"Niet elke kleine samenwerking hoeft het hele proces door"

TU/e toetst alle academische samenwerkingen, ook al is er “spanning met academische vrijheid”

De TU/e wil haar academische samenwerkingen voortaan zorgvuldiger toetsen. Vorige week presenteerde de universiteit daarvoor haar werkwijze ‘Verantwoorde Samenwerkingen’, ontwikkeld door emeritus-hoogleraar Niek Lopes Cardozo. Commissie-secretaris Andrea Kis maakt de werkwijze gereed voor implementatie. “Deze aanpak helpt leden van onze gemeenschap om hun eigen verantwoordelijkheid te begrijpen.”

De partnerschappen van de universiteit zijn cruciaal voor de strategische en academische koers. De vele samenwerkingsverbanden beïnvloeden het onderzoek van de TU/e en het onderwijsaanbod op de campus. Soms met felle kritiek vanuit de gemeenschap en samenleving. 

De campus was de afgelopen tijd het decor voor talloze pro-Palestina demonstraties en klimaatprotesten. Onder regering-Trump wordt samenwerken met Amerikaanse onderzoekers steeds moeilijker en de zakken met geld van Defensie komen met ethische bezwaren.

Het dwingt de universiteit na te denken over hoe zij zich als kennis- en onderwijsinstelling verhoudt tot partners die direct of indirect mensenrechtenschendingen plegen, bijdragen aan klimaatverandering, de wetenschappelijke integriteit schenden of technologie inzetten voor militaire toepassingen.   

Het zorgt ervoor dat de universiteit een positie moet innemen ten aanzien van deze kwesties, die ook maatschappelijk van aard zijn. “Daarom moet je eerst nadenken over welke rol je in de samenleving vervult. Vanuit die positie heb je een stem in deze kwesties – geen politieke stem, maar een die is gebaseerd op de kennis die je hebt”, legt Niek Lopes Cardozo uit. 

“Het gaat namelijk niet alleen over het nemen van beslissingen over samenwerkingsverbanden. Zodra de TU/e een oordeel velt over gevoelige samenwerkingen of partners, deelt de universiteit daarmee haar maatschappelijke standpunt over deze kwesties.”

Je zou kunnen besluiten in het begin heel voorzichtig te zijn met je oordeel

Niek Lopes Cardozo
Risico’s

Lopes Cardozo werd in juli 2025 aangesteld om een commissie op te zetten die gevoelige samenwerkingen moest gaan toetsen. Aanvankelijk werd hij gevraagd voor de rol als voorzitter, maar dat leek de emeritus-hoogleraar geen goed idee. Wel wilde hij als kwartiermaker het voorwerk doen. 

Lopes Cardozo en zijn team keken eerst naar de aanpak van andere universiteiten. Zo vond hij de kleine, allesbepalende commissie van Tilburg University niet passend voor de TU/e. “Dan ben je wetgever, rechter en jury ineen.” Experimenten met morele beraden in Delft resoneerden wel. “Dat betrekt de gemeenschap erbij.” 

Ook keek hij naar de toepassing van het zogenaamde cautionary principle. Dat wordt door Twente vrij strikt toegepast. “Ze willen niet samenwerken als dat, bewust of onbewust, schadelijk zou kunnen zijn voor de mensheid. Dat klinkt misschien mooi, maar geeft je wel heel weinig mogelijkheden.”

Het resultaat is een beoordelingsproces voor álle academische samenwerkingen. Zonder vaste ethische meetlat. Waarin de meest gevoelige samenwerkingen afzonderlijk worden beoordeeld door een commissie en een Moreel Beraad dat bestaat uit leden van de TU/e-gemeenschap. Het College van Bestuur (CvB) neemt op basis van beide analyses de uiteindelijke beslissing. 

Het is een flexibel proces, benadrukt Lopes Cardozo. “Je kunt het afstemmen op basis van risico's, zonder het te veranderen. Neem de relatief nieuwe samenwerkingsverbanden met Defensie. Je zou kunnen besluiten in het begin heel voorzichtig te zijn met je oordeel, totdat je wat ervaring hebt opgedaan en een beter inzicht hebt in alle risico's.”

Scheiden 

De grootste uitdaging voor Lopes Cardozo was het maken van een systeem dat alle samenwerkingen toetst, maar waarbij alleen de meest gevoelige samenwerkingen op het bord van de commissie belanden. 

“We wilden iets wat vanuit de gemeenschap komt, maar tegelijkertijd wil je niet dat elke kleine samenwerking het hele proces doorloopt. Daarom hebben we een triagesysteem ingevoerd.”

Aanvragers – onderzoekers die een wetenschappelijke samenwerking willen aangaan met een externe partij – vullen een zelftest in en krijgen op basis daarvan een risico-inschatting. Een laag risico betekent in de meeste gevallen groen licht. 

Bij een verhoogd risico neemt het faculteitsbestuur de beslissing in overleg met de aanvrager. “Als er een beoordeling plaatsvindt, is het gepast dat de faculteit daarbij het voortouw neemt. Zij dragen de wettelijke verantwoordelijkheid voor de samenwerking.”

Alleen de meest gevoelige samenwerkingen komen zo bij de universiteitsbrede Commissie Verantwoorde Samenwerkingen en het Moreel Beraad terecht. Die eerste zal ook gevraagd en ongevraagd advies geven aan het College van Bestuur (CvB). 

Secretaris Andrea Kis: “Of een bestuur of collega vraagt of we ons op een bepaald onderwerp willen richten, of we zien kleinere verzoeken die samen een groter onderwerp vormen dat besproken moet worden. Dat kan met een Moreel Beraad als dat nodig is." 

Het Moreel Beraad kan met een heldere ja of nee komen, maar ook met een voorwaardelijke ja, bijvoorbeeld met bepalingen die de gevonden risico’s beperken. Raadsleden voor een pilot worden binnenkort geworven. 

Het is een manier om leden van onze gemeenschap te steunen in hun eigen morele oordeel

Andrea Kis
Gedeelde verantwoordelijkheid 

Kis startte in januari als secretaris van de commissie. Als onderzoeker en beleidsadviseur houdt ze zich al enkele jaren bezig met het welbevinden van academici op de TU/e. “Mijn werk bestaat uit het begrijpen van onderzoekers en hoe zij te werk gaan. Wat zij het liefst doen en welke waarden zij belangrijk vinden.”

Ze benadrukt de individuele verantwoordelijkheid van de aanvragers. “Deze aanpak helpt leden van onze gemeenschap om hun eigen verantwoordelijkheid te begrijpen. Het is een manier om ze te steunen in hun eigen morele oordeel. 

“Ze kunnen advies vragen, eerdere uitspraken van de commissie en de morele beraadslaging raadplegen, maar ook zien dat ze worden gesteund door de universiteit, die zelf het morele oordeel velt.”

Het nieuwe proces beperkt individuele onderzoekers in het aangaan van een samenwerking. “Er is een spanningsveld met de academische vrijheid”, bevestigt Lopes Cardozo. “Maar zoals het bestuur zou zeggen: als er problemen zijn met de samenwerking, komen die uiteindelijk op ons bureau terecht.” 

Dat spanningsveld kan alleen worden opgelost door met elkaar in gesprek te gaan, meent hij. “Als een onderzoeker wil samenwerken met een partij die mogelijk een probleem vormt, wordt het een gedeelde verantwoordelijkheid zodra dit met het bestuur wordt besproken.”  

Morele dilemma’s niet complex 

Toch zal het beoordelen van een samenwerking niet eenvoudig zijn, ook niet met de nieuwe procedure. “Sommige van deze problemen zijn niet complex, maar wel ongemakkelijk. Complex is het als je veel informatie nodig hebt om tot een besluit te komen. Een morele kwestie is goed of slecht.” 

Lopes Cardozo vergelijkt het met vriendschap. “Bedenk eens hoe je zou omgaan met een vriend die iets doet wat je ethisch gezien niet goedkeurt. Hoe zou je dat aanpakken?” 

Als het proces uitsluitend op morele overwegingen zou berusten en geen rekening houdt met de belangen van de universiteit, zou de analyse van het Moreel Beraad en de commissie heel eenvoudig zijn. “Als het niet brandschoon is, zeg je nee.” Maar dat lijkt Lopes Cardozo geen duurzame oplossing, want alle afgewezen samenwerkingen komen op het bordje van het CvB. 

“Als ze toch besluiten om de samenwerking aan te gaan – omdat ze immers ook rekening moeten houden met andere belangen – kan dat een of twee keer gebeuren. Daarna is het systeem ten dode opgeschreven.”

“Ook als je weet dat een besluit moeilijk te implementeren is, moet je daarover in gesprek gaan met elkaar

Niek Lopes Cardozo
Israël 

Het nieuwe proces is dan ook niet specifiek ontworpen voor de meest risicovolle samenwerkingen. Lopes Cardozo: “Als je het meest complexe geval gebruikt om je proces te modelleren, zou het systeem veel te zwaar worden.” 

De meest gevoelige samenwerkingsverbanden vormen juist een goede ‘stresstest’ voor het nieuwe systeem, zoals de samenwerking met de Israëlische universiteit Technion: “Als je dit voorbeeld neemt, komt het terecht in de categorie ‘hoog risico’, op het bureau van de commissie, en dan zal die zeggen: ‘Hiervoor is een moreel beraad nodig.’”

In juni 2025 bevroor de universiteit de samenwerking met Technion totdat de op te richten commissie die kan beoordelen. Individuele samenwerkingen en Horizon-projecten gingen wel door. De TU/e werkt vooral in deze Europese consortia samen met Israëlische partijen. Stoppen met deze projecten is echter niet mogelijk zonder financiële en juridische consequenties. 

Hoewel het morele oordeel over Horizon-projecten eenvoudig kan zijn, maken de belangen van de universiteit de zaak gecompliceerd. De TU/e heeft bovendien vaak een beperkte rol binnen een samenwerking als een van de tientallen partners. Toch moet de universiteit deze projecten wel via het nieuwe proces beoordelen, vindt Lopes Cardozo. 

“Ook als je weet dat een besluit moeilijk te implementeren is, moet je daarover in gesprek gaan met elkaar. Dan kan je kijken naar maatregelen om de risico’s te beperken.”

Wordt aan gewerkt

Andrea Kis werkt momenteel aan de documentatie, processen en tools die nodig zijn om het beoordelingsplan in de praktijk toe te passen. Samen met het CvB zoekt ze naar een geschikte voorzitter. Pas als die er is, worden de andere leden van de commissie geworven.

Daarna wordt ook het plan voor de samenstelling van de commissie en het expertteam geëvalueerd. “We realiseerden ons dat we meerdere experts uit één bepaald vakgebied nodig hebben voor het analyseren van een casus”, zegt Kis. “Het idee is dat zij worden ingeschakeld door het reguliere expertteam wanneer dat nodig is. Voor de commissie overwegen we nu om subcommissies op te richten voor terugkerende onderwerpen.” 

 “En dit staat natuurlijk niet in steen gebeiteld”, benadrukt Kis. “Wat we nu ook opzetten, we zullen het moeten testen en kijken hoe het uitpakt. Het kan jaren duren voordat we tot een perfecte oplossing komen. Ik kan het niet genoeg benadrukken: dit is een langetermijnplan.”

Deel dit artikel