TU/e host eerste nationale CBL-congres

Meer dan 260 bezoekers uit binnen- en buitenland verzamelen zich komende donderdag in het Auditorium voor de eerste National Challenge-Based Learning Conference. Behalve TU/e-onderzoekers zullen ook specialisten van andere Nederlandse instellingen er hun bevindingen presenteren. TU/e innovation Space-directeur Isabelle Reymen, die samen met ESoE’s Jan Vermunt een groot onderzoeksproject naar Challenge-Based Learning draagt, is verheugd over de grote belangstelling en “over de kansen voor kennisuitwisseling en samenwerking die de conferentie creëert.”

Wereldwijd is Monterrey in Mexico hét kenniscentrum op het gebied van Challenge-Based Learning (CBL), bleek onlangs uit een Italiaanse studie. Maar Eindhoven zit daar niet ver onder, weet Isabelle Reymen. “In de innovation Space brengen we onder andere via keuzevakken jaarlijks vierduizend studenten in aanraking met CBL, en daar kunnen we de zevenhonderd leden van de studententeams bij optellen – want ook dat is CBL. En vanaf september, wanneer het nieuwe Bachelor College van start gaat, maakt CBL structureel onderdeel uit van het bachelorcurriculum.”

De TU/e was er snel bij en heeft CBL al op grote schaal geïmplementeerd, wil Reymen maar zeggen. Bovendien werd de wetenschappelijk directeur van innoSpace drie jaar geleden benoemd tot Comenius Leadership Fellow, een titel waar een half miljoen euro aan budget voor CBL-onderzoek aan verbonden is – geld dat bijvoorbeeld is geïnvesteerd in twee postdocs. Een klein jaar later volgde de eerste Nationale Hogeronderwijspremie voor het innoSpace-docententeam, van 1,2 miljoen euro.

Dat alles maakt Eindhoven de uitgelezen locatie voor de eerste landelijke conferentie op het gebied van Challenge-Based learning, op donderdag 15 juni. Het programma, bestaande uit presentaties, workshops, posterrondes en rondetafelsessies, is verdeeld in drie thema’s: Course & Curriculum design, Student learning en Teaching & Teacher learning. Behalve TU/e-onderzoekers zullen ook sprekers uit Delft, Enschede, Wageningen, Amsterdam, Utrecht en Groningen het woord voeren.

Argentinië

Met een dikke 260 deelnemers – de inschrijving is intussen gesloten – zullen alle sessies in het Auditorium goed gevuld zijn. Alle Nederlandse universiteiten en hogescholen zijn vertegenwoordigd, en Reymen is daarnaast blij met de grote internationale belangstelling: “Er komen bezoekers uit België, Duitsland, Argentinië, Italië, Luxemburg, Litouwen en Noorwegen, die veelal via hun netwerk over de conferentie hoorden en contact opnamen: kunnen wij ook komen?”

De organisatie van het congres ligt in gedeelde handen van TU/e innovation Space en de Eindhoven School of Education (ESoE), samen met de TU/e en 4TU.CEE. InnoSpace en ESoE trekken in het onderzoek naar CBL veelal samen op. Reymen: “ESoE-hoogleraar Jan Vermunt en ik hebben samen in 2020 de aanvraag bij het Comeniusprogramma ingediend – ik had het niet zonder hem gekund en hij niet zonder mij. We begeleiden ook samen de beide postdocs.” Die postdocs, Kerstin Helker en Jasmina Lazendic-Galloway, presenteren donderdag hun tussentijdse resultaten in verschillende sessies.

Reymen verheugt zich op de kennisuitwisseling tijdens het congres en op de samenwerking die er mogelijk uit voortvloeit, om zo CBL in het hoger onderwijs verder te brengen. Die kennisuitwisseling speelt ook binnen de TU/e een belangrijke rol, zegt ze: “De universiteit heeft een grote CBL research community die met regelmaat samenkomt – een unieke situatie.” Daarvan maken behalve innoSpacers en ESoE’ers ook docenten deel uit die in hun eigen faculteit CBL-onderwijs ontwikkelen, bijvoorbeeld binnen de USE-leerlijnen, en daarover publiceren.

Wereld

In het achterhoofd houden Reymen en mede-onderzoekers altijd het hogere doel van hun werk: “We willen het onderwijs veranderen omdat de wereld verandert. Door studenten grote, open challenges voor te leggen, leren we ze vaardigheden die onmisbaar zijn voor de toekomst: op systeemniveau denken, samenwerken, zelf de lead nemen in je leerproces, en omgaan met onzekerheid – de noodzaak daarvan hebben we allemaal ervaren in coronatijd.”  

CBL heeft ook de buitenwereld in het onderwijs gebracht, zegt Reymen: “Op onderzoeksgebied werkte de TU/e altijd al volop samen met andere partijen, maar nu kunnen studenten al in hun opleiding kennismaken met bedrijfsleven, overheid – en zelfs kunstenaars.”

Wat Reymen steeds merkt, is dat de studenten van nu heel graag willen bijdragen aan een betere wereld. “Als ze daarbij dan kunnen kiezen voor een thema waar hun passie ligt – of het nu duurzame energie of slimme mobiliteit is – zijn ze extra gemotiveerd om die extra mile te gaan.” Hoe studenten daarbij optimaal te stimuleren en faciliteren, is de vraag die op de conferentie deze donderdag centraal zal staan.  

De hoofdfoto bovenaan is vorig jaar gemaakt tijdens een innoXchange research session over CBL (foto: Bart van Overbeeke)

Deel dit artikel