Gaan TU/e’ers na de crisis meer thuiswerken?

En wat zijn de effecten ervan op de menselijke psyche?

Lees meer

Gaan TU/e’ers na de crisis meer thuiswerken?

Voor de meeste TU/e-studenten en -medewerkers is nog altijd het thuiswerkadvies van kracht. Cursor vroeg op Instagram en Facebook hoe men aankijkt tegen meer thuiswerken ná de crisis. Het landelijke enthousiasme hierover - 26 procent zegt dan vaker te willen thuiswerken - vinden we ook terug onder TU/e’ers. Op Instagram liet 32 procent van de 246 reageerders weten dan vaker thuis te gaan werken, op Facebook was dat 39 procent van de 197 stemmers. Ook al liggen deze cijfers boven het landelijk peil, toch zegt een meerderheid dat meer thuiswerken na de crisis niet aan de orde is.

“Aan deze universiteit wordt relatief veel op kantoor gewerkt: er heerst een aanwezigheidscultuur”, weet Eva Demerouti, hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie. “Dan gaat het om een impliciete cultuur: het gevoel hebben dat je afgerekend zult worden op je afwezigheid. Maar fysiek veel op het werk zijn, betekent niet dat je beter presteert. Nu we massaal gedwongen thuiswerken, blijkt de output door te gaan. Dus hoop ik dat hierdoor die aanwezigheidscultuur en het beeld van thuiswerken gaan veranderen. In het verlengde daarvan hoop ik ook dat het vertrouwen in elkaar hiermee toeneemt. Natuurlijk, fysiek contact is belangrijk en blijft dat ook. De behoefte aan contact is een van de redenen dat mensen naar het werk komen. Ik verwacht dus niet dat we volledig thuis gaan werken na deze crisis, maar wel iets meer en dat we het gemakkelijker doen dan voorheen het geval was.”

Voor de crisis werkte Demerouti drie dagen per week op de campus. "Ik weet nog niet hoeveel dagen ik na de crisis naar de campus zal komen, maar mijn uitgangspunt is: ‘wanneer het nodig is’. Mijn output zal in ieder geval niet verschillen. Ik coördineer nog steeds en geef gewoon feedback, alleen zien studenten me nu via hun scherm. Ik heb bij mijn studenten geen vertraging kunnen vaststellen, behalve dat sommige afstudeerprojecten bij bedrijven aangepast moesten worden door de coronamaatregelen."

Handicap

Ook Wijnand IJsselsteijn, hoogleraar Cognition and Affect in Human-Technology Interaction, wijst op het belang van fysiek contact op de werkvloer. “Voor een deel heeft het wel of niet goed thuis kunnen werken te maken met onze digitale vaardigheden. We kunnen eraan wennen en er vaardiger in worden, maar het kost meer energie dan een fysieke meeting. Ik merk dat ik veel vermoeider ben aan het einde van een dag vergaderen via een schermpje. Dat heb ik op het kantoor minder snel. Ik laad me ook meer op door de fysieke aanwezigheid van mensen. Het gebrek daaraan voelt nu bijna als een handicap. Je voelt continu de beperkingen bij ontmoetingen en contacten, zowel in je werk als privé. Het zijn ook de kleine dingen die belangrijk zijn: even een hand op je schouder, samen aan een stuk werken, of op een whiteboard kliederen: fysieke interactie."

De drempel is verlaagd

Hoogleraar Kees Storm, hoofd van de onderzoeksgroep Theory of Polymers and Soft Matter, werkte voor corona al elke vrijdag thuis. "Het wordt, nu we zoveel thuiswerken, wel lastiger om de balans tussen werk en privé goed gescheiden te houden. Beide lopen wat in elkaar over en het is moeilijker afschakelen.” Voor Storm gaat de winst niet zitten in vaker thuiswerken, maar in het efficiënter thuiswerken.

“Ik was altijd al tevreden met één dag thuiswerken en ben voornemens dat te blijven doen, maar de manier waarop is efficiënter geworden. En de drempel om af en toe eens een extra dag thuis te werken, is ook lager geworden. Ik dacht altijd: ‘dan moet ik zoveel afzeggen’. Dat houdt je dan tegen, maar nu heb ik er meer vertrouwen in dat het meeste gewoon online kan, en dat ik toch een productieve dag zal hebben.”

Studiegroepje

In tegenstelling tot Storm werkte bachelorstudente Bouwkunde Tessa Vermeer voor de crisis bijna nooit thuis: “Ik ging standaard naar de universiteit, want mijn kamer is daar vlakbij. Ik heb op de uni een studiegroepje van negen tot vijf, waarbij we elkaar helpen en je gemakkelijk vragen kunt stellen. Daarnaast is het ook gezelliger dan alleen werken. Online kan dit ook wel, maar dat is toch anders. Als je bijvoorbeeld appt met een vraag, kan het lang duren voordat je antwoord krijgt; dan gaat het hele proces wat stroever."

Ik ga straks niet vaker thuiswerken, want mijn werkplek thuis is minder fijn dan op de uni

Tessa Vermeer
Bachelorstudent Bouwkunde

Na de coronacrisis is ze dus niet van plan om meer thuis te gaan werken. "Zoals al gezegd omdat ik dichtbij woon, maar ook omdat mijn werkplek op mijn studentenkamer minder fijn is dan op de uni. Ik zit nu vanwege corona ook meer thuis bij mijn ouders. Daar is meer ruimte, het is beter geschikt om te studeren. Op mijn eigen kamer heb ik slechts een heel klein bureau, één stopcontact en geen extra beeldschermen. Ik denk dat veel mensen die op de Facebook-poll reageerden met ‘Nee, ik wil niet meer gaan thuiswerken als corona voorbij is’, dat zeggen omdat ze thuis geen goede werkomgeving hebben. Zeker voor studenten lijkt me dat het geval.”

IJsselsteijn herkent dat wel uit eigen praktijk: “Ik Skype regelmatig met studenten en die zie ik dan vooral in kleine ruimtes of op de zolder bij hun ouders zitten met een tekort aan privacy.”

Zelfleiderschap

Eva Demerouti zegt geen enkel probleem te hebben met het werken op andere locaties. "Thuis of in een café, als er maar wifi is. Als ik naar de campus kom, is dat voor direct contact met mensen. Wil ik echt iets af krijgen, dan doe ik het liever thuis - want in een ruimte waar meerdere mensen aanwezig zijn, zoals in Atlas, is dat moeilijker. Alles is er transparant; je ziet en wordt gezien, het is net een etalage. Dat kwam ook naar voren uit het onderzoek dat we hebben uitgevoerd onder gebruikers van de kantoortuinen in Atlas: mensen ervaren meer verstoringen en onderbrekingen. Vooral op bovenste etages is dat een uitdaging met zo’n open ruimte." 

Zelfleiderschap is echter essentieel om goed thuis te kunnen werken, aldus Demerouti. “Thuiswerken wordt nog te veel geassocieerd met vrij zijn. Het is wellicht niet in alle beroepen even goed mogelijk om bij thuiswerken nog de output te zien, maar in onze academische context moet dat kunnen. Zeker als je als wetenschapper niet belast bent met bijvoorbeeld werkzaamheden in het lab. Het vraagt wel om discipline om je dag zo in te richten dat je je werk doet en ook afkrijgt. Dat bedoel ik met zelfleiderschap.”

Je bent niet vrij, maar thuis is er minder sociale druk van collega’s of van een baas die op je vingers kijkt. Je moet het uiteindelijk zelf doen

Volgens Demerouti moeten mensen in deze crisistijd echter op veel vlakken hun verantwoordelijkheid nemen. “Niet alleen qua werk. Neem het advies van de overheid om zoveel mogelijk thuis te blijven. In Nederland krijg je geen boete als je voor enige ontspanning toch naar buiten gaat, in veel andere landen was dat wel het geval, of waren de regels een stuk strenger. In Nederland moet je je die regels vaak zelf opleggen. Ook hier is zelfleiderschap van toepassing, net als voor het thuiswerken. Je bent niet vrij, maar thuis is er minder sociale druk van collega’s of van een baas die op je vingers kijkt. Je moet het uiteindelijk zelf doen.”

Congressen

Voor wetenschappers zijn er naast hun onderwijsactiviteiten meer fysieke aangelegenheden die inmiddels getransformeerd zijn tot een online variant, zoals de landelijke vergaderingen met vakgenoten, of de grote internationale congressen. Ook die worden nu van huis uit gedaan. Kees Storm reisde begin maart, net voor de crisis, nog naar Denver om daar een voordracht te houden op het congres van de American Physical Society. Goed en wel aangekomen hoorde hij dat het congres niet meer doorging.

Storm: “Ik baalde eerst heel erg, zeker omdat de weken ervoor gewoon berichten kwamen dat alles door zou gaan. Maar ik snap het besluit wel; het was een slimme keuze het af te zeggen, anders had het echt een infectiehaard kunnen worden. Het is ook niet zomaar een congres, maar wereldwijd het grootste natuurkundecongres met maar liefst tienduizend bezoekers. Dat was best een risico, zoveel mensen dicht op elkaar, zeker met de kennis die we nu over het virus hebben.”

We leren veel in deze crisis

Kees Storm
Hoofd van de onderzoeksgroep Theory of Polymers and Soft Matter

Moeten in de toekomst nog zulke grote fysieke congressen georganiseerd worden? Willen of durven mensen daar nog heen? Storm: “Er is een nieuwe realiteit en je kunt nu makkelijker dan ooit even virtueel met elkaar om tafel. We waren gewend om mensen uit te nodigen, die het vliegtuig in te laten stappen, en om dat soort werkverplichtingen heen vouwde je dan je privé- en gezinsleven. Is dat altijd nodig? Ik denk van niet. Natuurlijk zijn er situaties waarin face-to-face contact heel prettig is, zoals bij een sollicitatie. Maar om wetenschappelijke kennis te delen, is het niet essentieel. Onze manier van kennisdeling gaat echt veranderen. Iedereen heeft in heel hoog tempo hiermee moeten starten, je had geen keus. Nu blijkt het ook nog heel simpel, prettig én is men ondertussen goed bekend met de werkwijze. We leren veel in deze crisis.”

Wandelgangen

Zo’n fysiek bezoek aan een congres is en blijft wel belangrijk om nieuwe contacten op te doen, vindt Storm. "Op dit soort congressen doe je juist nieuwe contacten op tijdens de informele momenten, zoals bij de lunch of in de wandelgangen. Natuurlijk kun je iemand online gericht een bericht sturen om een connectie te maken, maar zo’n organische manier van netwerken krijg je daarmee niet zomaar van de grond. Zeker voor jonge onderzoekers is het veel moeilijker om dat soort noodzakelijke contacten op te bouwen als dat niet kan op die natuurlijke manier van dat fysieke netwerken.”

Ook Tessa Vermeer ziet de voordelen van minder reizen. “Voor medewerkers en studenten die verder weg wonen van de TU/e, is thuiswerken aantrekkelijker. Zeker als je op bepaalde dagen maar één afspraak hebt staan. Neem het contact met je studentmentor. Die krijgen wel eens mails van studenten met de vraag: ‘moet ik per se komen, want het is het enige dat ik heb vandaag?’. Dan is het antwoord ‘ja’, want die meetings zijn verplicht. Het gaat studenten die verder weg wonen, helpen als je dat soort meetings in de toekomst online kunt doen. Nu vinden alle bijeenkomsten verplicht online plaats, dat moet mensen aan denken zetten: zo'n fysieke bijeenkomst hoeft eigenlijk niet, die kan ook prima online. Ook na corona.” 

Wisselen van rollen

Resteert nog de vraag welk effect het intensief thuiswerken op de menselijke psyche kan hebben. Hoogleraar Wijnand IJsselsteijn somt er een aantal op: "Nog maar moeilijk kunnen afschakelen, het missen van fysiek contact, het continue wisselen van rollen en zelfs identiteitsproblemen." Maar als we onze verwachtingen bijstellen, kunnen we die effecten temperen, denkt IJsselsteijn. “De regering van Canada vaardigde al snel goede richtlijnen uit over hoe om te gaan met thuiswerken. Stelregel één: ‘You are not working from home, you are at your home, during a crisis, trying to work’.”

Volgens IJsselsteijn is het niet alleen een praktisch en sociaal issue, "maar is het er ook eentje van identiteit. Mensen ontlenen hun identiteit deels aan hun werk; uit de locaties die ze daarvoor bezoeken en de verschillende rollen die ze daar spelen. Als ik boodschappen doe, ben ik een klant, als ik m’n kinderen van school haal of lunch voor ze maak, ben ik vader. Als ik in de trein zit, ben ik reiziger, en als ik op mijn werkplek in Atlas zit, ben ik hoogleraar.”

Volgens hem is iemands identiteit dus deels verbonden aan bepaalde plaatsen; zo voelt een student zich meer student als hij of zij op het terrein van de universiteit is. "Van Winston Churchill bestaat een mooie uitspraak die dit perfect illustreert”, zegt IJsselsteijn. “Na een Duits bombardement in 1943, waarbij de Commons Chamber van het parlement was geraakt, pleitte hij voor onmiddellijke herbouw en herstel in oude glorie. Dit was daarvoor zijn argument: ‘We shape our buildings and thereafter they shape us’."

 
Mixen van identiteiten

Nu we thuiswerken, mixen onze identiteiten ook voortdurend en vervagen de grenzen ertussen, aldus IJsselsteijn. "Ik vind het vreemd om van een functioneringsgesprek over te moeten stappen naar een vraag van mijn zoon zonder enige overgangsperiode. Dat is voor mij niet alleen een ander onderwerp, maar dan ik zit ook in een heel andere rol.”

Hij denkt niet dat de effecten van thuiswerken op de menselijk psyche verschillend zijn voor mannen of vrouwen, of voor jong versus oud. “Natuurlijk, individuele verschillen zullen er altijd zijn, maar ik verwacht ze niet op basis van geslacht of leeftijd. Mentale weerbaarheid speelt wel een rol, en de mogelijkheid toegang te hebben tot de juiste hulpbronnen - zowel fysiek als sociaal. Sommige mensen zullen thuiswerken ook makkelijker en leuker vinden dan anderen."

De continue dreiging van het virus zorgt volgens hem ook nog eens voor een verhoogd stressniveau bij mensen. "Afstandsmaatregelen bezorgen veel mensen een unheimisch gevoel. Wie toch al snel stress ervaart, zal het er moeilijker mee hebben. Mensen die de situatie positiever kunnen framen, gaan er beter mee om. Die zien deze tijd juist ook als een mogelijkheid om klussen aan te pakken die waren blijven liggen, of om goede voornemens ten uitvoer te brengen. Of ze leren zichzelf een nieuwe vaardigheid aan. Voor mensen die alleen zijn en maar een kleine sociale kring hebben, is het ook lastiger. Die voelen zich door het thuiswerken nog meer op zichzelf teruggeworpen. Voor je geestelijke gezondheid is ook je sociale netwerk van belang. Zowel de omvang als de kwaliteit ervan.”

Corona is de grote equalizer: we zitten allemaal in hetzelfde schuitje

Het informele contact van even onder de mensen komen, zoals voor studenten bij het borrelen bij de studievereniging of tijdens stappen of werken in een café, ontbrak ook vele weken. Nu komt het langzaam weer op gang. IJsselsteijn: “Sommigen missen dat erger dan anderen. Hoe zit het met je weerbaarheid om daarmee om te gaan? Uit onderzoek naar geluk weten we dat er best ernstige dingen kunnen gebeuren in iemands leven, maar dat het geluksniveau na verloop van tijd toch weer kan terugkeren naar het oude niveau. Wat we bij de bepaling van het geluksgevoel vooral zien, is dat we ons meten aan anderen: als de buren het beter hebben dan wij, is dat een aanleiding om onszelf ongelukkiger te voelen. Bijvoorbeeld als je buurman de Postcodeloterij wint en jij deed er niet aan mee. Het gaat dan meer om het vergelijkingsgevoel dan om de vraag hoe het echt met je gaat. Corona is de grote equalizer: tot op zekere hoogte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje en we kunnen allemaal ziek worden.”

Deel dit artikel