Foto | Shutterstock

Technische Natuurkunde ‘tot op het bot uitgekleed’

De vereiste bezuiniging van een miljoen euro op een begroting van negen miljoen is behaald. De personele gevolgen die dat met zich meebracht, onder meer het schuiven met de posities van enkele hoogleraren en andere stafleden, zijn nagenoeg afgerond en gedwongen ontslagen zijn tot nu toe voorkomen. "Er is weer een fundament om op te bouwen, maar de faculteit Technische Natuurkunde is wel tot op het bot uitgekleed”, zegt decaan Gerrit Kroesen. Meer onderzoeksgeld binnenhalen is nu de eerste prioriteit.

door
foto Shutterstock

Geen klachten of dreigementen met gerechtelijke procedures hebben het afgelopen jaar het bureau van directeur Jolie van Wevelingen of dat van decaan Gerrit Kroesen bereikt. De reorganisatie die Kroesen een jaar geleden met pijn in zijn hart moest aankondigen, is nagenoeg afgerond en heeft de faculteit Technische Natuurkunde financieel weer boven water getakeld. Er was een tekort ontstaan van meer dan een miljoen euro op de eerste geldstroom, en de tweede en derde geldstroom konden dat gat niet meer dichten.

 

Bij twee verlieslijdende onderzoeksgroepen (Physics of Nanostructures en Mesoscopic Transport and Permeable Media) plus het faculteitsbureau is het afgelopen jaar ingegrepen, met diverse hoogleraren en medewerkers zijn afspraken gemaakt en de PDEng-opleiding Design and Technology of Instrumentation wordt op dit moment gefaseerd afgebouwd.

In eerste instantie zou er ook binnen de groep secretaresses en bij het ondersteunend technisch personeel gezocht gaan worden naar mogelijkheden om te bezuinigingen, maar dat bleek uiteindelijk toch niet nodig te zijn, vertelt directeur bedrijfsvoering Jolie van Wevelingen. 

Solidariteit

Beide bestuurders waren het afgelopen jaar aangenaam verrast door de grote saamhorigheid en solidariteit binnen hun faculteit en dat heeft er volgens hen voor een groot deel aan bijgedragen dat gedwongen ontslagen grotendeels vermeden konden worden. “We wisten natuurlijk al dat de onderlinge solidariteit hier sterk is, maar het is goed om te zien dat het in moeilijke tijden ook echt zo werkt.”

Kroesen en Van Wevelingen zeggen het hele proces op een zeer persoonlijke wijze te hebben benaderd. Van Wevelingen: “We hebben vele een-op-eengesprekken gevoerd met betrokkenen en iedere brief, en dat waren er zeker zo’n honderd, hebben we persoonlijk overhandigd. Ook hebben we de facultaire gemeenschap voortdurend op de hoogte gehouden van de laatste stand van zaken en hebben we de lijnen met de faculteitsraad continu open gehouden. Ook van die kant is de medewerking zeer constructief geweest. We hebben de raad de mogelijkheid geboden een eigen jurist in te huren, zodat ze onze voorstellen voortdurend juridisch konden checken. De kosten namen wij voor onze rekening.”

Peter Zijlstra, voorzitter van de faculteitsraad, beaamt dat het overgrote deel van de reorganisatie respectvol en soepel is verlopen. “De communicatie had op enkele punten beter gekund”, aldus Zijlstra, “vooral op zo’n specifiek onderdeel als de pensioenregelingen. Daar was een externe adviseur voor ingehuurd, die niet altijd het juiste advies heeft verstrekt. Daar had het bestuur echter niet direct schuld aan en zodra het bekend werd, zijn de fouten gerepareerd.”

Toekomst

Volgens de bestuurders heeft de reorganisatie ervoor gezorgd dat er nu weer een fundament ligt om op verder te bouwen. “De invoering van het aangepaste financiële verdeelmodel SAM pakt in 2019 goed voor ons uit en we zien voor volgend jaar het aantal promovendi weer groeien van dertig naar veertig. Ook de samenwerking met het energie-onderzoekscentrum DIFFER, dat zich drie jaar terug vestigde op onze campus, begint steeds beter te lopen. Dat geldt ook voor de samenwerking met Electrical Engineering, de faculteit waarmee we sinds eind 2014 Flux delen.”

Het fundament mag er dan liggen, Kroesen waarschuwt wel dat zijn faculteit echt “tot op het bot is uitgekleed. Iedereen is doordrongen van de noodzaak om nu de andere kant op te bewegen, wat betekent dat het binnenhalen van onderzoeksgeld en het zoeken naar samenwerking binnen en buiten de universiteit urgenter dan ooit is.”

Ook FR-voorzitter Zijlstra zegt dat dit nu prioriteit nummer één is. “Daarom werkt de faculteit al enige maanden aan een strategisch plan om die stijging van de onderzoeksmiddelen daadwerkelijk te realiseren. Dat plan kent vele facetten, zoals de al genoemde samenwerkingen, en moet er voor het einde van dit jaar liggen. In ieder geval nog voor de onderzoeksvisitatie die eind 2018 zal plaatsvinden.”

Instroom

Met de studenteninstroom zit het volgens decaan Kroesen wel goed. “Die lag dit jaar zo rond de 180 eerstejaars, wat het totaal aantal studenten op zo’n 900 brengt. Dat is wel een aantal dat voor ons een grens betekent als het gaat om de ruimte die we voor de kantoren van de staf beschikbaar hebben. Daar zullen we met het College van Bestuur de discussie over moeten aangaan. Onze staf is vooralsnog wel groot genoeg om dit aantal te kunnen verwerken.”

Deel dit artikel via je socials