Jan Fransoo: “Blij met de recordscores voor onze masters”

Terugkijkend noemt hoogleraar Jan Fransoo, die eind 2013 aantrad als dean van de Graduate School, die vier jaar “een geweldig intensief traject”. Maar zijn onderzoek en promovendi hebben er niet onder geleden, verzekert hij. Vrijdagmiddag is er een informele afscheidsbijeenkomst voor hem georganiseerd, want begin 2018 gaat hij aan de slag aan de Kühne Logistics University in Hamburg.

Wat hij straks het meest gaat missen van de TU/e, waar hij bijna 33 jaar rondliep, zouden we eigenlijk pas over een half jaar moeten vragen. “Maar ik denk dat mijn antwoord zal zijn: de studenten, ontwerpers en promovendi. Die zijn echt goed, bijzonder en heel divers.”

Het combineren van het decanaat van de Graduate School met zijn werkzaamheden als hoogleraar Operations Management & Logistics noemt hij “mooi, maar zwaar”. “Met een geweldig team van Graduate Program-directeuren en ondersteunende staf hebben we vormgegeven aan de visie van de universiteit op ons masteronderwijs, de opleiding van promovendi en - op het laatste moment - de ontwerpersopleidingen.”

Na vier jaar, waarin geen ruimte was om nieuwe onderzoekstrajecten te starten, acht hij het een mooi moment zijn tijd in Eindhoven af te sluiten. Voor zijn opvolger Paul Koenraad ziet hij uitdagingen bij het ontwikkelen van de professional skills bij de masters. “Afgezien daarvan staan onze masters er fantastisch voor en hebben we in de nationale studentenenquête een recordscore behaald. Ik ben vooral blij dat we bepaalde opleidingen die al jaren een lagere score hadden, in de afgelopen jaren echt hebben opgekrikt.”

Een andere brede uitdaging voor de nieuwe dean ligt volgens hem bij de veranderende onderwijsomgeving en het aanbod en de rol van online onderwijs. “Als onderdeel van de TU/expedition 2030 zal de Graduate School op veel fronten een belangrijke rol gaan spelen. Heel spannend wordt hoe de PDEng-opleidingen in de omgeving van de TU/engine (de stimulerende rol die de TU/e wil spelen binnen de Brainport-regio, red.) zich verder gaan ontwikkelen.”

Taaleis

Voor de masters verwacht hij dat de internationale instroom zal blijven groeien. "De aanscherping van onze taaleis heeft weliswaar geleid tot een daling bij de Chinese aanmeldingen, maar de onderliggende trend is nog steeds groei en ik verwacht komend jaar een groei van tien à twintig procent. Daarnaast zien we een daling bij de hbo-instroom; ook dat is gevolg van beleid, omdat we bij de grootste opleiding, Technische Informatica, een pilot hebben gedaan met een toelatingstoets voor het schakelprogramma. Die pilot is naar tevredenheid gelopen en de Graduate Program Directors hebben afgesproken dat komend jaar voor alle hbo-schakeltrajecten zo te gaan doen. Dat zal vermoedelijk nog tot een verdere daling leiden.”

Het ondervangen van stress bij promovendi heeft de afgelopen tijd ook de aandacht van Fransoo gekregen. “We hebben dit onderzocht in de satisfactiepeiling onder onze promovendi en tevens hebben we hierover gesproken met de vertrouwenspersonen. Het beeld dat hieruit naar voren kwam, is dat in Eindhoven de begeleiding zeer goed op orde is en er een zeer hoge satisfactie onder promovendi bestaat. Echter, elk geval is er één teveel en daarom hebben we, in samenwerking met de TU/e PhD-PDEng Council, een aantal voorstellen ontwikkeld om het ‘vangnet’ voor promovendi op de TU/e nog verder te verbeteren en vooral beter zichtbaar te maken. Die voorstellen worden momenteel besproken in de diverse gremia.”

Selectie

Wat vindt hij van de ontwikkeling dat er bij sommige faculteiten een selectie plaatsvindt voor populaire afstudeerrichtingen? “Binnen de financiële beperkingen waarbinnen de universiteit opereert, is het onvermijdelijk. Op steeds meer faculteiten komt het aantal afstudeerders dicht in de buurt van de maximale capaciteit. En dat betekent dat bij sommige groepen in die gevallen die capaciteit zou worden overschreden als we niets doen.”

Blij is Fransoo daar niet mee, “want de kwaliteit van het onderwijs en de individuele afstudeerbegeleiding zijn van primair belang. Met invoering van de numeri fixi in de bachelor zou er na 2021 geleidelijk weer wat meer speling in de capaciteit van de masteropleidingen moeten komen. Ik heb daarnaast goede hoop dat studenten ook binnen de TU/engine kunnen gaan afstuderen”.

Cognitieve psychologie

Over de toekomst van zijn eigen vakgebied, Operations Management & Logistics, verwacht hij dat de invloed van technologie - “denk aan data science en robotica” - een grote invloed zal gaan hebben op logistieke systemen en daarmee op logistiek onderzoek. “Interessant genoeg betekent dit dat de rol van de mens hierbij steeds beter moet worden gedefinieerd en dus ligt ook nauwe samenwerking met een vakgebied als cognitieve psychologie sterk voor de hand.”

Daarnaast wordt logistiek steeds meer een enabler van belangrijke andere systemen, zegt Fransoo. “Denk bijvoorbeeld aan allerlei nieuwe on demand diensten als Deliveroo of Uber, maar ook om het oplossen van grote maatschappelijke uitdagingen als het wereldvoedselprobleem of toegang tot medicatie. Kortom, veel interessante ontwikkelingen met uitdagende onderzoeksvragen. Ik adviseer om het recente boek Reaching 50 Million Nanostores te lezen, om te begrijpen wat de complexiteit van megasteden ons gaat brengen.”

Vrijdagmiddag 24 november is in het Auditorium voor Jan Fransoo een afscheidsbijeenkomst georganiseerd van 15.00 tot 16.30 uur, met aansluitend een receptie.

Deel dit artikel