Artikelen moeten verplicht in database TU/e

Onderzoekers van de TU/e zijn met ingang van 1 april verplicht om de zogeheten finale auteursversie van hun publicaties aan te leveren bij het Informatie Expertise Centrum (IEC). Het IEC zorgt er dan voor dat de artikelen zodra het eventuele embargo van het betreffende tijdschrift is verstreken, openbaar worden in het TU/e Repository. Rector Hans van Duijn maakte dat vandaag bekend tijdens een symposium over open access, dat plaatsvond in het Auditorium.

Op het symposium spraken en discussieerden onder meer NWO-voorzitter Jos Engelen, voormalig VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda, TU/e-wetenschappers Daniël Lakens en Anthonie Meijers en vertegenwoordigers van de uitgevers Springer en PLOS over open access publiceren.

Onder leiding van Volkskrantjournalist Martijn van Calmthout passeerden ook aanverwante zaken de revue, zoals het verantwoord beheren van onderzoeksdata, al dan niet vrij toegankelijk voor collega-onderzoekers, en de toenemende druk op wetenschappers om artikelen te reviewen.

Daniël Lakens, universitair docent Human Technology Interaction, mocht aftrappen met een pleidooi voor het openbaar maken van onderzoeksdata en onderzoeksvoorstellen. Dat laatste heeft belangrijke voordelen voor het wetenschapsbedrijf, zo betoogde hij. Zeker als tijdschriften op basis van een onderzoeksvoorstel een garantie geven dat de resultaten hiervan gepubliceerd zullen worden. Dit gaat de zogeheten ‘publication bias’ -het fenomeen dat alleen ‘positieve resultaten’ worden gepubliceerd- tegen. Bovendien scheelt het onderzoekers veel onnodig werk als fouten in het onderzoeksplan al voor de uitvoering door peer reviewers worden ontdekt.

Margreet Bouma en Cas Maessen van NWO kregen vervolgens de gelegenheid om het beleid rond open access en ‘open data’ van de onderzoeksfinancier toe te lichten. In Bouma’s verhaal viel op dat de eerder naar buiten gekomen plannen van NWO om hun onderzoekers te verplichten direct open access te publiceren, niet zo urgent moeten worden geïnterpreteerd als ze werden gepresenteerd. NWO wil namelijk niet in de weg staan van wetenschappers die hun onderzoek in een tijdschrift met een embargoperiode -zoals bij Nature- kunnen publiceren. Dit statement werd later nogmaals herhaald door NWO-voorzitter Jos Engelen: “Als je in Nature kunt publiceren, moet je dat zeker doen.”

Na een presentatie van Nicola Stead van het open access tijdschrift PLOSone, waarin ze vertelde hoe PLOS is opgericht door biomedische wetenschappers uit frustratie dat ze geen toegang hadden tot alle voor hen relevante publicaties, was het na de lunch tijd voor de toespraak van rector Hans van Duijn. Hierbij kondigde hij aan dat onderzoekers vanaf 1 april verplicht zijn om de finale auteursversie van hun artikelen aan te leveren bij het Informatie Expertise Centrum.

De speech van Van Duijn werd gevolgd door een serie discussies. Een zestal sprekers brachten twee aan twee hun eigen gezichtspunten naar voren brachten. Marijtje Jongsma, voorzitter van wetenschapsvakbond VAWO, betoogde dat het snel toenemende aantal wetenschappelijke publicaties, en de daarbij horende last voor reviewers, voor haar een belangrijkere kwestie is dan open access. Ze benadrukte dat het serieus beoordelen van artikelen van collega’s veel tijd kost, en dat die tijd steeds vaker overduidelijk niet wordt genomen door peer reviewers. “Soms lezen ze het artikel niet eens, zo lijkt het. Je krijgt complimenten over dingen die niet in het artikel staan, en ongefundeerde kritiek op andere onderdelen.”

In dezelfde sessie riep universiteitshoogleraar Anthonie Meijers (Filosofie en Ethiek van de Techniek) de universiteiten op om zelf open access tijdschriften te beginnen. Het meeste werk wordt al door de wetenschappers zelf gedaan, zo redeneerde hij, en de commerciële uitgevers hanteren te hoge winstmarges - wel dertig tot veertig procent. Meijers: “Gebrek aan toegang tot artikelen is niet het probleem: je hoeft alleen maar lid te worden van een universiteitsbibliotheek. Het probleem is dat uitgevers te duur zijn.”

Deel dit artikel via je socials