Nederlandse universiteiten zakken op wereldwijde QS-ranking

Elf van de dertien Nederlandse universiteiten verliezen terrein in de wereldranglijst van onderzoeksbureau QS. Zo ook de TU/e, die twaalf plekken inlevert. Nederland blijft relatief sterk presteren, maar andere landen rukken op.

door
afbeelding iStock / FeelPic

De QS World University Rankings 2027 is vandaag gepubliceerd. Het Amerikaanse MIT staat wederom op de eerste plaats, een positie die het al vijftien jaar bekleedt. Op de gedeelde tweede plaats volgen Imperial College London en Stanford University.

De top tien wordt nog steeds gedomineerd door Britse en Amerikaanse universiteiten. Alleen de Zwitserse ETH Zurich en de Nationale Universiteit van Singapore, op respectievelijk de achtste en tiende plaats, vormen hierop een uitzondering.

Tien jaar geleden stonden er twaalf Nederlandse universiteiten in de top tweehonderd. Inmiddels zijn dat er nog maar negen. De TU Delft is nog altijd koploper, maar is één plaats gezakt naar nummer 48. De TU/e moet twaalf plekken prijsgeven en daalt van plek 140 naar 152.

Vooruitgang boeken

Ook de meeste andere Nederlandse universiteiten zijn gedaald op de ranglijst, met uitzondering van de Universiteit Leiden, die haar positie weet vast te houden, en de VU Amsterdam, die dit jaar iets beter scoorde.

Overigens doet Nederland het relatief nog altijd goed. Universiteiten in andere landen weten simpelweg sneller vooruitgang te boeken dan Nederlandse instellingen, stellen de makers, waardoor we alsnog wat zakken op de lijst.

Reputatie

Voor de QS-ranking wordt er onder meer gekeken naar de reputatie van een universiteit onder wetenschappers, het aandeel internationale studenten en docenten en de prestaties van studenten op de arbeidsmarkt. Sinds een paar jaar weegt ook duurzaamheid mee, waarbij onderwerpen als klimaat en sociale gelijkheid een rol spelen.

De academische reputatie van Nederlandse universiteiten, die al hoog was, is dit jaar verder gestegen. De reputatie onder werkgevers is daarentegen gedaald, en dat geldt ook voor de citatiescores van wetenschappelijke artikelen en de internationalisering van staf en studenten.

Kritiek

Overigens klinkt er regelmatig kritiek op dit soort ranglijsten: hoe geef je één enkele score aan een hele universiteit, met al haar medewerkers en studenten? En hoe groot zijn de verschillen werkelijk? 

Neem bijvoorbeeld citatiescores, een maatstaf voor de invloed van wetenschappelijke publicaties. Onderzoek naar aardbevingen in Groningen zal buiten Nederland waarschijnlijk weinig aandacht krijgen. Maar maakt dat het minder waardevol? Bovendien zouden sommige instellingen dubieuze strategieën gebruiken om hoger op de lijsten te komen. 

Daarom klinkt vaak de oproep om zulke ranglijsten links te laten liggen. Tegelijkertijd wijzen anderen erop dat zulke vergelijkingen toch iets zeggen over de positie van Nederlandse universiteiten in de wereld.

‘Discutabel’

Universiteitenvereniging UNL staat kritisch tegenover ranglijsten, die “ten onrechte pretenderen de prestaties van een universiteit in meest ruime zin te kunnen samenvatten in één enkel getal”. 

Deel dit artikel