Onderwijsminister: 'Wat houdt jullie bezig?'

Wat vindt u ervan dat de nieuwjaarspeech aan de TU/e in het Nederlands was? Hoe kijkt een minister in 2030 tegen onderwijs aan en wat is de rol van ondernemerschap aan een universiteit? In een gesprek maandagavond met minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs hebben studenten haar kunnen vragen wat ze wilden. Zelf had ze ook een vraag: “Ik ben benieuwd hoe Engelstalig onderwijs hier gaat.”

door

Op uitnodiging van D66 was Ingrid van Engelshoven maandagavond voor het eerst in lange tijd weer op bezoek in de Blauwe Zaal van de TU/e. “Mijn broer studeerde hier Elektrotechniek en hij werkt nu in een internationale omgeving. Ik vind het handig dat je daar tegenwoordig in je studie al mee in aanraking komt, door onderwijs in het Engels bijvoorbeeld. Maar dan moet het wel goed gebeuren. Ik ben benieuwd hoe het hier is?”

CHEOPS-voorzitter Joris van der Zwet is een van de Bouwkundestudenten die in 2015 als eerste lichting volledig in het Engels college kreeg. Hij geeft onmiddellijk antwoord: “De kwaliteit kan stukken beter. Ik merk dat mijn docenten af en toe ter plekke Engelse termen verzinnen. Zij willen wel, maar hebben al een enorme werkdruk.” Iemand anders zegt dat hij blij is met zijn zes jaren Engelstalig onderwijs, “maar mijn Nederlands is echt achteruit gegaan”.

Soms kiezen opleidingen alleen maar voor Engelstalig onderwijs om extra studenten te trekken, vreest Van Engelshoven die nu drie maanden onderwijsminister is. “Ik wil niet dat het een concurrentiemiddel is, maar dat het wezenlijk meerwaarde heeft voor het onderwijs.”

De minister komt geïnteresseerd over bij de studenten. Ze zijn niet in grote getale komen opdraven, maar wie er is, praat mee. Achteraf zegt Werktuigbouwkundestudent Sef Achten dat hij Van Engelshoven goed voorbereid vond. “Doordat het eerste onderwerp internationalisering was, en dat direct invloed heeft op het aantal plekken voor studenten en werkdruk voor medewerkers, rolde het gesprek snel uit naar financiën en verdelen van geld. Daarbij kwam veel dossierkennis naar voren.”

Geen gouden bergen

De minister ziet een enorm ingewikkelde puzzel om overal voldoende geld voor te vinden. Ze wil geen gouden bergen beloven en heeft nu geen pasklare oplossingen voor numerus fixus, selectie aan de poort en dergelijke. “Over drie jaar hoop ik een bekostigingsmodel te hebben dat meer bij de tijd past.”

Ze hoopt ondertussen dat het mogelijk blijft om op maandagen het land in te gaan en met studenten te praten om te voelen of ze met de juiste vraagstukken bezig is. Voor de toekomst op lange termijn, waar Yoram Meijaard van studentenfractie Groep-één haar nadrukkelijk naar vroeg, doelend op de onderwijsvisie 2030 die de TU/e nu opstelt, heeft ze drie wensen. “Meer samenwerking op Europees niveau, werken met open leermiddelen en internationaal opereren met open data en open science. Zorg jij ervoor dat dat ook in de visie van deze universiteit terecht komt?”

Yoram Meijaard ziet nog snel kans om alle aanwezigen op te roepen aanstaande maandag naar de UR-vergadering te gaan. “Dan staat het taalbeleid aan de TU/e op de agenda.” 

Deel dit artikel via je socials