaak aan mijn neus voorbij. De zomerbezoekjes aan Nederland waren wel leuk, maar het was altijd wennen, vooral omdat ik daar geen vrienden had. Hoewel in Saoedi-Arabië de wetten strikter zijn en de bewegingsvrijheid minder, voelde ik me comfortabel in Arabië. Ik maakte makkelijk contact met internationals en had sterke vriendschappen.”

Sport was hierin de ideale katalysator, al was deelnemen voor een meisje niet evident op het Arabische Schiereiland. “Op mijn zesde begon ik met zwemmen, in strikt gescheiden zwembaden trok ik dan mijn baantjes. Eigenlijk was zwemmen de enige sport die ik competitief kon beoefenen. Ik ging ook wel eens voetballen met de buurt, maar dan kwam de politie langs en verbood me om mee te spelen. Op m’n achtste kreeg ik een racefiets, maar een half uur later bracht de politie me thuis met de letterlijke boodschap: ‘Als een vrouw fietst, zie je haar achterwerk en dat is lustopwekkend’. Het contact met de Arabische mannelijke bevolking was niet altijd even leuk en soms ook dreigend; ik was altijd op m’n hoede. Gelukkig konden we ook genoeg leuke dingen doen, zoals zeilen, waterskiën en de woestijn in trekken. Ik heb in Arabië zoveel meegemaakt; je kunt er een prachtige film van maken.”

Op haar vijftiende ging Lara het huis uit om in het mooie Zwitserse Leysin naar een high school te gaan. Een vrijwillige doch gedwongen keuze. “In Saoedi-Arabië was er na je veertiende geen high school. Ik kon met m’n moeder naar de internationale school in Bergen (Noord-Holland) gaan, maar dan zou ik m’n ouders opsplitsen. Leysin was de juiste keuze, mijn keuze - al had ik niet echt een keuze. Het internaat was superstrikt; de docenten controleerden alles, zelfs tot in je slaapkamer. Ik heb daarom zoveel dingen stiekem gedaan. Goh, ik had tientallen keren van school getrapt kunnen worden. Gelukkig is Zwitserland een schitterend land en heb ik met vrienden genoten van de natuur, hiken en snowboarden. Serieus, de eerste zeventien jaar van m’n leven waren een beautifully fucked up nightmare”, vertelt Lara met trots.

Aan het volgende decennium heeft Lara minder goede herinneringen. “Ik beschouw het als verloren jaren.” Na het afronden van het International Baccalaureate ging ze in Tilburg Vrijetijdswetenschappen studeren. Het bleek een deceptie. “Ik snapte mijn klasgenoten en docenten niet en zij snapten mij niet. Totaal verschillende wereldbeelden. Ik had bijvoorbeeld nooit tv of internet gehad. Mijn leven bestond uit verhalen vertellen en geanimeerd discussiëren met vrienden bij een kampvuur in de woestijn - niet uit alcohol drinken en stappen.” Nog zo’n wonderlijke paradox. De superspontane tiener, die geen connectie kan maken met andersgestemden. “Aanpassen moet natuurlijk, maar niet ten koste van mijn persoonlijkheid. Ik vind authentiek zijn en blijven het belangrijkst.”

Je kunt je klemzuipen of met leuke mannen naar bed gaan, maar ik vind mijn rust in fysiek afzien

Lara Hofstra
Groepslesdocente Studentensportcentrum

Pas op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding vond ze weer enigszins haar weg. “Ik kon daar goed opschieten met mijn medestudenten. ALO-studenten zijn hecht en open. De sport was een verbindende factor; een laagdrempelige manier om contact te maken. Daar ontmoette ik ook mijn ex-man, achteraf een foute keuze. Ik had destijds minder contact met mijn ouders en miste mijn vrienden. Ik voelde me eenzaam in Nederland, zo eenzaam dat ik niet eens naar bed ging en op de bank in slaap viel. Als je op dat moment een ouder, hulpvaardig iemand tegenkomt, ben je daar gevoelig voor. Hij was echter te controlerend en obsessief, ik voelde me gevangen in het huwelijk.”

Tijdens en na haar huwelijk bleek sport voor Lara de ultieme mentale pijnverdrijver. “Ik heb het nodig om in balans te komen. Zonder sport kan ik mentale onrust niet kwijtraken. Als me iets dwarszit, gedraag ik me als een stervend katje in een hoek, dat niemand wil lastigvallen met haar sores. Sport is dan de enige remedie. Je kunt je natuurlijk klemzuipen of met leuke mannen naar bed gaan, maar mijn manier om rust te vinden is fysiek afzien. Na mijn scheiding woonde ik helaas nog een half jaar samen. Hoewel ik een auto had, fietste ik expres een half jaar lang met mijn omafiets van Goirle naar Eindhoven. Na twee uur ergens vermoeid aankomen, geeft mij de rest van de dag rust.”

Die trips naar Eindhoven gingen richting de Internationale School Eindhoven (ISE), waar Lara een fulltime baan had als gymdocente. “Toen ik de deur opendeed voor mijn sollicitatie, voelde ik me meteen thuis. Allemaal kinderen die in mijn situatie zaten, complete verwantschap. Dezelfde messed up stories. Ik heb acht jaar gymles gegeven aan ‘mijn kids’ en van alles met ze beleefd. Ik vind het belangrijk om leerlingen te blijven uitdagen. Leren dat je passie kunt hebben en dat winnen niet alles is.”

“Voor mij is dat de ultieme vorm van schoonheid: zonder schaamte je passie uitdragen. Gewoon jezelf zijn. Ik ben opgegroeid in een omgeving waar niets vreemd is. In Nederland zijn mensen iets banger om expressief te zijn. Nooit zag ik Nederlandse jongens in mijn Zumba-lessen, maar sinds er de laatste jaren internationals deelnemen, durven Nederlandse jongens ook. Zo leren we mooi van elkaar. Andersom vind ik de low-power distance in Nederland heerlijk. Het allermooiste vind ik dat je hier met iedereen kunt lullen; in de supermarkt, op straat of op de fiets. Als je gaapt, roept iemand: ‘Eh meisje, op tijd naar bed.’ Van deze random conversations kunnen veel internationals iets leren.”

Als ik naar het SSC had gekund in mijn moeilijke tijden, zou ik geen ‘verloren jaren’ hebben gehad

Lara Hofstra
Groepslesdocente Studentensportcentrum

Lara werkt inmiddels tien jaar op het SSC, is groepslesdocente en verantwoordelijk voor het thema internationalisering. Met al haar levenservaring heeft ze de nobele taak om nieuwelingen te helpen een plek te vinden op de campus en een isolement te voorkomen. “Mijn doel is om de lokale bevolking meer geïnteresseerd krijgen in expats en internationals beter te motiveren om de taal te leren en mee te doen. Eenzaamheid en depressie komen nog te vaak voor. Ik help graag mensen die in de put zitten, vooral mensen die niemand hebben en even affectie nodig hebben. Internationals hebben soms niemand. Als ik naar het SSC had gekund in mijn moeilijke tijden, zou ik geen ‘verloren jaren’ hebben gehad.”

“Sport is zo belangrijk voor internationale studenten en medewerkers. Het SSC is de enige plek waar de drempel zo laag is voor ontmoeting. Een praatje is sneller gemaakt tijdens een groepsles of een training van een studentensportvereniging, dan bij geforceerde events. Ik hoor best wat schrijnende verhalen. Het SSC kan niet alles verhelpen, maar meestal heb ik één advies: blijf vooral sporten! Voor campusbewoners in zwaar weer kan het SSC echt een lifesaver zijn. Om eerlijk te zijn: zonder het SSC was ik nooit in Eindhoven gebleven. Dankzij ons sportcentrum heb ik vriendschappen opgebouwd, zelfs met Nederlanders. Als je het SSC zou weghalen, zou ik niet weten wat ik moet doen.”

En zo bood het leven al doende tóch de direction home die Bob Dylan miste. “Eindhoven is nu mijn thuis.”


Raymond Starke werkt bij het Studentensportcentrum van de TU/e, te midden van ruim dertienduizend sportkaarthouders die er frequent (of soms wat minder frequent) hun sportieve hart komen ophalen. Voor Cursor interviewt hij elke vier weken een student of medewerker over ‘de schoonheid en troost van de sport’. 


 

Deel dit artikel