Analyse: Holle Bolle Gijs en de minister van Onderwijs

Donderdag verdedigde onderwijsminister Ingrid van Engelshoven haar begroting in de Tweede Kamer. Ze koos voor de aanval en verwees kritiek op haar beleid naar het land der sprookjes. Maar wat wilde ze daarmee bereiken?

door
foto Shutterstock

“Er zijn nog steeds mensen die ons willen doen geloven dat het kommer en kwel is in het hoger onderwijs, dat we aan de rand van de afgrond staan. Als je dat beeld niet corrigeert, gaat dat een eigen leven leiden”, zei Van Engelshoven tegen de Tweede Kamer. “Dan gelooft straks iedereen dat een investering van 577 miljoen leidt tot slecht onderwijs. En dat is de logica van de universiteit van Kaatsheuvel, de logica van Holle Bolle Gijs, die propte en schrokte en nog van honger niet kon slapen.”

Ze ondersteunde dit met een “gortdroog lijstje cijfers”, zoals ze zelf zei, over investeringen en bezuinigingen in het hoger onderwijs. Maar vrijwel meteen moest ze toegeven dat ze niet het hele verhaal vertelde. Want ze sprak alleen over onderwijsgeld en liet geld voor wetenschappelijk onderzoek buiten beschouwing.

Eerlijk

Dus stond SP-Kamerlid Frank Futselaar aan de interruptiemicrofoon. Het onderzoeksbudget groeit niet met de studentenaantallen mee. Komt de verwevenheid van onderwijs en onderzoek op deze manier niet in het gedrang? “Moet je niet - ik weet dat dit een ingewikkelde discussie is - dat deel erbij nemen om de discussie over de druk op universiteiten eerlijk te kunnen voeren?”

“U heeft een punt”, erkende Van Engelshoven. Kortom, ze verspreidde een lijstje met feiten om haar tegenstanders de mond te snoeren en moest vervolgens toegeven dat die feiten incompleet waren.

In het debat koos ze vaker de vlucht naar voren om vervolgens ergens in de nuance te stranden. Neem haar uitspraken over het bindend studieadvies. Daar wilde ze paal en perk aan stellen, had ze luidkeels aangekondigd. Nu moest ze inbinden en deed ze net alsof dat van meet af aan de bedoeling was geweest. “Soms moet je maar eens een steen in de vijver gooien.” Het werd haar niet in dank afgenomen, noch door de oppositie, noch door coalitiegenoot VVD. Ze deden een poging om de minister tot meer duidelijkheid te dwingen, maar kwamen niet ver.

Spagaat

Het leek wel alsof ze koste wat het kost een paar ferme uitspraken wilde doen. Ze is tenslotte de minister van D66, die zichzelf afficheert als onderwijspartij. Tegelijkertijd moet ze de compromissen van het kabinet verdedigen. Het bleek een moeizame spagaat.

Neem het moment dat ze de aangekondigde verhoging van de rente op studieschulden ter sprake bracht. Ze schoof de zwartepiet door naar CDA en ChristenUnie, die de maatregel zouden hebben bedacht, om deze daarna te verdedigen. “Eerlijk gezegd is het ook niet mijn favoriete maatregel, maar ik begrijp hem wel.”

Het was prijsschieten voor de oppositie. Toen GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil over het “uitmelken van studenten” sprak, noemde de minister dat goedkoop. Laten we wel een “beetje normale bewoordingen” gebruiken, antwoordde ze. Terwijl ze toch zelf de toon had gezet door over de Universiteit van Kaatsheuvel en Holle Bolle Gijs te beginnen.

Zo manoeuvreerde de minister zich een paar keer in de positie dat ze stevige uitspraken deed en de Tweede Kamer vervolgens redelijker klonk dan zij. Dat kan toch niet haar bedoeling zijn geweest.

Deel dit artikel