Niet naar college, wel naar de bijbaan

Studenten besteden steeds minder tijd aan hun studie

Steeds meer studenten werken naast hun opleiding, en doen daardoor minder voor hun studie. Voor veel van hen gaat het niet alleen om inkomen, maar ook om praktijkervaring: “Het is gewoon leuk om in verschillende omgevingen te werken.”

door
foto Halfpoint / iStock

Rover zit in zijn laatste jaar van de wo-bachelor humanistiek en werkt twintig uur per week naast zijn studie. “Ik sta achter de bar bij een poppodium. Dat is heel leuk, want je spreekt veel mensen, maar de nachtdiensten zijn erg vermoeiend.” Zijn studie lijdt er soms onder, geeft hij toe.

Hij is geen uitzondering. Van alle bachelorstudenten aan universiteiten en hogescholen heeft 62 procent inkomsten uit een bijbaan, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS.

Steeds meer mensen maken zich zorgen, want bijbaantjes gaan ten koste van studeren. Ook zijn er aanwijzingen dat studenten steeds minder in de les komen opdagen. Hoe valt het tij te keren?

Minder uren studie

Veel universitaire studenten hebben een bijbaan, maar werken vaak maar beperkt: 60 procent draait maximaal twaalf uur per week. In de wo-bachelor werken nauwelijks studenten fulltime. Dat laatste doen ze overigens wel in de masterfase: 18 procent combineert de opleiding met een volledige baan. Kennelijk schrijven zij hun scriptie dan in de weekenden en avonduren.

Dat werken gevolgen heeft voor de studie, blijkt uit cijfers van de jaarlijkse Studentenmonitor. Studenten met een vaste bijbaan besteden minder tijd aan studeren.

Daar komt bij dat studenten naar eigen zeggen sowieso steeds minder tijd aan hun opleiding besteden. Die trend is al jaren zichtbaar. In het wetenschappelijk onderwijs was rond 2018 iets meer dan 60 procent van de studenten meer dan dertig uur per week met de opleiding bezig. In recente cijfers ligt dat percentage iets lager.

Studiepunten

Dat is opmerkelijk, want een universitaire studie is in principe gebaseerd op een fulltime inzet van veertig uur per week. Daar is ook het systeem van studiepunten op gebaseerd.

Toch klinkt op universiteiten vaak dat een bijbaan goed te combineren is met de studie. De Universiteit Twente schrijft bijvoorbeeld: “Je hoeft niet te kiezen. Je kunt studeren én werken.” Tilburg University verwijst studenten actief naar vacaturesites en de Universiteit Utrecht heeft een eigen vacaturebank. Aan de TU/e is Euflex, een volledig dochterbedrijf van de universiteit, betrokken bij het regelen van studentbijbanen en andere flexibele functies.

Een bijbaan is zo gebruikelijk geworden dat studenten flexibiliteit verwachten van hun opleiding. Voor Rover is het combineren van werk en studie redelijk goed te doen: hij krijgt maar op twee dagen per week les. Naast zijn werk bij het poppodium is hij ook actief in de universiteitsraad. Daar is hij ongeveer een dag per week aan kwijt.

Verplichte aanwezigheid

Met een overvloed aan bijbaantjes en steeds minder studietijd kun je één ding op je vingers natellen: studenten slaan weleens een college of werkgroep over. Zeker als ze geen aanwezigheidsplicht hebben.

Vrijwel iedereen in het hoger onderwijs kent waarschijnlijk de verhalen over halflege collegezalen, maar harde cijfers zijn er niet of nauwelijks. De aanwezigheid wordt zelden bijgehouden, in elk geval niet centraal.

Onderzoeker Rick Ikkersheim (Hogeschool Inholland) is gespecialiseerd in studiesucces. Hij noemt het gebrek aan harde cijfers een blinde vlek: “Het verhogen van die aanwezigheid is de kortste route naar een lagere uitval van studenten. Als je hiermee aan de slag wilt, dan moet je wel eerst weten hoe het nu met die aanwezigheid is.”

Afwezige studenten zijn blijkbaar niet gemotiveerd, krijgt Ikkersheim te horen als hij hierover praat. Maar je kunt dit niet zomaar op studenten afschuiven, vindt hij. Je moet kijken wat er aan de hand is.

Software

Er is hernieuwde aandacht voor aanwezigheidsplicht. Sommige universiteiten, zoals de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Leiden, stellen werkcolleges voor eerstejaars rechten verplicht en monitoren hun aanwezigheid met speciale software. 

Te vaak afwezig? De consequenties kunnen pittig zijn; in een uiterste geval volgt uitsluiting van het tentamen. En dat is niet voor niets, laat het ‘team aanwezigheidsplicht’ bij de Vrije Universiteit weten. “Het missen van werkcolleges bij rechten in het eerste jaar heeft nu gevolgen voor hun studievoortgang. Ze kunnen het niet afkopen met een vervangende opdracht.”

Komen deze studenten dan niet in de knel met hun bijbaan? Als ze serieus hun diploma willen halen, zullen ze echt wel naar de verplichte lessen komen, menen ze bij de Vrije Universiteit. Dan werken ze maar wat minder.

Volwassen

Voorzitter Sarah Evink van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft moeite met dit soort ingrepen: “Studenten zijn volwassen en hebben heus wel door wanneer ze er echt moeten zijn. En als het misgaat, leren ze daar ook weer van.”

Omgekeerd wil ze ook niet zeggen dat de aanwezigheidsplicht verkeerd is. “Ik denk dat maatwerk belangrijk is en dat keuzes over aanwezigheid dicht bij de opleiding gemaakt moeten worden.”

Inkomsten hard nodig

Wie vaak aanwezig is in de lessen, zeggen onderzoekers, valt minder vaak uit. Je weet alleen niet zeker hoe dat komt. Misschien doen deze studenten gewoon meer hun best en zouden ze het sowieso wel redden. Voor studenten voelen de lessen niet altijd cruciaal.

Rover heeft de inkomsten nu hard nodig om zijn hoge huur te betalen. Maar naast geld brengt zijn werk voor de universiteitsraad en het poppodium hem ook veel ervaring; hij doet hier allerlei professionele vaardigheden op. “Het is gewoon leuk om in verschillende omgevingen te werken.”

Volgens hem zou een bijbaan niet noodzakelijk moeten zijn voor basisuitgaven. Maar dat is nu wel zo. Volgens het Nibud kost studeren (huur, boodschappen, collegegeld enzovoorts) bijna 1.200 euro per maand, terwijl de basisbeurs voor uitwonenden slechts 324 euro bedraagt.

Een hbo-student verdient gemiddeld 833 euro per maand met werk en/of stage; een wo-student komt tot 690 euro. Bijna vier op de tien studenten heeft géén bijbaan; de vraag is hoe zij het dan redden.

Ouders

ISO-voorzitter Evink weet het wel: “Sommige studenten hebben het geluk dat hun ouders veel bijdragen. Anderen kunnen gewoon geen bijbaan hebben, zoals studenten geneeskunde. Zij zijn soms letterlijk van zeven uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds weg voor hun coschappen. Zij bouwen dan een hoge studieschuld op.” 

Daarnaast zijn er natuurlijk ook genoeg studenten die kosten besparen doordat zij besluiten thuis te blijven wonen.

Uiteindelijk zegt 57 procent van de studenten makkelijk rond te komen (Nibud, 2024), maar een flinke groep heeft er moeite mee. Studentenorganisatie ISO pleit daarom voor een hogere basisbeurs van 530 euro.

Blije werkgevers  

Moeten we dan maar accepteren dat studenten sowieso werken naast hun studie en minder tijd aan hun opleiding besteden? Werkgevers zullen er allicht niet om rouwen. Zij profiteren van de studenten als goedkope, flexibele schil in een krappe arbeidsmarkt. Veel studenten werken daarnaast op onregelmatige tijden.

Rover heeft een voorkeur voor vaste werkdagen bij zijn werkgever, zegt hij, maar hij komt weleens in de problemen met zijn wisselende studieroosters. Hij zou graag vaste dagen in de week vrij hebben.

Ikkersheim van Inholland snapt dat wel. Opleidingen moeten allereerst een goede structuur bieden, zegt hij. De meeste studenten hebben behoefte aan regelmaat, zowel in het onderwijs als in hun privéleven. “Ik denk dat veel studenten in de praktijk hun studie als parttime aanvliegen. Als wij het onderwijs niet verplichten, dan kiezen ze voor activiteiten die wél een verplicht karakter hebben, zoals werk, sport of iets sociaals.”

Dus zit er wat Ikkersheim betreft maar één ding op: aanwezigheid moet weer de norm worden. Er moet een cultuurverandering komen. Hij pleit voor een ‘wederzijdse verplichting’: studenten moeten naar colleges komen, zeker in het eerste jaar, in ruil voor betrokken docenten en een aantrekkelijk rooster dat ruimte biedt aan een bijbaan zonder schade te berokkenen aan de inzet van studenten.

Uitval en studiesucces blijven stabiel

Dat studenten meer werken en minder studeren, heeft niet meteen gevolgen voor hun kansen op een diploma. Het leidt bijvoorbeeld niet tot hogere uitval. In het eerste studiejaar van het wo is de uitval gemiddeld 5 tot 7 procent.

Maar het studiesucces is toch al niet zo hoog. Veel studenten lopen vertraging op. Aan de universiteit weet slechts 64 procent binnen vier jaar de (driejarige) wo-bachelor af te ronden. Binnen de technische opleidingen ligt dit percentage nog lager: daar behaalt slechts de helft binnen vier jaar het diploma.

Studentenorganisatie ISO neemt het voor de studenten op. Studievertraging heeft een te negatieve lading gekregen, vindt voorzitter Evink. Want wat noem je succes? Het studietempo maakt volgens haar niet zoveel uit, zolang je maar over de eindstreep komt. “Als je studenten vraagt wanneer ze hun studie succesvol vinden, is het meest gegeven antwoord ‘een diploma behalen’ en het minst gegeven antwoord ‘nominaal afstuderen’. Studenten vinden zelfontwikkeling belangrijker.”

Maar als die vertraging voortkomt uit een gebrek aan inkomsten, dan is het een ander verhaal. Evink maakt zich zorgen over de vele studenten met een omvangrijke bijbaan: “Veel studenten werken meer dan 16 uur. Dat gaat ten koste van hun mentale gezondheid.”

Deel dit artikel