TU/e gaat bedrijven in Brabant helpen met AI-supercomputer
Mede dankzij inspanningen van TU/e-instituut EAISI kunnen organisaties en bedrijven in Noord-Brabant binnenkort gebruikmaken van een hypermoderne AI-supercomputer. De computer, genaamd SPIKE-A, is een uitbreiding op SPIKE-1, die de universiteit vorig jaar in gebruik nam.
De infrastructuur lag er al: ruimte in een datacentrum in Finland, contact met de provider en kennis van AI-supercomputer SPIKE-1. “Waarom zouden we dat dan niet delen?”, zegt Wim Nuijten, wetenschappelijk directeur van AI-instituut EAISI.
En zo geschiedde: vorige week maakte de Provincie Noord-Brabant bekend 4 miljoen euro te investeren in het AI Supercomputer Initiatief Brabant, om organisaties te helpen bij de overstap van de gewone computer naar een AI-supercomputer.
Nuijten stond aan de wieg van het initiatief, waarvoor hij in 2021 de basis legde. Hij was destijds al bezig met het realiseren van supercomputer SPIKE-1 voor de universiteit.
“We vertelden hoe die computer zou gaan bijdragen aan het versnellen en verbeteren van ons onderzoek en dat dit soort rekenkracht ook nuttig kon zijn voor bedrijven. Daar was bij de Provincie en ook de BOM (Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, red.) snel enthousiasme voor.”
Extra capaciteit
De TU/e nam vorig jaar de supercomputer in gebruik en verkreeg daarmee een rekenkracht die de universiteit niet eerder tot haar beschikking had. De Provincie Noord-Brabant financiert met SPIKE-A nu ongeveer 25 procent extra capaciteit en stelt die ter beschikking van het bedrijfsleven.
“De computers staan in hetzelfde datacentrum, maar zijn wel van elkaar gescheiden. We willen bekijken of we wanneer nodig een deel van de capaciteit kunnen delen.” De computer gaat ook mee in het life cycle management-contract van SPIKE-1, wat betekent dat hij altijd de nieuwste technologie gebruikt.
Kennis delen
De provincie krijgt dus een eigen supercomputer, maar hij lijkt wel erg op die van de TU/e. Daarom is er aan de universiteit al veel kennis over deze computer aanwezig. Het TU/e Supercomputing Center gaat die kennis delen, door medewerkers van het nieuwe initiatief bij te scholen over de computer.
Zij komen fysiek in Neuron op de werkvloer te zitten, bij het Supercomputing Center en EAISI. “Wij weten wat er nodig is voor deze computer, hoe je codes kunt optimaliseren en hoe je projecten moet onboarden.“
Het Brabantse initiatief gebruikt die kennis vervolgens om bedrijven en organisaties te helpen met de computer. Die weten vaak wel waarvoor ze de computer willen gebruiken, maar niet hoe ze het specifiek op dit systeem aan de praat moeten krijgen, legt Nuijten uit.
Maatschappelijke taak
Hij verwacht dat de universiteit ook betrokken blijft bij het meedenken, bijvoorbeeld over voor welke bedrijven de computer nuttig kan zijn – en voor welke juist niet. “Dat doen we ook voor onderzoekers, we kijken samen welk probleem ze willen oplossen en of SPIKE-1 daarvoor dan de beste optie is.”
Maar wat levert dit initiatief de TU/e op? Op zichzelf niet zoveel, geeft Nuijten toe. Maar hij ziet het als de maatschappelijke taak van de universiteit om ervoor te zorgen dat kennis ook buiten de muren van de campus terechtkomt.
“Wij dragen er zo aan bij om succesvolle bedrijven in de regio te verkrijgen en behouden. Dat is goed voor de regio en daarmee voor de TU/e. Het zijn ook mogelijk toekomstige werkgevers van onze studenten en partners in onderzoeksprojecten.”
“Bovendien is het voor ons nuttig te zien voor welke toepassingen de computer wordt gebruikt. Misschien kunnen we uit de samenwerking ook inzichten halen om in onze curricula te verwerken. Maar in de kern is dit initiatief echt voor het ecosysteem.”


Discussie