‘Nederland verliest terrein in kunstmatige intelligentie’

Nederland dreigt zijn goede positie op het gebied van artificiële intelligentie (AI) kwijt te raken. Daardoor gaat kennis verloren en neemt de afhankelijkheid van grootmachten als China en Silicon Valley toe, waarschuwen wetenschappers. Directeur van het Eindhoven Artificial Intelligence Systems Institute (EAISI) Carlo van de Weijer deelt die zorg, maar ziet ook Brabantse lichtpuntjes.

door
afbeelding Shutterstock

Zelfrijdende auto’s, slimme telefoons, robots in de zorg: artificiële intelligentie is overal. En de ontwikkelingen gaan razendsnel. Wil Nederland hierin een rol blijven spelen, dan moet het genoeg kennis in huis hebben. Maar daar gaat het mis.

NWO waarschuwt dat in een jaar tijd Nederland van de vijfde naar de veertiende plek gezakt op de ‘AI Readiness Index’ van Oxford, die vastlegt in hoeverre nationale overheden de potentie van AI benutten. EAISI-directeur Carlo van de Weijer is niet onder de indruk: “Er zijn net zoveel lijsten als dat er regio’s zijn, dus daar schenk ik niet te veel aandacht aan.”

De investeringen in AI zijn volgens hem in andere werelddelen dermate groot dat er wel reden is tot zorg, "maar het is voor ons zeker nog niet te laat. Op enkele specifieke gebieden behoren we in Nederland nog steeds bij de beste, vooral daar waar de combinatie met machines speelt - en dat gaat verder dan robotvoetbal of zonneauto’s."

Brabant

EAISI heeft het voornemen om vijftig nieuwe hoogleraren, universitair hoofddocenten en universitair docenten aan te trekken. “De eersten zijn inderdaad aangenomen, onder wie ook vrouwelijk AI-talent . Er staat een lijst vacatures op onze EAISI-website en we zijn actief op zoek naar platforms om de kans te vergroten toppers binnen te halen”, zegt Van de Weijer.

“We moeten ons natuurlijk wel aan de salarisnormen van de VSNU houden en dat maakt het iets lastiger internationaal te concurreren om AI-talent. Maar we kijken ook naar deelcontracten met de industrie waarbij bijvoorbeeld vier dagen per week aan de universiteit gewerkt wordt en een dag bij een bedrijf. Dat is voor veel wetenschappers interessant. Daarnaast moeten we ons ook realiseren dat het leven hier goedkoper is en dat onze omgeving een goede kwaliteit van leven kan bieden in vergelijking met veel andere hightech-regio’s”, zegt hij wervend. “En er is hier ook een goede internationale school in de regio, zoiets kan soms ook een doorslaggevende factor vormen.”

Onderzoeksagenda

NWO wil de AI-trein niet missen en gaat de revolutie vormgeven met een nationale onderzoeksagenda artificiële intelligentie, die door het hele veld (alfa, bèta en gamma) wordt ondersteund. De agenda beschrijft wat er allemaal komt kijken bij de ontwikkeling van een AI-algoritme of AI-systeem. Dus niet alleen de technische aspecten ervan, maar ook de interactie met mens en maatschappij.

“Het is geen vijf voor twaalf, het is vijf over twaalf”, zegt hoogleraar Inald Lagendijk, expert van de TU Delft op het gebied van AI en voorzitter van de schrijfcommissie van de onderzoeksagenda. Volgens hem is het hoog tijd voor actie, ook al komt die wat hem betreft aan de late kant.

Lagendijk weet waar Nederland in uitblinkt: “We zijn bijvoorbeeld goed in machine learning, de ontwikkeling van algoritmes en technieken waarmee computers kunnen leren. Maar ook in het aanleren van ethiek. Neem als voorbeeld een zelfrijdende auto. Die kan je de verkeersregels leren, maar er zijn ook normen en waarden die minder makkelijk mee te geven zijn aan een systeem.”

AI Coalitie

Van de Weijer trekt samen met Lagendijk op in de Nederlandse AI Coalitie, van waaruit veel overleg tussen universiteiten wordt georganiseerd. “Machine learning en ethiek zijn inderdaad sterke punten van het Nederlandse kennisveld. Vanuit de Brainport Regio Eindhoven kunnen we daar complexe systeemintegratie aan toevoegen, met dank aan enkele wereldmarktleiders op dit gebied."

“Het is niet zo dat de kwaliteit van het onderzoek naar AI afneemt, die is nog steeds behoorlijk hoog. Maar andere landen versnellen en durven meer te investeren. Er is een serieuze talent race gaande. China en de VS, maar ook omringende landen als Duitsland en Zweden bieden veel betere arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden”, zegt Lagendijk. ” Van de Weijer is het daar deels mee eens. “We zouden buiten de normen moeten kunnen bieden, maar geld is niet alles. Een goed research-ecosysteem binnen en buiten de universiteit biedt ook wat en zoals gezegd: het leven is goed in ons Brabantse land. Vlak dat niet uit.”

Met de onderzoeksagenda wil Lagendijk de politiek laten inzien hoe belangrijk AI is voor de toekomst van Nederland, niet alleen vanuit economisch perspectief maar ook voor de samenleving als geheel. “We weten dat AI ons leven zal beïnvloeden en dan kunnen we dat maar beter met Europese waarden invullen en het niet door de USA of China laten bepalen”, zegt hij.

Vorige week nog uitte Van de Weijer zich nog teleurgesteld in de bijdrage die het Rijk investeren wil in AI. “Er moet nu echt flink geïnvesteerd worden om Nederland een vooraanstaande rol toe te bedelen in de wereld van kunstmatige intelligentie. We moeten ons niet blindstaren op wat de grote landen beter doen, maar gewoon excelleren op onze specialismen. Wij doen immers nog steeds heel wat dingen beter dan de USA of China.”

Deel dit artikel via je socials