Sluitstuk | Vloeistoffen die vastlopen

Theoretisch natuurkundige Corentin Laudicina werpt nieuw licht op het glasmysterie

Het is een van de natuurkundige mysteries: wat gebeurt er bij de overgang van een vloeistof naar een bijzondere vaste vorm, de glasfase? TU/e-promovendus Corentin Laudicina modelleerde de dynamiek van deeltjes in een supergekoelde vloeistof en vond een verhelderend puzzelstukje.

door
foto Merel Poels

Voordat we het glasmysterie induiken, neemt theoretisch natuurkundige Corentin Laudicina ons even mee terug naar de middelbare school-natuurkunde. Want hoewel hij zelf al jaren bezig is met wat er nu precies tijdens de glasovergang in een materiaal gebeurt, begrijpt hij ook goed dat zijn onderzoek niet het makkelijkste is om zo even aan de kantinetafel uit te leggen.

Volgens de schoolboeken kennen we drie verschillende toestanden waarin materie zich kan bevinden: gas, vloeistof en vast. Denk aan waterdamp, vloeibaar water en ijs. De moleculen waaruit het materiaal bestaat zijn hetzelfde, maar de manier waarop ze kunnen bewegen verschilt sterk, legt Laudicina uit. 

Hij pakt zijn proefschrift erbij en laat een figuur uit het inleidende hoofdstuk zien. “Hoe hoger de temperatuur, hoe vrijer de moleculen kunnen bewegen. In een vaste stof bevinden ze zich in een kristalrooster – op een vaste plek, op vaste afstand van elkaar – maar in een vloeistof kunnen ze bewegen zonder een vaste positie ten opzichte van elkaar. In een gasfase zijn die bewegingen nog veel vrijer.”

Vloeibaar drinkglas

Maar naast deze drie bekende fases, bestaat er ook een vierde fase waarin een materiaal kan terechtkomen wanneer je het snel genoeg afkoelt: de glasfase. En daar is iets bijzonders mee aan de hand, vertelt Laudicina.

“Het vreemde aan een materiaal in de glasfase is dat het zich gedraagt als een vaste stof, terwijl de interne structuur meer op die van een vloeistof lijkt. Er is geen strak kristalrooster, maar een ongeordende structuur. Een drinkglas is dus in zeker zin vloeibaar.”

Om de glasfase beter te begrijpen, onderzoeken Laudicina en zijn collega’s van de onderzoeksgroep Soft Matter & Biological Physics daarom specifiek wat er gebeurt wanneer een vloeistof wordt afgekoeld. Daarbij kijken ze onder meer naar de viscositeit: hoe stroperig een materiaal is.

“Als de temperatuur daalt, bewegen de moleculen steeds minder makkelijk. Rond de glasovergang neemt de viscositeit echter extreem snel toe – veel sneller dan je zou verwachten. En toch verandert de interne structuur van het materiaal nauwelijks. Dat is de kern van het glasmysterie.”

Complexe computersimulaties

Op zijn laptop laat Laudicina de livestream zien van een beroemd experiment van de Australische University of Queensland. We zien een omgekeerde trechter met een onbeweeglijke, zwarte inhoud. 

“Dit pekdruppelexperiment laat zien hoe stroperig een vloeistof kan worden. Pek – een stroperig bestanddeel van asfalt – is bij kamertemperatuur keihard. Maar eigenlijk is het een extreem viskeuze vloeistof. Zo stroperig dat er gemiddeld maar eens in de tien jaar een druppel uit die trechter valt.”

Om te begrijpen waarom materialen zich tijdens de glasovergang zo anders gedragen dan je op basis van hun structuur zou verwachten, moet je de beweging van miljoenen deeltjes gedurende lange tijd kunnen volgen. Een microscoop kan dat niet rechtstreeks. Dus grijpen theoretisch natuurkundigen – die volgens Laudicina vooral “naar eenvoud streven” – naar computersimulaties.

“We hebben de moleculaire complexiteit van echte vloeistoffen teruggebracht tot een modelvloeistof: een systeem van perfect bolvormige deeltjes die op relatief eenvoudige manieren met elkaar reageren.”

Dankzij deze simulaties – zo complex dat hij deze via het TU/e Supercomputing Center uitvoerde – kon Laudicina laten zien dat sterke veranderingen in de viscositeit te maken hebben met heterogeen bewegende deeltjes.

Druk festival

Niet alle deeltjes in een supergekoelde vloeistof bewegen namelijk even snel: sommige bewegen nauwelijks, terwijl andere groepjes vormen die zich gezamenlijk verplaatsen.

“Een beetje zoals op een festival, waar in de drukke stukken iedereen een beetje moet bewegen als je een biertje wilt halen achter op het veld.”

Laudicina onderzocht hoe deze clusters veranderen naarmate de vloeistof afkoelt en hoe dit samenhangt met het geleidelijk trager worden van de vloeistof tijdens de glasovergang.

Door de verschillende clusters nauwkeurig te meten en ze gedurende langere tijd te volgen, ontdekte Laudicina iets opvallends. Naarmate de vloeistof afkoelt, worden de clusters aanvankelijk groter. Maar onder een bepaalde temperatuur beginnen ze juist weer kleiner te worden.

Oudere theorieën, die geen rekening houden met deze clusters, voorspelden dat ze onbeperkt zouden blijven groeien, waardoor de vloeistof plotseling zou vastlopen. Volgens de bevindingen van Laudicina gebeurt juist het tegenovergestelde: de clusters zetten als het ware zelf een natuurlijke rem op hun groei. Dat verklaart volgens hem waarom er in het laboratorium en in computersimulaties geen abrupte overgang wordt waargenomen.

“Onze vergelijkingen misten een soort terugkoppeling”, legt hij uit. “Ze konden voorspellen dat de clusters zouden groeien, maar niet dat die groei zichzelf uiteindelijk zou afremmen. Toen we die terugkoppeling eenmaal in de theorie hadden ingebouwd – en dat was bepaald geen eenvoudige klus – verdween de scherpe overgang die de theorie eerder voorspelde. Wat overbleef kwam bijna perfect overeen met wat we in de simulaties zien.”

Van glas naar kankercellen

Volgens Laudicina kan de ontdekking een nieuw perspectief bieden op het onderzoek naar de glasovergang. Toch benadrukt hij meteen dat het vooral om fundamenteel onderzoek gaat.

“Op intellectueel niveau kan dit zeker belangrijk zijn. We begrijpen nu beter hoe processen in de glasfase werken. En het interessante is dat deze natuurkunde niet ophoudt bij vloeistoffen.”

“Neem een tumor. De cellen in een weefsel zitten net zo dicht op elkaar als de deeltjes in onze simulaties. Ze kunnen op een vergelijkbare manier vast komen te zitten, maar ook plotseling weer gaan bewegen en het omliggende weefsel binnendringen. Binnen onze groep werken we samen met celbiologen om dit vanuit een natuurkundig perspectief te onderzoeken. Er zijn sterke aanwijzingen dat deze cellen iets doormaken wat sterk lijkt op een glasovergang. Dat is een heel interessante link.”

En verrassend genoeg stopt het daar niet, onderstreept Laudicina tot besluit.  Ook in de informatica en machine learning zijn vergelijkbare natuurkundige problemen te vinden. 

“Je moet daarom uitkijken dit soort onderzoek enkel te bestempelen met ‘weten om het weten’. Juist omdat dezelfde ideeën steeds weer opduiken op plekken waar je ze niet verwacht, is het zeker de moeite waard ze fundamenteel te doorgronden.”

Woensdag 16 september verdedigt Laudicina zijn proefschrift aan de faculteit Applied Physics and Science Education.

PhD in the picture

Wat zien we op je proefschriftkaft?

“Op de voorkant staan allerlei clusters met deeltjes die verschillend bewegen, afkomstig uit mijn simulaties. Achterop zie je daarvan een wiskundige weergave, en mijzelf in cartoonstijl die daar hard over nadenkt. Mijn promotieonderzoek bestond eigenlijk grotendeels uit denkwerk. Soms achter de laptop, maar meestal gewoon met pen en papier.” 

Je bent op een verjaardagsfeestje. Hoe leg je in één zin uit wat je onderzoekt? 

“Ik bestudeer de stroperigheid van afkoelende vloeistoffen, omdat die heel anders is dan we verwachten. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik het best lastig vind om met ‘buitenstaanders’ over mijn onderzoek te praten. Snel switchen van onderwerp dus maar.” 

Hoe blaas je naast je onderzoek stoom af?

“Ik hou enorm van koken, en ga daarbij de hele wereld over. Als kind van expats groeide ik op veel verschillende plekken op en leerde ik veel smaken kennen. Omdat ik me op mijn werk strikt aan wiskundige regels moet houden, kook ik vooral op gevoel. Niets zo ontspannend dan lekker roeren in een pan.”

Welke tip had je als beginnende PhD-kandidaat willen krijgen? 

“Niets gaat volgens plan. Een beetje flexibiliteit helpt daarom zeker, net zoals een flinke dosis niet-bang-zijn-om-te-falen. Want dat gebeurt tijdens je PhD-traject geheid ergens.”

Wat is je volgende hoofdstuk?

“Ik ben me volop aan het oriënteren buiten de academische wereld. Ik vind onderzoek geweldig, maar wil me vooral bezig houden met het oplossen van problemen. Ik heb de afgelopen jaren een aardige toolbox opgebouwd om de meest ingewikkelde problemen op te lossen, een kracht die ik overal kan inzetten.” 

Deel dit artikel