NIS2 op gespannen voet met academische vrijheid

Nieuwe Europese richtlijn voor cybersecurity vraagt veel van universiteiten

Nederlandse universiteiten moeten zich sinds 15 augustus houden aan strengere regels voor dataveiligheid. De nieuwe richtlijn NIS2 eist onder andere dat álle servers op de TU/e gemonitord worden. Dat raakt aan de academische vrijheid, zeker omdat daarvoor een Amerikaanse tool wordt gebruikt – een gevoelig punt in de huidige geopolitieke situatie.

door
foto Eoneren / iStock

De NIS2 – een Europese richtlijn die in Nederland is vastgelegd in de Cyberbeveiligingswet (Cbw) – stelt hogere eisen aan de Nederlandse hogescholen en universiteiten op het gebied van cyberveiligheid. De Cbw is van kracht geworden op 15 augustus, en daarmee ook de NIS2. 

Directeur Library and Information Services (LIS) Corry Wouters ziet dat dit behoorlijk wat vraagt van de TU/e. “Gelukkig heeft het ministerie daar ook wel enige subsidie voor beschikbaar gesteld, maar het is alsnog een hele operatie.” 

Dat de TU/e en andere universiteiten binnen de NIS2 vallen, heeft vooral te maken met de kennis die we hier opdoen door onderzoek. De overheid vindt dit intellectueel eigendom van groot belang voor Nederland. 

De Nederlandse universiteiten maken samen een plan om aan de nieuwe eisen voor dataveiligheid te voldoen. Wouters is penvoerder van de WO Digitaliseringsstrategie 2030, een nationaal project voor verbeterde weerbaarheid van universiteiten in Nederland. Samen met afgevaardigden van de andere universiteiten heeft ze een digitale roadmap ontwikkeld voor de komende jaren.

Wetgeving

De Europese Commissie (EC) heeft recent een nieuw actieplan gelanceerd om AI veilig te gebruiken en de cyberveiligheid in Europa te versterken. Dit plan bouwt onder andere voort op bestaande regels zoals NIS2, maar ook de AI-Act omdat de impact van AI ook groots is voor cyberveiligheid en digitale weerbaarheid. De EU stelt doelen en richtlijnen zoals deze  NIS2, Nederland maakt vervolgens hiervoor een wet: de Cyberbeveiligingswet.

Er staan drie doelen in het plan van de EC: het bevorderen van veilig en verantwoord gebruik van geavanceerde AI, het versterken van de cyberbeveiliging en weerbaarheid van de EU en het opschalen van de Europese AI-capaciteiten voor de inzet bij cyberbeveiliging. Vanaf 15 augustus is er dus de Cbw die bindend is voor onder andere de Nederlandse universiteiten om die Europese weerbaarheidsdoelen na te streven. 

AI

AI verandert het cyberbeveiligingslandschap in hoog tempo. Enerzijds kan AI helpen bij het opsporen van kwetsbaarheden in systemen, het voorkomen van cyberaanvallen en het versterken van de bescherming van kritieke infrastructuur. 

Anderzijds kan AI echter ook worden misbruikt door kwaadwillenden om aanvallen te automatiseren, zwakke punten te identificeren en cyberaanvallen uit te voeren met een ongekende snelheid en schaal. 

De TU/e gaat AI ook inzetten om de universiteit digitaal veiliger te maken, maar hoe precies wil Wouters niet zeggen. Juist vanwege diezelfde veiligheid: wie zich niet te veel in de kaart laat kijken, voorkomt misbruik van die kennis.

Leveranciers checken

“We zijn nu op een punt dat het overgrote gedeelte van de applicaties die de TU/e gebruikt zogenaamde SaaS-applicaties zijn”, weet Wouters. Dat wil zeggen: je koopt een licentie en krijgt daarmee een soort abonnement op de betreffende software. 

“Dan ben je minder bezig met je eigen applicaties checken op veiligheid, maar veel meer met je leveranciers controleren. Zij moeten hun weerbaarheid goed op orde hebben als wij met hun software werken en er gevoelige data in komt te staan.” Denk bijvoorbeeld aan systemen voor HR of facturatie. 

Maar hoe controleer je gestandaardiseerd of al die leveranciers voldoen aan de cyberveiligheidseisen van de NIS2? Daarvoor is er een internationale norm informatiebeveiliging: de ISO27001. 

“Leveranciers moeten dit zelf regelen bij een onafhankelijke certificeringsinstelling en wij hebben jaarlijkse evaluatiegesprekken met onze leveranciers, om te controleren of alles op orde is en blijft”, legt Wouters uit. 

Amerikaanse tool

Behalve het strengere leveranciersmanagement verandert er nog meer onder de nieuwe wet. “We moeten ook alle servers in kaart brengen, in een centrale administratie registreren én monitoren.” 

“En met alle servers bedoelen we ook echt álle servers die draaien bij de universiteit”, benadrukt Wouters. “Daarvoor heeft ICT-coöperatie SURF een monitoringscentrum ingericht, zodat niet elke universiteit dit zelf hoeft te regelen.” 

De TU/e moet wel op elke server een monitoringstool installeren, om deze op afstand in de gaten te kunnen houden. Dit betekent overigens niet dat de TU/e of SURF onderzoek inhoudelijk gaat volgen of controleren. 

“Maar toch, Big Brother is watching you en dat raakt de academische vrijheid, daar ben ik me van bewust”, zegt Wouters. “En het ligt extra gevoelig omdat SURF voor een Amerikaanse monitoringstool heeft gekozen: Microsoft Defender Endpoint.” De angst voor de macht van de Amerikanen over onze data via software als die van Microsoft kwam al eerder bij Cursor aan bod.

Wouters moet er soms vervelende gesprekken over voeren, maar die komen voort uit oprechte zorgen van TU/e’ers, zo merkt de LIS-directeur.

Geopolitiek

“Wij hadden twee jaar terug, toen de tool werd aangeschaft, ook niet kunnen bedenken dat de geopolitieke situatie zo zou verschuiven, waardoor deze potentieel gevaar voor onze soevereiniteit zou kunnen opleveren. Toch hopen we op medewerking van de faculteiten. Bij de meeste gaat dit gelukkig al goed.” 

Binnen LIS zijn er medewerkers beschikbaar gesteld die de faculteiten kunnen helpen met het installeren van de tool, een klusje dat in enkele minuten geklaard is.  

Het idee achter de centrale monitoring is dat verdachte situaties sneller worden gesignaleerd. Dan kan er kordaat worden opgetreden én gemeld, ook een eis binnen de NIS2. Verdachte situaties en incidenten moet een organisatie melden bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). 

Wouters haast zich eraan toe te voegen dat de TU/e de academische vrijheid niet wil beperken. “De kern is juist dat we technische signalen sneller willen detecteren om systemen, onderzoeksdata en persoonsgegevens beter te beschermen.” 

Kroonjuwelen

Naast de registratie en monitoring van alle servers op de TU/e, heeft Wouters ook alle ‘kroonjuwelen’ op de TU/e in kaart gebracht. “Dat zijn applicaties binnen de organisatie die een zogenaamde 3-3-3 Biv-classificatie voor informatiebeveiliging krijgen.”

“Zonder nu heel technisch te worden: kroonjuwelen zijn apps waar onze bedrijfsvoering echt niet zonder kan. Het gaat om systemen die bijna continu beschikbaar moeten zijn, waar informatie niet zomaar in gewijzigd mag worden en die veel gevoelige data bevatten.”

De TU/e-brede kroonjuwelen zijn al grotendeels in kaart gebracht, zoals de planningsapp Planon bijvoorbeeld. “Maar bij de faculteiten hebben we dat overzicht nog niet volledig, daar moeten we dus nog mee verder.” 

Wouters is blij met het overzicht dat LIS met dank aan de NIS2 nu al grotendeels heeft. “We hebben één lijst met alle applicaties die binnen de TU/e gebruikt worden, en dat is handig om op termijn bijvoorbeeld na te gaan of er dubbelingen zijn.” 

Menselijke schakel

Door de nieuwe richtlijn en alle werkzaamheden die daarbij komen kijken, worden medewerkers ook bewuster van hun eigen rol, ziet Wouters. “De mens is nu eenmaal de cruciale schakel bij digitale weerbaarheid – zoals we ook zagen bij de Canvashack en de datadiefstal bij Odido.” 

“Meer bewustzijn op dit gebied kan helpen om persoonsgegevens veiliger te houden. Al durf ik niet meer te beweren dat de organisatie 100 procent veilig is – zoiets kun je eigenlijk niet meer stellen. Je doet je best om de cyberbescherming zo goed mogelijk te organiseren, maar volledige garanties kun je gewoon niet geven.” 

Deel dit artikel