Een verhaaltje over het slapengaan

Lees meer

Een verhaaltje over het slapengaan

Wakker worden na een ogenschijnlijk goede nacht slaap, en toch niet uitgerust zijn. Het overkomt dagelijks talloze mensen, maar de oorzaak van deze en andere slaapproblemen - zoals apneu, narcolepsie en slaapwandelen - is vaak lastig te achterhalen. Slaaparts en TU/e-hoogleraar Sebastiaan Overeem probeert daarom met slimme technologie de kwaliteit van slaap te meten zonder de slaper te verstoren - en uit te vinden hoe je gedrag gedurende de dag de daarop volgende nacht beïnvloedt.

Wie Sebastiaan Overeem tegenover zich vindt in zijn werkkamer in Flux - spijkerbroek en gympen, beginnend baardje, sportieve uitstraling - ziet geen stijve arts en al helemaal geen stoffige wetenschapper. Toch is hij het allebei: de helft van de tijd is Overeem namelijk somnoloog (slaaparts) aan slaapkliniek Kempenhaeghe in Heeze, en de rest van zijn werkweek doet hij onderzoek naar slaapstoornissen - sinds enkele jaren deels aan de TU/e, waar hij een aanstelling heeft als deeltijdhoogleraar.

Slaap is notoir lastig te onderzoeken, benadrukt de onderzoeker: “Tijdens de slaap is de patiënt natuurlijk niet aanspreekbaar, en achteraf heeft hij of zij er vaak geen herinneringen aan.” Serieuze vooruitgang in het vakgebied werd daarom pas gemaakt na de komst van het elektro-encefalogram (EEG), in de jaren twintig van de vorige eeuw. Hierbij worden de minieme elektrische signalen in de hersenen gemeten met elektrodes die op de schedel worden geplakt.

Snelle oogbewegingen

“Een andere belangrijke stap is de beschrijving van de REM-slaap in de jaren vijftig”, vervolgt Overeem. REM staat voor Rapid Eye Movement - vanwege de snelle oogbewegingen. “Dat blijkt de slaapfase waarin we dromen. Toen is ook het besef gekomen dat onze hersenen allerminst in rust zijn als we slapen: tijdens de REM-slaap verbruiken ze zelfs meer energie dan wanneer we wakker zijn.”

Om ongelukken te voorkomen verslappen tijdens de REM-slaap normaal gesproken alle skeletspieren, met uitzondering van de oogspieren en spieren die nodig zijn om adem te halen. Bij een bekende slaapstoornis - REM Sleep Behavior Disorder - vindt die verslapping niet plaats, vertelt de slaaparts, waardoor mensen hun dromen gaan uitleven in bed, vaak op een gewelddadige manier door te trappen, slaan of bijten - vooral zeer onaangenaam voor de partner van de patiënt.

“Het is ook heel anders dan slaapwandelen, dat vanuit de diepe slaap plaatsvindt. Die mensen kun je het best rustig terugleiden naar hun bed, want het is heel moeilijk om ze wakker te krijgen. Dat lukt vanuit de REM-slaap gelukkig wel vrij makkelijk. Mensen kunnen dan ook vaak precies vertellen wat ze op dat moment droomden.”

Tijdens de REM-slaap verbruiken onze hersenen meer energie dan wanneer we wakker zijn

Parkinson

Deze aandoening is een goed voorbeeld van hoe slaaponderzoek van belang kan zijn voor andere geneeskundige disciplines, zegt Overeem: “Het blijkt namelijk dat veel mensen met REM Sleep Behavior Disorder later de ziekte van Parkinson ontwikkelen. In zekere zin is het een beginstadium van die ziekte, die dan nog slechts de hersenstam heeft bereikt. Later, als de substantia nigra in de centrale hersenen is aangetast, ontstaat het trillen dat mensen van Parkinson kennen. En in een nog later stadium raken de grote hersenen aangetast, met dementie tot gevolg.”

De tekst gaat door onder het filmpje.

In dit filmpje voor de Nederlandse Vereniging Narcolepsie van enkele jaren geleden vertelt Overeem over het onderzoek naar de slaapziekte narcolepsie.

Sebastiaan Overeem over narcolepsie

In dit filmpje voor de Nederlandse Vereniging Narcolepsie van enkele jaren geleden vertelt Overeem over het onderzoek naar de slaapziekte narcolepsie.

Narcolepsie

Overeem studeerde geneeskunde en neurowetenschappen in Leiden, en promoveerde daar ook. Als beginnende promovendus bracht hij een tijd door aan Stanford University, en was hij betrokken bij baanbrekend onderzoek naar de oorzaken van narcolepsie, een aandoening waarbij de ‘slaap-waakschakelaar’ in het brein dusdanig is verstoord dat patiënten overdag plotseling in slaap vallen (en ’s nachts juist telkens wakker worden).

Hoewel lang controversieel, blijken er twee gebiedjes in de hersenen aan te wijzen die zorgen voor de overgang tussen ‘slapen’ en ‘waken’. “Als we wakker zijn, zorgt het waakcentrum dat de activiteit in het slaapcentrum actief wordt geremd en vice versa”, legt de hoogleraar uit. Dat zorgt ervoor dat we niet voortdurend in een soort halfslaap rondwandelen. “Door die terugkoppeling in de hersenen ontstaat een soort schakelaar die aan óf uit staat, in de elektrotechniek noemen ze zo’n circuit een flip-flop. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat je je niet kunt herinneren dat je in slaap valt - het gaat niet geleidelijk, maar heel snel, alsof letterlijk een knop omgaat.”

Het eiwit hypocretine zorgt er bij gezonde mensen voor dat die slaapschakelaar niet bij het minste of geringste omklapt. Dat eiwit ontbreekt echter bij mensen met narcolepsie, zo toonden Overeem en zijn collega’s in Stanford in 2000 aan, waardoor zij al bij een lichte slaapprikkel acuut in slaap vallen.

Door terugkoppeling tussen het slaap- en waakcentrum in de hersenen ontstaat een soort schakelaar die aan óf uit staat

Toch is er nog geen medicijn tegen narcolepsie op basis van hypocretine. “Het is heel moeilijk om precies die stof in de hersenen te krijgen”, legt hij uit. “Het medicijn moet dan een barrière tussen de bloedbaan en hersenen oversteken, en dat is nog steeds niet gelukt. Wel zijn er sinds kort slaapmiddelen die de receptoren voor hypocretine in de hersenen tijdelijk blokkeren. Die zijn makkelijker te maken, omdat ze niet precies op de receptor hoeven te passen.”

Slaapdiagnostiek

Tegenwoordig houdt Overeem, die sinds vorig jaar aan de TU/e de leerstoel Intelligent Systems for Sleep Disorders bekleedt, zich met name bezig met diagnostiek van slaapaandoeningen. Het is namelijk ondoenlijk om iedereen die regelmatig slecht slaapt in een kliniek zoals Kempenhaeghe aan slaaponderzoek te onderwerpen. Daar komt nog bij dat bijna niemand in zo’n setting net zo slaapt als thuis - zeker niet met een hoofd volgeplakt met elektroden.

“We zoeken daarom naar manieren om de slaap te meten zonder direct naar het brein te kijken”, zegt de onderzoeker. “Op een manier die de slaap niet verstoort en gewoon thuis kan worden gedaan, liefst een hele reeks nachten na elkaar. Dat kan bijvoorbeeld met een ‘smart watch’ die beweging en hartslag meet; dat heeft onze promovendus Pedro Fonseca aangetoond. Aan de hand van de variatie van de hartslag kun je ook iets over de ademhaling zeggen. Bij gezonde personen kunnen we zelfs al de verschillende slaapfases onderscheiden. De volgende uitdaging is om dat ook bij patiënten met slaapaandoeningen voor elkaar te krijgen.”

Dat vervolgonderzoek vindt plaats in samenwerking met onder meer Philips - tevens werkgever van Fonseca - in het kader van het Eindhoven MedTech Innovation Center (e/MTIC), waarbij ook Kempenhaeghe, het Catharina Ziekenhuis en Máxima Medisch Centrum zijn aangesloten. Behalve ‘smart watches’ zullen ook de mogelijkheden van infraroodcamera’s worden onderzocht. “Ook daarmee kun je bewegingen tijdens de slaap vastleggen, en aan de hand van de doorbloeding van de huid ook weer de hartslag. Mark van Gastel promoveert in december bij ons op de technische ontwikkeling van deze technologie.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Gemoedstoestand

Daarnaast is Overeem een onderzoekslijn gestart waarin niet zozeer de slaap zelf wordt gemeten, maar de invloed van de activiteiten overdag op de slaap en vice versa. “Uit het onderzoek van Maaike Goelema, die in februari is gepromoveerd aan de faculteit Industrial Design, blijkt dat de gemoedstoestand waarmee iemand naar bed gaat een verrassend grote rol speelt bij de vraag of iemand zich de volgende dag uitgerust voelt. Je moet een beetje relaxt naar bed zijn gegaan om ook echt uit te rusten. Daar kan ik als arts natuurlijk geen slaapstoornis van maken, maar het heeft wel een grote impact op het welbevinden van mensen.”

Een goede nachtrust begint al 's ochtends

En omdat hij liever wil méten wat iemand op een dag doet, in plaats van vragen hoeveel koffie die persoon heeft gedronken, en hoe laat precies, is het verder de bedoeling dat vragenlijsten worden aangevuld met allerlei slimme metingen. Bijvoorbeeld met de eerdergenoemde ‘smart watch’, maar ook via huishoudelijke apparaten die steeds vaker een draadloze internetverbinding hebben. “We willen dat Internet of Things gaan gebruiken om te zien wanneer een koffiezetapparaat aan is geweest, en of iemand in de koelkast heeft gezeten. Zo kunnen we het slaaponderzoek uitbreiden naar 24 uur per dag. Want een goede nachtrust begint al ’s ochtends.”

Deel dit artikel via je socials