Terug naar de thuiswerker: studente Noor

Werk thuis als het kan, riep premier Rutte mensen in Noord-Brabant maandagavond 9 maart als eersten dringend op. Zou het twee weken duren? Vier? Langer? Ruim acht maanden aan coronanieuws, discussies, maatregelen, veranderingen en bijgestelde verwachtingen verder weten we wel beter - net als de TU/e’ers uit onze thuiswerkersreeks van afgelopen voorjaar. Hoe vergaat het ze? Deze week praten we elke dag bij met één van hen en blikken we terug op uitspraken van toen.

foto Privécollectie Noor Jansen
“Opa heeft de ruimte, dat is fijn. Maar het is ook wel wennen voor hem” (maart 2020)

Het Gelderse Wehl vormde dit voorjaar het thuiswerkersdecor voor Bouwkundestudente Noor Jansen, daartoe niet alleen gedwongen door corona, maar ook door de langdurige verbouwing van het huis van haar ouders. Het voltallige gezin logeerde er bij opa, tussen de schapen, alwaar de studente verwoede pogingen deed haar aandacht bij haar studie te houden, zo vertelde ze half maart.

Ze is dankbaar voor het comfortabele onderkomen dat ze in Wehl heeft gehad, “maar het is niet je eigen thuis. Het is ook gewoon best gek om met je opa te wonen, met wie je toch een andere relatie hebt dan bijvoorbeeld met je ouders. Mijn opa is een heel leuke en moderne man, die wel gewoon ook zijn eigen leven heeft. En opeens zit je met z’n allen in dat huis, dicht op elkaar; dat was heel erg wennen. En dan wil het nog wel eens wrijven, komen woorden er niet altijd mooi uit.” Inmiddels blikt ze terug op wat, ondanks strubbelingen, ook een móóie tijd is gebleken: “Op een gekke manier ben ik hierdoor uiteindelijk juist dichterbij mijn opa gekomen”.

“Ik vind het moeilijk om mezelf gemotiveerd en aan het werk te houden” (maart 2020)

Na een kleine twee maanden fulltime bij haar opa te hebben gewoond, ging Jansen voor het eerst weer terug naar haar studentenhuis in Eindhoven. “In quarantainetijd was er eigenlijk niemand.” Vanuit verveling is ze maar wat muren gaan schilderen en andere klusjes gaan doen, om uiteindelijk toch weer vaker terug te gaan naar haar familie. “Het is niks om helemaal alleen te zitten.”

Eerder deze maand is ze verhuisd naar een andere, ruimere kamer in het centrum van Eindhoven, waarmee Jansen hoorbaar in haar sas is. Ze deelt haar voordeur met drie huisgenoten, met wie ze af en toe een praatje maakt, maar met wie nog geen echte afspraken over het naleven van de coronamaatregelen zijn gemaakt. “Volgende week eten we voor het eerst samen, ik denk dat we het dan wel zullen bespreken.”

Lees verder onder de foto's.

De benodigde motivatie en concentratie voor haar studie moeten ook terug in Eindhoven trouwens nog steeds vanuit haar tenen komen, bekent de studente. Ze had zich eerder bij haar opa in huis weliswaar staande weten te houden, maar een echt goede en effectieve studiemodus vond ze niet. “Het voelde alsof er niet echt een scheiding zat tussen studeren en de rest van mijn leven. Dat vond ik moeilijk.”

Ze vervolgt: “Ik ben gewoon niet goed in thuis studeren, daar ben ik wel achter gekomen; het werkt voor mij het beste om gewoon naar de uni te gaan. Met mensen van Doppio spreken we vaak af in Fenix, het meest desolate gebouw van de campus. Hopelijk blijft de uni op zijn minst open om te kunnen studeren, dat is voor mij wel cruciaal.”

“Soms ga ik met mijn ouders mee om boodschappen te doen, om zo toch even een beetje sociaal leven te voelen” (maart 2020)

Al studerend op de campus ziet ze zo tenminste ook weer eens wat mensen in 3D, vertelt Jansen; een welkome afwisseling voor alle noodgedwongen virtuele contacten van de voorbije maanden. Al proberen zij en haar vrienden ook daar maar gewoon het beste van te maken - bijvoorbeeld in de vorm van onderlinge ‘studiedeals’. “Dan zegt iemand om twee uur bijvoorbeeld: ‘wie wil er om vier uur een spelletje doen? Dan moet je vóór vier uur dit of dat gedaan hebben’. Dat werkt heel goed.”

“Het hele verenigingsleven ligt op dit moment stil” (maart 2020)

Ook de activiteiten van toneelvereniging Doppio, waarvan Jansen vorig collegejaar een van de bestuurders was, bleven zich de afgelopen maanden bovenal online afspelen. “We hebben voor de zomer drie voorstellingen live kunnen doen, met dertig man publiek - in de Coronazaal, heel ironisch. Een paar andere producties hebben we online kunnen afronden. Maar het blijft moeilijk; elke week gelden weer andere maatregelen waarop je je moet aanpassen.”

De laatste persconferentie op 17 november bracht voor Doppio gelukkig goed nieuws: de theaters mogen weer open, per voorstelling voor een dertigkoppig publiek. “Dit betekent dat onze sterproductie ‘Abeltje’ eindelijk afgerond kan worden”, aldus een blije Jansen. Op 12 en 13 december speelt de vereniging drie voorstellingen in het Eindhovense kunstcentrum CKE.

Repeteren doen de leden van de toneelvereniging vooralsnog nog altijd online. “Niet ideaal, maar het was wel heel fijn om mensen weer te zien. Ik doe zelf vooral improvisatie, daarvoor kregen we van de regisseur verschillende groepsoefeningen waarbij je op elkaar moet inspelen. Dat was leuk en sowieso een fijne uitlaatklep, tussen het studeren door.”

“Het is soms wel fijn om het nieuws even níet te volgen” (maart 2020)

Al te omlijnde verwachtingen voor de toekomst durft Jansen niet te hebben. “Ik hoop dat we na deze golf weer wat in het echt kunnen gaan repeteren, maar als ik de prognoses een beetje volg, zie ik dat dit collegejaar nog niet echt gebeuren. Daar moet je niet al te veel over nadenken, want eigenlijk is dat alleen maar deprimerend. Ik probeer een beetje met de dag te leven.”

Deel dit artikel