door

’Erkennen en waarderen’: mooie woorden, nu nog daden

09/02/2024

Rector magnificus Silvia Leenaerts maakt werk van het programma ‘erkennen en waarderen’. Terecht, want onderwijs is naast onderzoek ook belangrijk voor een universiteit. Maar de cijfers laten zien dat er van het programma in de praktijk nog weinig terecht komt, schrijft columnist Boudewijn van Dongen.

Onlangs werd ik uitgenodigd een enquête in te vullen over het “erkennen en waarderen” programma. Een programma wat ook onze rector na aan het hart ligt. Lees dit artikel uit oktober 2023 er maar op na. Als academicus zou je je volgens dit programma moeten kunnen specialiseren in management of impact, naast onderwijs of onderzoek.

De rector gaat ervan uit dat vrijwel iedere wetenschapper zo’n 20 procent van de tijd aan onderwijs besteedt, 20 procent aan onderzoek, 10 procent aan impact en 10 procent aan management. De overige 40 procent is dus vrij in te vullen. Waar voorheen vooral onderzoek gewaardeerd werd en de meeste collega’s dus hun focus vooral op onderzoek hadden, zou het nu ook mogelijk moeten worden om te specialiseren in onderwijs of bijvoorbeeld impact door valorisatie.

In de basis vind ik dit een mooi programma. Als je inderdaad vindt dat ook onderwijs of valorisatie kerntaken zijn van de universiteit, zou je inspanningen op die vlakken ook moeten waarderen. Dat dit echter al jaren niet lukt, of althans, naar de mening van de drijvende krachten achter het “erkennen en waarderen” programma, is heel eenvoudig te verklaren. Onderwijs, leiderschap en impact leveren namelijk geen geld op. Het was de rector van TU Delft die onlangs nog liet optekenen dat hij geld uit moet geven om impact te hebben. Ook in de interne financiering van de TU/e zie je dit terug.

Ons eigen PowerBI portal ontsluit daarvoor de nodige data. De universiteit ontvangt geld van de overheid in de vorm van basisfinanciering en vergoedingen per student en per diploma. Dit is de eerste geldstroom. Daarnaast zijn er nog een tweede en derde geldstroom: dat is specifiek onderzoeksfinanciering. Nu is het interessant om de inkomsten uit de eerste geldstroom van iedere faculteit eens af te zetten tegen de door die faculteit geproduceerde studiepunten (onderwijsresultaten dus). De verschillen zijn enorm.

Een echte onderwijsfaculteit is Industrial Design. Iedere voltijds wetenschappelijke medewerker genereert op deze faculteit jaarlijks ruim 850 ECTS (het Europese studiepuntensysteem). Daarvoor krijgt de faculteit zo’n 280 euro per ECTS. Electrical Engineering, aan de andere kant, produceert slechts 400 ECTS per voltijds medewerker, maar krijgt per ECTS ruim 520 euro. Chemical Engineering and Chemistry is een uitschieter met ruimt 950 euro per ECTS. Mathematics and Computer Science is met 800 ECTS per FTE tegen 280 euro vergelijkbaar met Industrial Design, maar verzorgt wel bijna 23 procent van de totale hoeveelheid ECTS aan de TU/e.

In deze context kan ik niet anders dan concluderen dat erkennen en waarderen nog een heel lange weg te gaan heeft. Als we intern al niet in staat zijn om faculteiten te erkennen voor hun bijdrages aan de TU/e, hoe moeten we dan individuele bijdragen van medewerkers gaan waarderen? Uiteindelijk zal de laatste vraag immers altijd zijn: Wie gaat dit betalen?

Boudewijn van Dongen is professor Process Analytics aan de TU/e. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel

Deel dit artikel