Minou Weijs. Foto | Bart van Overbeeke

Sluitstuk | Netwerken in bedrijf

Vergaderen op een schommel of brainstormen in de ballenbak, zelfs een plant naast de koffiemachine kan al verschil maken. In een tijd van flexibel werken en ondernemerschap werken steeds meer mensen individueel. Om kennis te (blijven) delen zijn sociale en informele ruimtes van essentieel belang, ziet Bouwkunde-onderzoeker Minou Weijs.

Er is nog steeds een groeiende vraag naar flexibele werkruimtes. Mensen werken op verschillende locaties - thuis, in openbare ‘hotspots’ of tijdens het reizen. Daarnaast zijn er meer zelfstandige ondernemers, freelancers en werknemers die niet meer standaard van negen tot vijf willen werken en een kantoorruimte zoeken in een bedrijfsverzamelgebouw, waar kantoorruimte, voorzieningen en diensten gedeeld worden door verschillende bedrijven.

Het draagt er volgens Minou Weijs allemaal aan bij dat de kantooromgeving aan het veranderen is naar een plek waar ontmoetingen en samenwerking plaatsvinden. Belangrijk voor het delen van kennis en het genereren van nieuwe ideeën en daarom richten bedrijfsverzamelgebouw-concepten zich dan ook op het stimuleren hiervan.

Kennisdeling

Maar vindt die kennisdeling ook daadwerkelijk plaats in deze gebouwen en in hoeverre draagt de fysieke werkomgeving hieraan bij? Deze week promoveerde Weijs aan de faculteit Bouwkunde op de vraag hoe kennisdelen binnen en tussen bedrijven in bedrijfsverzamelgebouwen bevorderd kan worden.

We werken namelijk steeds minder op de ‘traditionele’ manier: op vaste werktijden op een vaste werkplek. Weijs bekeek het aanbod van kantoorplekken in bedrijfsverzamelgebouwen en ziet het nieuwe werken hierin ook terug. “Je kunt vier verschillende types onderscheiden: reguliere bedrijfsverzamelgebouwen met meestal langere huurperiodes en nauwelijks aanbod van diensten; incubators die startups ondersteunen en bedoeld zijn om economische groei in de regio te bevorderen; servicekantoren met aanbod van veel extra diensten zoals ict, catering en fitness, korte en flexibele huurcontracten en vaak op basis van een betaal-naar-gebruik-principe en tot slot co-working kantoren die echt gericht zijn op het creëren van een community. De laatste jaren is het aanbod van die laatste twee kantoorvormen enorm gestegen, en zie je steeds meer combinaties hiertussen ontstaan. Juist deze concepten besteden ook veel aandacht aan samenwerken.”

Want inderdaad, hoe kun je ondanks al het zelfstandige werken toch je kennis blijven delen? “Ieder concept heeft zijn unieke kenmerken. We waren erg benieuwd welke kenmerken invloed hebben op het kennisdelen. Meer dan vijftig bedrijfsverzamelgebouwen, onderverdeeld in de vier kantoortypes, hebben aan mijn onderzoek meegedaan. Het is lastig om het delen van kennis tussen verschillende organisaties exact te meten. Maar we kregen een betrouwbaar beeld door gebruikers in een bepaalde periode drie keer per dag te laten aangeven of ze in dat afgelopen uur een ontmoeting hadden gehad, kennis hadden gedeeld en zo ja, met wie, wat en waar.”

Uit het onderzoek van Weijs komt naar voren - hoewel het een open deur lijkt - dat een koffiehoek met een huiselijke sfeer, een gezellig bedrijfsrestaurant of een lekkere loungehoek mensen bij elkaar brengt en laat ontspannen. Een goede combinatie om samen tot creatieve nieuwe ideeën te komen, benadrukt Weijs. “Ontwikkelaars denken vaak dat een open kantoortuin al voldoende is om mensen in contact te brengen. Zeker, het is een goede eerste stap, maar juist de extra’s bevorderen het echte brainstormen en trekken huurders aan. Het loont dus zeker te investeren in het aanbieden van sociale evenementen en de kantoorinrichting.”

Wachtlijsten

Bij de start van Weijs’ onderzoek was er sprake van veel leegstand en wilden kantooreigenaren graag weten wat ze met het gebouw moesten zodat het wel verhuurd zou worden. “Het standaard kantoor is echt aan het verdwijnen. De markt trekt weer aan en mensen kiezen voor flexibele werkvormen. Kantoren met een uniek concept hebben nu vaak al wachtlijsten voor nieuwe huurders.”

Volgens Weijs hoeft dat unieke concept niet meteen te betekenen dat er glijbanen en hangmatten aangesleept moeten worden. “Betrek vooral de huurders bij de ontwikkeling van een concept - als ze onderdeel zijn van een gemeenschap vertrekken ze bovendien ook minder snel - en houd de doelgroep goed voor ogen. Voor het SX-gebouw op Strijp-S met sportgerelateerde bedrijven werkt een ontmoetingsruimte met halfpipe en basketbalveld, voor de strakke pakken op de Zuidas is dat minder comfortabel.”

Deel dit artikel via je socials