door

Wat een tyfuslekkere taal

27/02/2018

Eind januari werd duidelijk dat Engels de voertaal op onze campus zal worden. Al snel bleek het een succesvolle PR-stunt van de TU/e te zijn. Er werden immers Kamervragen gesteld over ons voorgenomen beleid.

Over dit voornemen wordt grofweg door twee kampen gevloekt en getierd. Aan de ene kant heb je de beleidsmakers die oreren over de voordelen van een inclusive, international campus voor Brainport. Aan de andere kant hoor je - als je goed luistert - de echo’s uit de Limburgse grotten, waar nog volop steenkolen-Engels wordt gedolven dat het daglicht niet kan verdragen.

De Kamervragen zijn begrijpelijk. Engels als lingua franca is niet voor everybody een party. Een aanzienlijk deel van onze medewerkers kan het niets schelen dat Engels als voertaal handig is voor onderzoekers, als zij zelf dagelijks bezig zijn met Human Resources, of menselijke bronnen. Zij maken zich terecht zorgen over de houdbaarheid van hun baan, terwijl ze al jaren allerlei Engelse termen en anglicismen in hun everyday speech dulden.

Daarom wil ik die groep een heart under their belt sticken en een strategische tip geven. Jullie voeren namelijk niet de juiste discussie. Het gaat nu slechts over wel of geen Engels, maar waar is het Nederlands gebleven? Als je niet wil dat the Dutch disappears, moet je ook de Nederlandse taal gaan verkopen.

Ik snap dat dit raar klinkt, maar we hebben een heleboel internationale medewerkers en studenten die geen kans krijgen om het Nederlands machtig te worden. Ga maar na, elke keer als internationals ook maar over één Nederlands woord struikelen, schakelen de Nederlanders al over naar het Engels. Afgelopen weekend in de Albert Heijn verstond ik even niet wat de cassière zei, waarna ik reageerde met ‘Sorry?’ Vervolgens sprak ze alleen nog maar Engels tegen me in de veronderstelling dat ik geen Nederlands snapte.

Spotten met alle mathematische wetten

Dit is doodzonde, want het Nederlands is een prachtige taal met eindeloze mogelijkheden. Dit zie je vooral terug in mijn favoriete Wikipedia-pagina: Lijst van verwensingen gebaseerd op ziekte. Als ik een slechte dag heb, kijk ik gewoon even in dit lijstje om te zien welke ziekte uit de 18de eeuw mijn dag omschrijft en ik kan weer door.

Wat er zo mooi aan is? Het Nederlands spot met alle mathematische wetten waar wij ingenieurs zo gesteld op zijn. Ga maar na: normaal geldt dat ‘plus en min is samen min’. Niet in het Nederlands hoor! Laatst vertelde ik aan een Nederlandstalige collega dat ik een teringlekker weekend had gehad, waarna hij blij voor me was - min en plus is samen plus. Toen ik dit echter uitlegde aan een internationale collega was er slechts verwarring.

Het lijkt me goed als we die takkeverwarring wegnemen en onze collega’s deelgenoot maken van onze tyfuslekkere taal. Een Engelstalige campus is natuurlijk teringlekker, maar een gesprek over cholera heeft ook zijn charme. En natuurlijk, we hoeven het niet over alle leipe ziekten te hebben - we zijn immers geen Hagenezen - maar een TU/e-mailing met daarin een link naar de Wikipedia-pagina Dutch Profanity zou een ziek goed begin zijn.

Deel dit artikel via je socials