TU/e beëindigt enkele samenwerkingen met China

De TU/e heeft beleid vastgesteld om samenwerking met bepaalde instellingen in China, Rusland en Iran te beperken. Met China zijn inmiddels al enkele samenwerkingen beëindigd, bevestigt Stefan Vermaat, manager Knowledge Security bij de TU/e. Het gaat om enkele specifieke universiteiten die banden hebben met het leger of gesanctioneerd zijn door de Europese Unie.

door en
foto Kulpreya_Chaichatpornsuk / iStock

Het College van Bestuur heeft in december beleid vastgesteld op het gebied van kennisveiligheid. Daarin staat hoe onderzoekers om moeten gaan met zeer hoogrisico-instellingen uit China. In het beleid wordt ook duidelijk gemaakt dat samenwerking met gesanctioneerde instellingen uit Iran en Rusland verboden is op basis van Europese regelgeving. 

De faculteiten van de TU/e konden zelf bepalen hoe ze het beleid communiceerden. Zo kregen medewerkers van de faculteit Industrial Engineering & Innovation Sciences op 24 april een mail van decaan Gert-Jan van Houtum over het nieuwe beleid. ‘In het licht van recente geopolitieke ontwikkelingen heeft de TU/e strengere regels ingevoerd om naleving van wetgeving te waarborgen en onze onderzoeksactiviteiten te beschermen’, schrijft Van Houtum in de mail, die in het bezit is van Cursor. 

Seven Sons

Om te voorkomen dat gevoelige kennis weglekt en gebruikt wordt voor militaire toepassingen, dienen TU/e-onderzoekers volgens de mail eventuele samenwerkingsverbanden met onder meer de ‘Seven Sons of National Defence’ stop te zetten. 

Dit betreft zeven Chinese universiteiten die nauw samenwerken met het Chinese leger. Ook samenwerkingen met andere universiteiten in China, Rusland en Iran – die banden hebben met het leger – moeten beëindigd worden. 

Inmiddels zijn er daadwerkelijk samenwerkingsverbanden verbroken, zegt Stefan Vermaat, manager Knowledge Security bij de TU/e. “Ja, er zijn enkele samenwerkingen gestopt. Maar ik heb geen compleet beeld van alle contacten die onderzoekers hebben, dus ik weet niet volledig in welke mate dat is gebeurd”, zegt hij.

Individuele contacten

Er zijn ook veel individuele contacten tussen onderzoekers uit Eindhoven en de betreffende landen, bijvoorbeeld als ze elkaar een keer op een internationaal congres hebben ontmoet. “Daar hebben we geen zicht op”, aldus Vermaat. 

Zulke contacten zijn niet meteen een probleem, zegt de manager kennisveiligheid. “We hebben weleens een vraag gehad van een onderzoeker die in een internationale reviewgroep zit. Daar zat ook iemand in van een Chinese universiteit die in het beleid is opgenomen. Hij wilde advies: mag ik blijven deelnemen? Dat hebben we toegestaan.”

Nederland loopt volgens Vermaat in Europa voorop op het gebied van kennisveiligheid. “Wij zijn als Nederland vrij afhoudend. Duitsland pakt het heel anders aan. Daar is men nog steeds veel meer gericht op samenwerking met China.”

Screening

Vermaat en zijn team screenen ook personen die hier onderzoek komen doen. “We kijken daarbij niet naar de nationaliteit, maar naar welke affiliatie diegene met zo’n universiteit heeft”, zegt hij. 

“Wat is de gevoeligheid van de technologie waar de onderzoeker aan werkt en in welke mate is er toegang tot gevoelige kennis? Personen die geaffilieerd zijn aan gesanctioneerde universiteiten mogen we sowieso niet aannemen.”

Landelijke regels

Volgens Vermaat is het kennisveiligheidsbeleid nodig om aan wet- en regelgeving te voldoen. “De TU/e wordt geacht zich te houden aan allerlei nationale en Europese wetgeving en de nationale leidraad kennisveiligheid. Het ministerie van Onderwijs zit er echt bovenop.” 

Die leidraad is in 2022 vastgesteld en wordt momenteel herzien. Het Loket Kennisveiligheid, waar instellingen terecht kunnen met vragen, wordt volgens Vermaat versterkt. 

De TU/e heeft een hoog risicoprofiel, legt Vermaat uit, gezien de technologische kennis die onderzoekers ontwikkelen. Daarom is het volgen van de leidraad van groot belang.

Gevoelige samenwerkingen

Hoe verhoudt het kennisveiligheidsbeleid van de TU/e zich tot de onlangs aangekondigde commissie die over gevoelige samenwerkingen gaat? “We werken allebei vanuit General Affairs”, zegt Vermaat. 

“Het idee is dat we opgenomen worden in de aanpak van de Commissie voor Verantwoorde Samenwerkingen. Dan ontstaat één loket waar medewerkers terecht kunnen met vragen over gevoelige samenwerkingsverbanden.” 

Israël

Vermaat krijgt regelmatig de vraag waarom dit beleid zich niet ook richt op samenwerkingsverbanden met Israëlische instellingen. “Dat is een terechte en begrijpelijke vraag”, zegt hij. 

“Dit beleid is ingesteld op aandringen van de overheid. Het is gebaseerd op rapporten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die onderzoeken welke landen actief bezig zijn om in Nederland gevoelige kennis op te halen.”

“Dat zijn echt deze drie landen, niet Israël en ook niet de Verenigde Staten. Het is absoluut terecht dat er zorgen worden geuit over wat er in die landen gebeurt, maar daar worden wij als universiteit niet op gecontroleerd door de overheid. De Commissie voor Verantwoorde Samenwerkingen, en het daarbij in te stellen Morele Beraad, gaat nadrukkelijk wel breder kijken.” 

Deel dit artikel