Piekeren én ambitieus zijn

Een beperking en ambitie kunnen prima samen gaan

Lees meer

Piekeren én ambitieus zijn

De universiteit biedt ondersteuning aan mensen met een functiebeperking - zowel mentaal als fysiek. Toch bestaat het idee dat lang niet alle studenten die recht hebben op ondersteuning, zich hiervoor melden. Ook student Alice Sibiescu twijfelde erover: “Is mijn probleem wel groot genoeg? Andere mensen hebben toch veel ergere dingen?”. Medestudent Stern Hutjes is blij dat hij zich gemeld heeft: “Ondanks mijn stress heb ik toch een honorsprogramma kunnen volgen".

door
foto Andrey Popov / Shutterstock

Anneke Sikkema is bij Education & Student Affairs (ESA) als beleidsmedewerker Policy, Advice & Projects verantwoordelijk voor het Study+-programma. “Dat gaat veel verder dan studeren met een handicap", zegt Sikkema, "en is bedoeld voor alle studenten die (tijdelijk) beperkt worden in hun studie en daarvoor ondersteuning nodig hebben. Je kunt denken aan een fysieke beperking waardoor bewegen over de campus minder vanzelfsprekend is, maar ook aan een depressie, zwangerschap of mantelzorgtaak."

Prikkels

Stern Hutjes, masterstudent Industrial Design, is blij dat hij zich gemeld heeft bij het Study+-programma. “Te veel prikkels en druk kunnen voor mij overweldigend zijn. Dan heb ik meer tijd nodig. Ik dacht altijd dat het gewoon een beetje stress was, onnodig om hulp bij te vragen. Toen ik in contact kwamen met lotgenoten via Lighthouse, realiseerde ik me dat ik echt wel om hulp mocht vragen.”

Het Study+-programma heeft hem geholpen met de simpele wetenschap dat als het nodig is, hij meer tijd mag nemen voor zijn master Industrial Design. “Meer tijd nemen voor het designproces is eigenlijk not done daar. Je zou in theorie eindeloos kunnen gaan ontwerpen. Dan is het einde zoek en daarom zitten er strikte deadlines op. Maar de wetenschap dat het kan als ik het écht niet trek, is fijn om me rustig te houden", vertelt Hutjes.

We zíjn niet onze beperkingen, maar we hébben ze

Stern Hutjes
Masterstudent Industrial Design

Medestudent van Hutjes, Alice Sibiescu, doet twee opleidingen: een bachelor Industrial Design en een premaster Electrical Engineering. En dat naast het feit dat hen (Sibiescu is non-binair en daarom verwijzen we met ‘hen’ en ‘hun’) slechthorend is en autisme heeft. “Wat ik het fijne aan Study+ vind, is dat er ook aandacht is voor andere zaken die een vertraging kunnen opleveren, zoals familieproblemen.” Hutjes vult aan: "Het is fijn als er naar het geheel gekeken wordt. We zíjn niet onze beperkingen, maar we hébben ze. We zijn nog steeds volwaardige mensen. Ik pieker veel en maak me zorgen, maar ben ook ambitieus. Ondanks mijn stress heb ik nog steeds een honorsprogramma gevolgd.” Sibiescu: “Mijn brein is lastig in het gareel te houden en toch volg ik twee studies. Zoiets moet voor iedereen mogelijk blijven.”

Wachtlijst

Met de komst van online lessen werd het voor Sibiescu lastiger de docenten te verstaan. Het liplezen viel deels weg. Voor de slechthorendheid heeft Sibiescu een tool aangevraagd voor live transcriptie. “Dat zou me erg helpen. Ik wist eerst niet dat ik daar om kon vragen. Voordat ik mij meldde, dacht ik: ‘Is mijn probleem wel groot genoeg? Andere mensen hebben toch veel ergere dingen?'." 

Praten met lotgenoten helpt daarbij, denkt Hutjes. Sibiescu: “De wachtlijst voor de studentpsycholoog is regelmatig nog erg lang. Het zou goed zijn als de universiteit meer geld zou investeren om die korter te maken. Zo’n wachttijd kan afschrikken.” Hutjes: “Daar hopen we met Lighthouse ook een bijdrage aan te leveren, met praatgroepen bijvoorbeeld. Soms heb je een probleem dat ook met lotgenoten op te lossen is, waardoor je die lange wachtlijst niet - direct - nodig hebt."

Altijd positief zijn gaat voorbij aan de pijnpunten van deze tijd

Alice Sibiescu
Bachelorstudent Industrial Design en premaster Electrical Engineering

Het lijkt hem vaak in de kleine dingen te zitten waarvan niet iedereen zich altijd bewust is. Sibiescu: “Neem de updates van het College van Bestuur. Die zijn altijd ingestoken op ‘jullie doen het goed, we weten dat corona lastig is, maar schouders eronder, jullie kunnen het’. Dat gaat heel snel voorbij aan de pijnpunten van deze tijd. Je kunt gewoon niet áltijd positief zijn.”

Hutjes: “Zoiets geeft je het gevoel dat je negatieve emoties er niet mogen zijn. Ik snap waarom ze het zeggen. Je wilt dat mensen optimistisch blijven. Maar wat meer erkenning is soms ook belangrijk. Toch heeft corona ook een soort gelijkheid gecreëerd: iedereen gaat hier nu doorheen en het is wat gemakkelijker geworden om over problemen te spreken. Meer mensen doen het nu.”

Studentenadviescommissie

Om het programma verder te verbeteren, is er nu ook een studentenadviescommissie, “want medewerkers hebben net een andere blik dan studenten zelf”, zegt Sikkema van ESA. Ze is nog op zoek naar meer studenten die willen meepraten in de commissie, waarvoor je je bij haar kunt melden.

Twee studenten die al meepraten, zijn - behalve Hutjes en Sibiescu - Julie de Nooij en Anne Jonker. Jonker, masterstudent Innovation Sciences, heeft in 2006 een ongeluk gehad waarbij ze hersenletsel heeft opgelopen. “Er is een stukje kapot gegaan, waardoor ik informatie langzamer verwerk. Ik voel me soms schuldig dat ik aan het programma deelneem en in de adviescommissie zit, omdat ik mijn beperking nog vind meevallen. Maar ik heb wel recht op extra tijd en doe langer over tentamens. De kans op ondersteuning ligt er, die moet je pakken. Ik wil me hard maken voor mensen met een beperking die je niet direct ziet, zoals ook bij mij het geval is. Het zou goed zijn als er nog enkele studenten bijkomen in de adviescommissie, zeker iemand met een visuele beperking, om alle belangen goed te kunnen behartigen.”

Julie de Nooij, bachelorstudent Electrical Engineering, heeft een aangeboren blessure aan haar polsen. "Die zorgt ervoor dat ik maar vijf minuten per keer kan schrijven en typen. Vooral in het eerste jaar op de uni heb ik het moeilijk gehad, er was toen nog niet precies duidelijk waar ik recht op had. Ik kon toen nog geen mondeling krijgen, en zonder dat kan ik geen tentamen afleggen. Nu gelukkig wel. Aan mijn blessure is helaas niks te doen. Ja, vastzetten. Maar dan kan ik hem helemaal niet meer bewegen en dat wil ik niet. Ik wil wel uitzoeken of ik het met elektrotechniek uiteindelijk zelf kan doen. Wie weet bedenk ik wel iets."

Jonker: “Als je op basis van je capaciteiten universiteitswaardig bent, moet je er ook kunnen studeren. Daarbij moet de universiteit een ondersteunende rol aannemen. Maar dan moet je je als student natuurlijk wel melden. Als je dat nog lastig vindt, praat dan eerst met een medestudent, studentmentor of Lighthouse, dat is wat laagdrempeliger. Daarnaast is het belangrijk dat we aan de universiteit hier aandacht aan besteden zodat iedereen meer bewust wordt dat dit speelt.”

Eerlijk zijn

De Nooij: "In mijn introgroepje werd direct al gezegd: ga praten met een studieadviseur. Ik heb toen meteen een gesprek geregeld”. Sikkema is het met de dames eens: “Zaken als autisme of mentale problemen zijn niet altijd direct zichtbaar, het is dus heel belangrijk dat die gemeld worden. Maar we willen ook realistisch blijven: als iemand heel veel beperkingen heeft, moeten we eerlijk zijn in wat we als universiteit kunnen bieden.” Jonker kijkt ook verder dan alleen studenten. “Neem nu de promovendi. Dat zijn officieel medewerkers, geen studenten. Maar die hebben ook ondersteuning nodig. Daar moet over worden nagedacht.”

Dat de communicatie rondom Study+ beter kan, zijn de betrokkenen met elkaar eens. “Het moet zo makkelijk mogelijk zijn om je te melden”, vindt De Nooij. “Het is goed dat er bij de inschrijving wordt gevraagd naar ‘het hebben van een functiebeperking’, maar misschien kunnen we dat anders omschrijven zodat meer studenten genegen zijn zich te melden. Bijvoorbeeld: ‘is er iets dat je in je studie kan beperken en dat besproken moet worden?’. Dat is inclusiever, ook voor mentale problemen. En die vraag moeten we ook tijdens de hele studietijd blijven stellen, want de situatie van iemand kan veranderen.”

Zicht op cijfers

In Nederland heeft zo’n dertig procent van de studenten een beperking, waarbij tien procent daar ook effectief last van heeft tijdens de studie. Aan de TU/e zijn helaas geen cijfers beschikbaar van het aantal studenten dat van Study+ gebruikmaakt. “Daar willen we wel meer zicht op krijgen”, zegt Sikkema. Wel zijn er jaarlijks zo’n 340 studenten die zich melden voor tentamenvoorzieningen, zoals extra tijd. Dit collegejaar zijn dat er overigens al 344 en waarschijnlijk loopt dit nog verder op dit jaar.

Rector Frank Baaijens heeft namens de TU/e in oktober het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap ondertekend. In het kader daarvan wordt het beleid verder verbeterd. Het melden is dus heel belangrijk, zijn alle betrokkenen met elkaar eens. “Zolang er niks gemeld wordt, kunnen we ook niks doen”, zegt Sikkema. “Naast het online melden tijdens je inschrijving, kun je je tijdens de voorlichtingsdagen ook aanmelden voor een gesprek over studeren met een beperking.”

Deel dit artikel