
Is de TU/e voorbereid op een noodsituatie?
Zonder stroom heb je niets aan een digitaal rampenplan
Watersnood, stroomuitval of een cyberaanval: in tijden van klimaatverandering en geopolitieke spanningen zijn dergelijke crisissituaties niet meer ondenkbaar. Achter de schermen bereidt de TU/e zich voor op allerlei scenario’s, zodat een incident geen ramp wordt. Lees mee met een fictieve casus: een overstroming van de campus.
Bij een grote overstroming kan het zijn dat de stroom uitvalt: elektriciteit en water zijn immers geen goede combinatie. Dat heeft potentieel grote gevolgen voor het functioneren van de universiteit. Medewerkers en studenten weten niet hoe hun dagen er dan zullen uitzien, maar de TU/e blijkt voorbereid op allerlei scenario’s.
Het is steeds ‘normaler’ geworden om je voor te bereiden op noodsituaties, bijvoorbeeld met een noodpakket. Echte crisissituaties hebben de meesten van ons – gelukkig – nog niet meegemaakt. Dat zou echter kunnen veranderen door extremer weer, oplopende geopolitieke spanningen en de steeds ingrijpender gevolgen van cybercriminaliteit.
Ook de TU/e moet zich voorbereiden op mogelijke crises zoals een overstroming, stroomuitval, een hack of terroristische aanslag.
Perfect storm
Cursor schetst in dit artikel een fictief beeld waarin meerdere van deze scenario’s samenkomen. Wanneer chaos ontstaat door een noodgeval, is dat immers het perfecte moment voor criminelen om hun slag te slaan – the perfect storm.
Is de universiteit daartegen opgewassen? Moet je als medewerker dan naar het werk komen, of juist niet? En waar vind je de laatste informatie als de systemen niet meer werken door stroomuitval?
Om belanghebbenden te informeren heeft de TU/e tot nu toe in eerdere crises de website, het intranet en de mail gebruikt. Als dat echter niet meer kan of wanneer de crisis regionale impact heeft, dan is Omroep Brabant aangewezen als officiële rampen- en calamiteitenzender.
Die omroep brengt in geval van nood direct instructies en updates van de overheid en de hulpdiensten. Om die reden wordt aangeraden thuis een noodradio op zonnestroom of batterijen te hebben. In Zuidoost-Brabant vind je het radiostation van Omroep Brabant op 87.6 FM.
Fictief
Waarschuwing: De schuingedrukte delen in dit verhaal zijn fictieve scenario’s, bedoeld om mogelijke kwetsbaarheden van een organisatie als de TU/e zichtbaar te maken. Ze zijn bedoeld om de lezer een idee te geven van waar de universiteit over nadenkt bij crisistraining op basis van scenario’s. De vraag hier is niet of zo’n situatie ooit ontstaat, maar hoe de TU/e daarop voorbereid is.
Kortsluiting
Flash forward naar 31 januari 2030. Een reeks wolkbreuken boven Eindhoven zorgt voor plotse overstromingen die uit het niets lijken te ontstaan. Meteorologen kunnen dit op zeer lokaal niveau niet voorzien. De Dommel, die toch al hoog stond, treedt buiten haar oevers en binnen een half uur stroomt het water over de campus. De kelders van MetaForum, het Nanolab, Atlas en Auditorium lopen in no time vol.
Elektrische installaties op de begane grond en lagere niveaus vallen uit. Cleanrooms en labs moeten onmiddellijk evacueren en zijn nu allesbehalve ‘clean’. Het water is niet tegen te houden en bereikt serverruimtes, met als gevolg kortsluiting en onbereikbare data. Noodpompen blijken niet opgewassen tegen het natuurgeweld.
Het resultaat? Chaos. En precies dit soort chaos is waar het centraal crisisteam van de TU/e op traint. De teamleden werken met planvorming en scenario’s om zich voor te bereiden op mogelijke rampen.
Een volledig overstroomde campus of een grote stroomstoring die de campus platlegt, klinkt misschien als een ver-van-je-bedshow, maar een goede voorbereiding kan wel degelijk de schade beperken. Dat werd duidelijk tijdens de hack op de systemen van de TU/e in januari 2025.
Door kordaat optreden van een medewerker werd snel het netwerk dichtgezet, zodat ernstiger schade door de hackers werd voorkomen. Sindsdien is de universiteit meer gaan investeren in haar crisisorganisatie. Het centrale crisisplan is aangescherpt en meer medewerkers zijn getraind op het omgaan met mogelijke incidenten.
Het centrale crisisteam van de TU/e treedt overigens pas in werking als er sprake is van een organisatiebrede crisis. Op dat moment ligt ook alle beslissingsbevoegdheid bij dat team, zodat snel handelen in noodsituaties mogelijk wordt. Onderdeel van het team zijn hoofd beveiliging en Strategic Domain Lead RISC Gijs Spiele en beleidsadviseur integrale veiligheid Rick Krosenbrink.
Kans
Terug naar die donkere januaridag in de niet al te verre toekomst. Terwijl het wassende water iedereen van de campus jaagt, zit Rowan T. op zijn studentenkamer zijn laatste voorbereidingen door te lezen. Hij droomt al jaren van een carrière als hacker en is ervan overtuigd goed te kunnen verdienen aan de waardevolle data van de universiteit.
Deze overstroming is de kans waarop hij zat te wachten. De weerwaarschuwing voor zware regen bracht zijn hoofd al op hol, maar van deze combinatie van lokale wolkbreuken boven de campus én daaropvolgende stroomuitval had hij niet durven dromen. Deze chaos is wat hij nodig heeft.
Wanneer de campus overstroomt, is er minder toezicht: pasjes werken niet, deuren staan open voor noodprocedures, beveiliging is verspreid over meerdere incidenten en hulpverleners zij druk bezig met evacuaties.
Dat betekent vrij spel. Althans, dat is wat T. denkt. De universiteit blijkt zich echter ook bewust van wat een ontregelende ramp kan betekenen voor andere belangrijke organisatieprocessen en van de kans op een domino-effect.
Ervaring
De TU/e heeft al de nodige ervaring opgedaan met kleine en grote crises. Denk aan de hack in januari 2025, het datalek bij de leverancier van de campuskaart ID-Ware in 2022, de wateroverlast in Gemini in 2025 en de Canvas-hack in mei dit jaar. Gijs Spiele kijkt met trots terug op de afhandeling van dat laatste incident.
“Toen we hoorden dat vloer -1 blank stond, kwam iedereen aangesneld. Ook directeuren stonden mee te dweilen. Het kenmerkt hoe mensen hier vaak meer doet dan strikt in hun rol is opgenomen. De betrokkenheid bij onze universiteit is groot.”
Beleidsadviseur Integrale Veiligheid Rick Krosenbrink was blij te zien dat de gebouwbeheersystemen en de branddetectie van de TU/e zoals bedoeld doordraaiden tijdens de hack en wateroverlast in 2025.
“Dat hoort zo, maar het is natuurlijk toch altijd spannend als er echt een crisis is.” Krosenbrink kan het weten, met de ervaring die hij bij defensie opdeed tijdens orkanen, overstromingen en oorlogssituaties.
Toegangspassen
Wat betreft het tijdelijk niet functioneren van (digitale) systemen en de bijbehorende risico’s, heeft Spiele maatregelen in de kast liggen. “Als we zien dat de toegangspassen niet meer werken, dan kun je daar als crisisteam direct een beheersmaatregel voor nemen. Dit gebeurde bijvoorbeeld op de Universiteit Utrecht, toen brand uitbrak in een datacenter waar de systemen van de universiteit gehost werden.”
“Gebouwen of locaties tijdelijk sluiten, is dan de uiterste ingreep om direct het risico te stoppen. Daarnaast kun je kijken naar handmatige controles om het primaire proces weer te faciliteren.”
Elektriciteit
Door de overstroming is de elektriciteit campusbreed uitgevallen en het is niet te verwachten dat die snel weer zal werken. De firewalls waarvan T. had verwacht dat die zouden uitvallen, draaien echter nog, omdat de hosting van de systemen back-ups heeft. De TU/e zegt niet precies waar vanwege de veiligheid, maar er is achterwacht, ook voor de firewalls.
Crisis of niet?
Binnen crisisbeheersing zijn alle scenario’s denkbaar. Juist die dingen waar de gewone medewerker of student niet over wil nadenken, daar moet het crisisteam zich op voorbereiden.
Wateroverlast zoals recent in Gemini, is in het jargon van de crisisbeheersing geen crisis, maar een incident: iets wat we kunnen opvangen binnen reguliere bedrijfsvoering, weet Krosenbrink. “Een crisis stijgt daarbovenuit. Een situatie wordt een crisis wanneer die organisatie-ontwrichtend is, of kan worden.”
De universiteit doet er alles aan om te voorkomen dat een incident een crisis wordt. Ze roept niet zomaar een crisis uit, gezien de organisatorische gevolgen.
“Dat heeft echt wel impact op de staande organisatie en je moet mensen vrijmaken uit hun reguliere functies, beslissingen lopen via andere routes, en de bijbehorende maatregelen hebben heel veel invloed op de gemeenschap”, somt Krosenbrink op. “Dat wil je alleen doen als het niet anders kan.”
Spiele denkt terug aan de coronatijd. “Dat was hier het ultieme voorbeeld van. Het heeft ons tegelijk ook heel veel geleerd over hoe mee te bewegen met onverwachte gebeurtenissen. Weerbaarheid en veerkracht zijn key. ”
Canvas
Een recent voorbeeld van een incident dat een crisis werd, was de Canvashack. “Die werd aanvankelijk opgepakt als cyberincident”, herinnert Spiele zich. “We bleven dagelijks de ontwikkelingen bespreken en daarmee ook kijken of we moesten opschalen. Uiteindelijk zijn we daartoe wel overgegaan. Doorslaggevend waren aanwijzingen dat de situatie consequenties kon hebben voor het primaire proces: het verzorgen van onderwijs.”
Ook was het niet duidelijk hoe lang het zou gaan duren, een ander kenmerk van een crisis: onzekerheid over impact en duur. “Toen is het centraal crisisteam samengekomen en hebben we dagelijks afgestemd met de zes andere universiteiten die ook van Canvas gebruikmaken.”
Krosenbrink: “Je bent constant bezig met horizonscanning. Wat komt er op je af en wat is de kans dat het invloed heeft op het primaire proces? Doordat we veel ervaren mensen hebben in het team, gaat dat inschatten wel steeds makkelijker.”
Onderweg
Rowan T. beent richting de universiteitsgebouwen. Geen masker, geen hoodie; geen filmische hacker‑esthetiek. Gewoon iemand met een natte jas, een rugzak en een neutrale blik. Iemand die je niet opmerkt, wanneer je zelf tot je enkels in het water staat.
Hij weet dat vanwege de noodprocedure deuren open zullen staan. Zijn pasje kan hij thuislaten. Wat hij wel meeneemt, is een usb met malware die hij wil plaatsen in het Nanolab, de plek waar kennis wordt opgedaan die veel geld kan opleveren in Azië.
Het is het soort kennis waarmee Eindhoven vooroploopt, en zeker de TU/e. Kennis die de regio ook kwetsbaar maakt voor kwaadwillenden. T. ziet een gouden toekomst voor zich, met dank aan het virus dat hij bij zich heeft, en dat zich zal verspreiden via samenwerkingspartners van de TU/e in de Brainportregio.
Gezien de nauwe samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven, acht hij de kans reëel dat hij op die manier in een keer veel kennis kan stelen, om de universiteit vervolgens mee te chanteren.
Hij blijkt niet de enige te zijn met dit idee. Ook de TU/e heeft daaraan gedacht. De kracht van de ketensamenwerking binnen Brainport komt immers ook met risico’s: er hoeft maar één partner zijn systeem niet goed beveiligd te hebben en je kunt elkaar infecteren met zo’n virus. De TU/e heeft echter zoveel geïnvesteerd in de eigen systemen, dat het T. onmogelijk zal lukken om zijn virus bij grote partners binnen te krijgen.
Oefening
Elke twee jaar neemt de TU/e deel aan OZON, een sectorbrede cybercrisisoefening. De volgende staat gepland voor het voorjaar van 2027. Maar ook gedurende het jaar wordt er getraind. Er is een oefenkalender en iedereen moet jaarlijks zijn vinkjes halen, weet Krosenbrink.
“Daarbij is het belangrijk dat iemand goed kan handelen onder tijdsdruk. Want dat is een van de kenmerken van een crisis: tijdsdruk, naast onzekerheid en dreiging.” Allemaal ingrediënten die ook terugkomen in het scenario van de campusoverstroming.
De crisisplannen zelf worden niet met Cursor gedeeld vanwege de veiligheid. Wel geven Spiele en Krosenbrink aan dat deze zowel digitaal als fysiek ruim aanwezig zijn, zodat ook bij stroomuitval altijd een plan voorhanden is. “Het hoofddoel van de crisisaanpak is het primaire proces in de lucht te houden: onderwijs, onderzoek en valorisatie.”
Binnen
Rowan T. volgt een groep medewerkers die het Nanolab inlopen via een nooddeur die met een wig openstaat. Niemand vraagt hem iets. Niemand heeft tijd of aandacht om bezig te zijn met wie wel of niet geautoriseerd is om het pand te betreden. T. loopt een studieruimte binnen waar laptops nog openstaan, in alle haast achtergelaten tijdens de evacuatie.
Om zich heen merkt hij vooral stress en paniek. Mobiele netwerken zijn overbelast door paniekbelletjes en -appjes. Eduroam, 4G/5G, vaste lijnen: alles ligt al snel plat. Maar het deert T. niet. Hij heeft zich hier tot in de puntjes op voorbereid en die verbindingen heeft hij niet nodig.
Wanneer de stroom na uren weer aangaat, gebeurt er iets wat in veel organisaties voorkomt: systemen starten ongecontroleerd op en beveiligingssoftware komt later online dan de rest. Rowan T. weet dat. In het softwareprogrammaatje dat hij speciaal hiervoor geschreven heeft, zit code die direct toehapt als de systemen weer opstarten.
Bellen
Er is nu meer aandacht voor crisisscenario’s dan vroeger. Ook is de aard van de risico’s veranderd, bijvoorbeeld door spionage en het risico op het lekken van kennis. Ook de kans op domino-effecten, zoals in dit scenario van Rowan T, is gestegen.
Ondanks dat veel digitaal gaat, moet de TU/e bij de voorbereiding op een crisis zeker verder kijken dan online maatregelen. Als de stroom uitvalt, vallen na enige tijd immers ook de communicatiesystemen (wifi, internet) uit.
Hoe weet je dan nog wat te doen of wie te bellen? “We hebben nog altijd blauwe klappers, gebouwkaarten en bellijsten als back-up”, zegt Krosenbrink. “En we hebben ook toegang tot systemen van externen als ons systeem eruit ligt. Je moet nooit op één paard wedden.”
Maar wat als je onderling wilt afstemmen en de telefoon niet meer werkt? “We hebben ook portofoons”, zegt Spiele. “Onze brandweer, beveiliging en het Rapid Response Team gebruiken die nu al.”
Er loopt momenteel een aanbesteding voor een nieuw portofoonsysteem. “Als dat rond is, gaat het crisisteam mogelijk ook portofoons gebruiken. Daarnaast zijn we bezig met een crisisapp: een communicatiesysteem waar leden van de crisisorganisatie realtime de laatste stand van zaken kunnen checken, zodat iedereen hetzelfde beeld heeft.”
Spiele is zich ervan bewust dat zo’n app bij uitval van internet of stroom niet zal werken. “Dubbele systemen en noodstroomvoorzieningen zijn hierin belangrijk. We zijn met zichtbare en onzichtbare maatregelen voorbereid op allerlei scenario’s om de TU/e veilig te houden.”
Arrestatieteam
Kwaadwillenden verwachten dat IT‑teams eerst bezig zullen zijn met de directe fysieke schade van een crisis, niet met cyberrisico’s. Daar hoopt ook T. op, maar zover komt het uiteindelijk niet. Zijn communicatie met andere hackers online is ook bij de politie niet onopgemerkt gebleven. Zelfs de slimste criminelen maken fouten.
Wanneer T. het Nanolab verlaat om geruisloos te vertrekken, staat er een arrestatieteam klaar om hem in de kraag te vatten. De usb-stick gaat mee als bewijs en het dweilen van de universiteitsgebouwen kan beginnen.



Discussie