Illustratie | Sandor Paulus
door

Tussen de oren | De Waarde van Data

02/12/2015

Google Streetview dat naast mooie plaatjes van de straat ook het onbeschermde wifi-verkeer in een buurt vastlegt. TomTom dat informatie over stukken weg waar vaak te hard wordt gereden deelt met de politie zodat deze meer gericht snelheidscamera’s kunnen plaatsen. ING dat analyses wil maken van betaalgegevens van klanten, en deze analyses wil doorverkopen aan derden, zodat die commerciële partijen meer gericht kunnen adverteren. De Belastingdienst die sms-parkeerdiensten gebruikt om belastingfraude op te sporen. Dit zijn voorbeelden uit de dagelijkse praktijk waarbij persoonlijke data worden gebruikt op een manier dat de nekhaartjes van veel mensen overeind gaan staan. De zogenaamde ‘creepy line’ is dan overschreden.

Big Data is een potentiële goudmijn - bits en bytes zijn de olie van de 21ste eeuw. En met verstandige analyses van grote sets data kunnen we de gezondheidszorg optimaliseren, fabricageprocessen veel efficiënter inrichten, grote logistieke problemen oplossen, en complexe sociaal-maatschappelijke vraagstukken doorgronden. Niet voor niets staat waarde-creatie hoog in het vaandel van ons Data Science Centre in Eindhoven.

Maar als we die waarde letterlijk en figuurlijk te gelde willen kunnen maken, dan moeten we ons rekenschap geven van een heel andere set waarden - die van het moreel-ethische soort. Want ongeacht juridische grenzen zal het succes van Big Data sterk afhangen van het respect dat bedrijven en overheden kunnen opbrengen voor de privacy, autonomie en persoonlijke levenssfeer van mensen.

Ethische discussie rond Big Data verdient een plek in iedere directiekamer

Toegegeven, deze moreel-ethische grenzen zijn allesbehalve helder gemarkeerd, veranderen voortdurend met het voortschrijden van de technologie, en liggen voor veel mensen ergens anders. Maar dat is geen excuus om de handdoek in de ring te gooien (a la Scott McNealy, van Sun Microsystems “You already have zero privacy anyway. Get over it.” ). Integendeel, ik denk dat een ethische discussie rondom het gebruik van Big Data een plek verdient in iedere directiekamer en raadzaal. Niet eenmalig, maar continu. En niet om juridische valkuilen te vermijden, of om potentiële reputatieschade te beperken, maar gewoon omdat het moreel juist is.

Wijnand IJsselsteijn | hoogleraar Cognition and Affect in Human-Technology Interaction

Deel dit artikel via je socials