Foto | Shutterstock

Minister: meer vaste contracten verlagen werkdruk universiteiten

Minister Ingrid van Engelshoven vindt het zorgelijk dat nog altijd 67 procent van de universiteitsmedewerkers hoge werkdruk ervaart. Ze werkt samen met de universiteiten aan oplossingen, waaronder het terugdringen van tijdelijke banen.

door
foto Shutterstock

De minister beantwoordde gisteren de vragen die SP-Kamerlid Frank Futselaar haar stelde over een nieuw onderzoek van vakbond FNV Onderwijs en Onderzoek en vakbond VAWO. Daaruit kwam naar voren dat de maatregelen van universiteiten om de werkdruk te verlagen tot nu toe weinig hebben uitgehaald. Nog altijd 67 procent van het personeel ervaart hoge werkdruk. De wetenschappers onder hen meer (76 procent) dan het ondersteunende personeel (50 procent).

Niet eenvoudig

Werkdruk is volgens Van Engelshoven het gevolg van veel factoren, zoals het verzorgen van onderwijs bij toenemende studentenaantallen in combinatie met de ambitie om een carrière als onderzoeker te maken. “Dit is niet eenvoudig en snel op te lossen”, schrijft ze. 

Aan universiteitenvereniging VSNU, wetenschapsfinancier NWO en aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen heeft ze gevraagd om nog dit jaar met een gezamenlijk voorstel te komen om het onderwijs beter te waarderen en te belonen, en de honoreringspercentages voor aangevraagde onderzoeksbeurzen te verhogen.

Ze steunt het recente initiatief van de universiteiten, academische ziekenhuizen en wetenschapsfinanciers om de waardering en beoordeling van wetenschappers op de schop te nemen, bijvoorbeeld door onderwijsprestaties beter op waarde te schatten. Ze stelt een half miljoen euro beschikbaar om deze ambities te steunen en pilots te ontwikkelen.

Tijdelijke contracten

Een andere oorzaak van werkdruk is het grote aantal tijdelijke dienstverbanden. Van Engelshoven vindt het “zorgelijk dat medewerkers meer prestatiedruk ervaren omdat ze tijdelijke contracten hebben”. Het zou volgens haar helpen als de universiteiten scherper gaan begroten en meer vaste dienstverbanden durven aan te gaan. Dat wordt beter mogelijk als het ministerie er op zijn beurt voor zorgt dat er minder fluctuaties in de jaarlijkse geldstromen zijn.

Verder wijst de minister op de commissie-Van Rijn die haar onder meer zal adviseren over het verminderen van financiële prikkels die de studentenaantallen opjagen. Ook werkt ze momenteel aan een wetsvoorstel om onderwijs in een andere taal alleen mogelijk te maken als dit meerwaarde heeft en de docenten worden ondersteund in de beheersing van die taal.

Meer geld

De eis van de vakbonden dat er 1,15 miljard naar het hoger onderwijs moet vanwege achterstallige financiering verwerpt ze: “Dit kabinet investeert al fors, 581 miljoen in 2019 in het hoger onderwijs en onderzoek.” Voor extra investeringen ziet ze geen ruimte. De universiteiten kunnen volgens haar nog wel wat doen. “Die hebben de afgelopen jaren steeds een positief resultaat behaald, in 2017 ruim 63 miljoen euro. Uit dit positieve resultaat kunnen investeringen worden gedaan in het onderwijs en onderzoek, en het terugdringen van het aantal tijdelijke dienstverbanden.”

Deel dit artikel