AI-enquête TU/e: kennis en ethisch gebruik blijven achter

Studenten gebruiken op grote schaal AI, maar missen vaak kennis en ethische en kritische vaardigheden. Dat blijkt uit enquêtes van de TU/e over AI in het onderwijs. Docenten zouden AI juist beter en vaker kunnen inzetten. In september voert de universiteit AI-labels in voor alle toetsen.

door
foto Angeline Swinkels

De enquêtes waren bedoeld als “thermometer in de organisatie”, vertelt AI & Education Portfolio Lead Tom van Woensel. De resultaten verrassen hem niet, maar bevestigen vooral het beeld dat hij al had. “Mijn onderbuikgevoel was al dat staf minder ver is in AI-gebruik dan studenten; dat komt ook uit de enquêtes.”

Hetzelfde geldt voor de vele verschillende tools die studenten en medewerkers gebruiken en het feit dat studenten vaak niet weten wat de regels rond AI zijn. “Anderzijds weet ook de staf dat niet altijd, maar we zijn de richtlijnen daarvoor ook nog aan het ontwikkelen.” 36 procent van de 407 ondervraagde medewerkers weet niet of er formele richtlijnen zijn voor AI-gebruik.  

Hallucineren

Bij zowel studenten als medewerkers blijkt kennis over de technologie zelf ook achter te blijven, bijvoorbeeld over hoe AI werkt, de beperkingen ervan en dat het kan hallucineren. En ook het ethisch gebruik en het kritisch evalueren van output scoren volgens Van Woensel relatief laag. 

Die tekortkomingen zorgen er specifiek bij studenten voor dat ze te afhankelijk worden van AI, stelt de hoogleraar. Studenten lijken vaak goed te zijn in het genereren van tekst en code, maar doordat ze niet genoeg op de hoogte zijn van de gebreken van het systeem en het moeilijk vinden om de output te controleren, kunnen ze bijvoorbeeld hallucinaties van het systeem als feiten gaan zien. Bij 59 procent van de studenten zou dit probleem spelen. 

Medewerkers kunnen op hun beurt meer en beter gebruikmaken van AI in hun vakken, stelt Van Woensel. Maar vooral moeten ze volgens hem meer nadenken over de toetsing in hun vakken in relatie tot AI-gebruik. “Zoals over of ze wel de juiste assessmentvorm hebben gezien het feit dat AI nu bestaat.” 

AI-labels

Om duidelijkheid te scheppen voor zowel docenten als studenten, voert de universiteit vanaf september AI-labels in voor elke vorm van toetsing. Daarbij maken docenten expliciet of en op welke manier studenten AI mogen gebruiken bij tentamens en opdrachten.

Van Woensel hoopt dat docenten door de labels bewuster worden van AI in hun onderwijs en daar hun toetsvormen op aanpassen. Uiteindelijk zouden studenten AI niet meer verkeerd kunnen gebruiken of ermee kunnen frauderen, omdat de manier van beoordelen daar simpelweg geen ruimte meer voor laat.

De universiteit wil het gebruik van AI omarmen, maar wel op een verantwoorde manier. Omdat uit de enquête blijkt dat op het gebied van kennis en kritische evaluatie nog veel te winnen valt, wil Van Woensel snel zorgen voor leermodules voor ‘AI-geletterdheid’ en workshops in kritisch evalueren.

En dan zijn er nog de tools die studenten en docenten kiezen. Van Woensel: “Je ziet dat alle mogelijke AI-tools die in de wereld toegepast worden, door studenten en staf ook worden gebruikt.” Het gaat om zowel betaalde als gratis versies. 71 procent van de studenten maakt bijvoorbeeld gebruik van de gratis versie van ChatGPT, wat volgens Van Woensel grote risico’s met zich meebrengt op het gebied van dataprivacy en intellectueel eigendom. 

Eigen tool

Een mogelijke oplossing daarvoor is dat de universiteit een eigen AI-tool ter beschikking stelt. Dat zou ook de ongelijkheid verkleinen tussen TU/e’ers die gratis en betaalde tools gebruiken, want die laatste geven volgens Van Woensel een veel beter resultaat. 

Welke tool de universiteit dan zou moeten aanbieden, daar is hij nog niet over uit. Wel is zeker dat de kwaliteit ervan goed moet zijn: “mensen zullen altijd kiezen voor een tool met de beste output.” 

Deel dit artikel