TU/e discrimineerde volgens College voor Rechten van de Mens
De TU/e heeft volgens het College voor de Rechten van de Mens gediscrimineerd door een Turkse student niet toe te laten tot een specialisatie. Het betreffende Europese onderwijsprogramma is inmiddels ten einde gekomen. De universiteit vraagt faculteitsbesturen kritisch naar soortgelijke projecten te kijken om herhaling te voorkomen.
De student uit Turkije volgde de tweejarige masteropleiding ‘Big Data Management and Business Analytics program’ (BDMA). Dat was een samenwerking tussen vijf Europese universiteiten, waaronder de TU/e. Studenten die deelnamen, volgden de eerste twee semesters in Brussel en Barcelona en mochten daarna kiezen voor een specialisatie bij een van de andere universiteiten.
De betreffende student wilde zijn specialisatie in Eindhoven doen, maar kreeg aan het begin van het programma al te horen dat dit niet mogelijk was, vanwege zijn Turkse nationaliteit. Dit had te maken met de criteria voor tarieven die het programma en de TU/e hanteerden.
Verschillende landen en tarieven
Net als aan de TU/e, betaalden studenten van binnen de Europese Economische Ruimte (EER) voor het BDMA-programma een lager bedrag dan studenten van buiten de EER. Er zijn echter verschillen: zowel de bedragen, als welke landen onder welk tarief vallen, zijn anders voor het gedeelde masterprogramma dan voor de TU/e.
Binnen het BDMA-programma mogen – naast studenten van binnen de EER – ook studenten uit Turkije, Servië en Noord-Macedonië het lage tarief betalen; bij de TU/e vallen die drie landen onder het hoge tarief.
Het verschil tussen het bedrag dat studenten uit de betreffende landen zouden betalen en de daadwerkelijke kosten van de studie was daardoor dermate groot, dat die studenten sinds 2020 niet meer voor de TU/e konden kiezen, aldus TU/e-woordvoerder Ivo Jongsma. Het programma als geheel zou anders te kostbaar worden, stelt hij.
Discriminatie
Toen de Turkse student van het consortium te horen kreeg dat de TU/e voor hem geen optie was, voelde hij zich door de universiteit gediscrimineerd en stapte hij naar het College voor de Rechten van de Mens (CRM). Dat geeft hem gelijk. Volgens het college heeft de universiteit weliswaar betoogd dat zij financiële redenen had voor het weigeren van de student, maar had de oorzaak van die financiële redenen te maken met de Turkse nationaliteit.
‘In de stukken erkent verweerder bovendien dat zij bij de toelating tot de specialisatie onderscheid maakt tussen EER-studenten en niet-EER-studenten, aldus het CRM. Het college oordeelt daarom dat de universiteit verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van nationaliteit.
Herhaling is volgens TU/e-woordvoerder Ivo Jongsma binnen dit programma niet meer mogelijk, omdat het aan het einde van de loopduur is gekomen. ‘Bovendien wordt alle faculteitsbesturen gevraagd om kritisch te kijken naar eventuele andere Europese programma’s, om te voorkomen dat zich soortgelijke situaties voordoen in die programma’s.’

Discussie