
Goedkope Chinese chemie zet Nederlandse industrie onder druk
Als wij nu niet gaan kiezen, wordt er voor ons gekozen
Uit recent onderzoek van de Rabobank blijkt dat goedkope Chinese chemische producten steeds vaker de binnenlandse industrie verdringen, wat ons land kwetsbaar en afhankelijk maakt. “We zien die afhankelijkheden wel, maar hebben de neiging weg te kijken”, herkent chemicus Mark Boneschanscher van de TU/e.
Nederland behoort tot de Europese landen die het meest leunen op Chinese chemie. Waar de concurrentiedruk jarenlang vooral lag bij consumentengoederen, verschuift die nu naar industriële chemie en halffabrikaten, met grote gevolgen voor ons land.
3,6 procent van alle chemische producten die Nederlandse bedrijven gebruiken, komt rechtstreeks uit China. Inclusief indirecte ketens loopt dat op tot 5,3 procent. Daarmee is Nederland aanzienlijk afhankelijker dan bijvoorbeeld Frankrijk. Dit klinkt misschien niet veel, maar voor veel stoffen heeft China al een monopolie.
En om de vergelijking te trekken met de auto-industrie; als je alles zelf doet, maar de motor moet uit China komen, is die op het geheel van de auto een klein onderdeel, maar wel een essentieel onderdeel. Zo is dat ook met chemie die als grondstof dient voor heel veel producten die we in Nederland maken.
Geopolitiek risico
Die afhankelijkheid is niet alleen een economisch vraagstuk, maar ook een geopolitiek risico. China heeft de afgelopen jaren al exportrestricties ingesteld op onder meer gallium, germanium en bepaalde grafietproducten. Een vergelijkbare beperking op basischemie zou Nederland hard raken.
Basischemie is de tak van de chemie die zich bezighoudt met de productie van eenvoudige, grootschalig geproduceerde chemische stoffen, die als bouwstenen dienen voor complexere producten als plastics, medicijnen, verf en cosmetica.
Strategische risico’s
Goedkope import levert bedrijven op korte termijn lagere kosten op, maar maakt Nederland kwetsbaar bij geopolitieke spanningen of exportrestricties. In zo’n scenario is het welvaartsverlies groter dan de winst die goedkope import ooit opleverde.
“Dat is waar voor mij de spanning zit tussen korte termijn winst en lange termijn verlies”, erkent decaan en hoogleraar Sustainable Chemistry Innovations aan de TU/e Mark Boneschanscher.
“Je kunt vandaag economisch voordeel hebben van een goedkoper product uit het buitenland, maar daarmee tegelijkertijd in Nederland iets afbouwen wat je later wellicht hard nodig hebt.”
Verdringing van Nederlandse productie
Als de basischemie – nodig voor bredere industriële ketens verschuift naar China, verzwakt de Nederlandse maakindustrie. De Rabobank maakte daar een berekening voor: als de chemie uit China 10 procent goedkoper wordt, zorgt dat voor een daling van de Nederlandse productie met 7 procent.
Rabobank rekende ook door wat er gebeurt als Chinese basischemie nóg goedkoper wordt. Bij een prijsdaling van 10 procent daalt de Nederlandse productie van basischemie met 7 procent. Die daling komt bovenop een al forse krimp: sinds 2022 produceert de Nederlandse chemiesector een kwart minder.
Politieke zorgen
Als Europa te veel productiecapaciteit verliest, worden we afhankelijker van China voor producten die essentieel zijn voor onze economie en verduurzaming. Daar zijn onlangs Kamervragen over gesteld door CDA-Kamerleden Judith Bühler en Joris Lohman.
Angelsaksisch of Rijnlands
“Daarnaast is het ook een filosofisch vraagstuk: wat verwachten we eigenlijk van een bedrijf in Nederland? Je kunt heel sterk vanuit aandeelhouderswaarde en financieel rendement redeneren, wat zorgt voor een focus op kortetermijnwinst.”
“Dit Angelsaksische model is dominant in de petrochemie. Of je kijkt breder vanuit de waarde die een bedrijf creëert voor medewerkers, regio en maatschappij. Dat laatste associëren we vaak met het Rijnlandse model met als typisch voorbeelden BASF en DSM.”
Kruispunt
De Nederlandse chemiesector staat nu op een kruispunt: kiezen we voor het kortetermijnvoordeel, of de langetermijn weerbaarheid? En hoeveel productiecapaciteit kan Nederland zich veroorloven te verliezen?
Boneschanscher vindt dat een ingewikkelde vraag. “Chemie is ontzettend geïntegreerd. Als je je specialiseert in hoogwaardige fijnchemie, maar voor vrijwel alle bouwstenen afhankelijk wordt van bijvoorbeeld China, vergroot je je ketenafhankelijkheid en verlies je verticale ketenintegratie. Naarmate je meer stappen in de keten verliest, word je minder efficiënt, pak je minder marge en verlies je makkelijker je kennispositie.”
“Je hoeft niet iedere stap van elke keten in Nederland te doen. Dat is niet realistisch. Maar ketenintegratie zorgt wel voor kennisuitwisseling, snelheid en economische voordelen. Als je de basis weghaalt, moet je niet verbaasd zijn wanneer uiteindelijk ook het eind van de keten volgt.”
Batterijenmarkt
China heeft dat zelf bewezen met de batterijenmarkt. “Wij hebben in Europa lang gedacht: laat winning en verwerking van grondstoffen maar elders plaatsvinden, dan doen wij wel het technologisch hoogwaardige deel met bijbehorende marges, zoals de elektrische auto’s aan de man brengen. Maar zo eenvoudig werkt het niet.”
“Wie verwerking, materialen en productie op grote schaal beheerst, bouwt kennis, infrastructuur, leveranciers en vakmensen op. Dan wordt de stap naar het volgende onderdeel van de keten steeds kleiner.”
Zo bouwde China een sterk geïntegreerde batterijenwaardeketen op. Van verwerking van grondstoffen bleek het een kleine stap naar de productie van batterijcellen, integratie in een batterijpakket en vervolgens de fabricage van elektrische auto’s.
“En dan zijn we hier verbaasd dat China ‘opeens’ de internationale elektrische automarkt overneemt”, zegt Boneschanscher hoofdschuddend.
Auto’s
“Ik was onlangs op een autobeurs in Amersfoort en zag een enorme opmars aan Chinese merken: Firefly, NIO, BYD, Dongfeng”, schetst Boneschanscher. “Voor mijn gevoel was alleen Tesla nog een serieuze concurrent.”
“De Chinese wagens waren geavanceerder en goedkoper dan de elektrische modellen van BMW en Mercedes. Ik zag laatst online zelfs een auto van Huawei met een home cinema erin. Europese auto’s worden nu gewoon uit de markt geduwd.”
“Dat is dus wat ik erop tegen heb om simpelweg te zeggen dat de basischemie lage marge heeft en dat we die dus wel naar China kunnen verplaatsen”, grijpt de chemicus terug op de initiële vraag.
Realistisch
“Tegelijk ben ik realistisch: ik weet dat we niet alles in Nederland kunnen blijven doen. En de grondstoffensituatie hier is ook veranderd, dat heeft impact op onze chemische industrie.”
Het Groninger gas komt niet meer terug en elektriciteit is gekoppeld aan de gasprijs. “Dat betekent dat het voor de energie-intensieve basischemie moeilijk is om hier concurrerend te zijn. Daardoor kunnen we ook niet meer alle basischemie doen: daar is veel goedkope energie voor nodig.”
Eindhoven Grid Lab
Daaruit volgt overigens niet dat zonne-energie of windenergie te duur zijn of hierin geen oplossing kunnen bieden. “Integendeel: goedkope hernieuwbare elektriciteit is juist een belangrijk deel van de oplossing”, weet Boneschanscher.
“Alleen heb je voor een chemische industrie die 24 uur per dag draait méér nodig dan alleen geïnstalleerde wind- en zonnecapaciteit. Je hebt voldoende netcapaciteit, flexibiliteit, opslag en ook duurzame moleculen zoals waterstof nodig.
De TU/e is bezig met onderzoek naar hoe je genoeg energie voor dit soort industrieën kunt opwekken en een bijpassende netinfrastructuur kunt creëren om al die duurzame energie betrouwbaar te transporteren. Daarvoor is afgelopen week het nieuwe Eindhoven Grid Lab geopend.
Keuzes maken
“We moeten hier in Nederland eens een goede inhoudelijke discussie voeren. We weten dat alle basischemie hier houden niet meer kan, maar hebben nog steeds niet gekozen wat we dan wél gaan doen.”
Het tekent volgens Boneschanscher het politieke klimaat van Nederland, waarin te weinig strategische keuzes worden gemaakt. Een punt dat ook voormalig Philips-CEO Hans de Jong aanhaalde op het congres van ingenieursvereniging Kivi over technologische weerbaarheid, afgelopen september.
“Als wij niet kiezen, wordt er voor ons gekozen”, zo stelde de topman daar op persoonlijke titel. Ook de Wetenschappelijke Klimaatraad schreef hier een rapport over: ‘Kiezen of Verliezen’. Het leeft, maar alleen de politiek kan echt de keuzes voor ons land maken. Waarom doet ze dat dan niet?
Het antwoord daarop weet Boneschanscher ook niet zo 1-2-3. “Wat ik wel zie, is dat complexe industriële discussies snel heel binair worden: voor of tegen een bepaalde industrie, voor of tegen subsidie, economie tegenover klimaat. Terwijl de interessante vragen juist daar tussenin zitten.”
“Welke industrie willen we over twintig jaar hebben? Welke infrastructuur hoort daarbij? Welke kennis moeten we behouden? En wat zijn we bereid daarvoor te investeren? Ik zou graag zien dat die inhoudelijke afweging veel centraler komt te staan.”
Bèta’s bij de overheid
Op het Kivi-congres leefde ook het sentiment dat te weinig bèta’s bij de overheid werken, zowel in de ambtenarij als de politiek. IT-expert Bert Hubert deed een noodkreet om bewustzijn te creëren: er moet echt meer bètakennis heen om genoeg bagage te hebben om weloverwogen keuzes te maken voor onze kennispositie en weerbaarheid.
Boneschanscher denkt dat de besluiteloosheid ook komt door een stukje psychologie: “We willen het liever niet zien. We weten van killswitches in apparaten en voertuigen uit China, maar we nemen ze nog gewoon af. De spoorsabotage op Prinsjesdag: hoeveel hoorden we er daarna nou nog over, terwijl het echt ernstig was dat dit zo gemakkelijk kon?”
“De toenemende sabotage en hybride acties op NAVO-gebied door Rusland vinden we ook moeilijk om onder ogen te zien. We hebben nu eenmaal de neiging om weg te kijken bij dingen die ongemakkelijk zijn.”
Hele keten
Boneschanscher is er eerder voorstander om enkele strategisch gekozen ketens volledig te doen, dan alleen maar eindproducten te maken. “We moeten kijken welke eindproducten het belangrijkst zijn voor ons verdienvermogen en onze kennispositie, en dan ook kijken welke basischemie we daarvoor moeten behouden.”
“Dan hebben we de hele verticale keten in Nederland voor dat product en dat maakt ons minder kwetsbaar.” Voorbeelden van mogelijke opties volgens hem zijn kunststoffen, geavanceerde materialen of delen van de farmaceutische keten.
Voor de hele batterijmarkt is het eigenlijk al te laat. Daar is China te ver mee. “Bij de huidige generatie lithium-ionbatterijen heeft China inmiddels zo veel schaal, kennis en geïntegreerde productiecapaciteit opgebouwd dat je daar niet de competitie mee aan kan gaan.”
Ook bij polymeren – kunststoffen – is dit niet eenvoudig: als je die hier wilt houden, moet je de organische chemie in Nederland behouden. “Die huidige basischemie is gebaseerd op olie en op grote geïntegreerde petrochemische clusters, maar juist die keten staat erg onder druk, omdat China daar al flink op heeft ingezet. Mijn zorg is dat we die oude basis sneller afbouwen dan dat we een nieuwe basis opbouwen.”
Staatsbeleid
Een ander verschil tussen Nederland en China en waarom de Chinezen succesvol de chemie overnemen, is het type besturing van de landen. “Het politieke veld in Nederland is extreem versplinterd en beleid is hier niet consistent op de lange termijn. China voert veel centraler en consistenter industriebeleid dan wij.”
“De staat kiest er technologiegebieden, investeert daar langdurig in en bouwt vervolgens schaal op. Dat model heeft ook duidelijke nadelen en ik zou het Chinese politieke systeem absoluut niet willen kopiëren. Maar van de consistentie waarmee industriebeleid over langere periodes wordt uitgevoerd, kunnen we echt wel iets leren.”
Behalve dat we dringend moeten kiezen voor een of meer specifieke verticale ketens in de chemie, moeten we ook meer in scenario’s gaan denken, vindt Boneschanscher.
“Het is nodig dat we keuzes maken op de lange termijn voor onze kennispositie en weerbaarheid, maar ook dat we scenario’s ontwikkelen over hoe te besturen in tijden van oorlog. Denk aan de impact van dienstplicht op de economie, bijvoorbeeld. We kunnen onze ogen niet sluiten voor hoe de wereld in korte tijd veranderd is.”
Kamervragen
Eind september zijn de Kamervragen van Bühler en Lohman beantwoord. Daaruit blijkt dat de zorgen van Boneschanscher, De Jong en andere bèta’s wel worden gedeeld, maar toch kijkt de Kamer anders naar afhankelijkheid. “Wederzijdse afhankelijkheden zijn een normaal en belangrijk onderdeel van het mondiale handelssysteem en zijn op zichzelf niet onwenselijk”, zo schrijft de Kamer onder andere.
“Of en in welke mate onderdelen van de chemische sector kwetsbaar zijn door dergelijke risicovolle strategische afhankelijkheden, is onderzocht. Dit onderzoek is echter vertrouwelijk.”
Wel ziet de Kamer het belang van het behouden van een substantiële chemische industrie in ons land, maar zij rept niet over inzetten op de volledige verticale keten van een specifieke industrie of welk subindustrie in de chemie strategisch gezien gekozen moet worden.
Intreerede
Boneschanscher is bij zijn aantreden tot decaan van de faculteit Chemical Engineering & Chemistry ook hoogleraar geworden. Zijn intreerede vindt plaats op 12 november, en Boneschanscher spreekt daarin ook over het vraagstuk rondom de chemische industrie in Nederland. Wie de rede in de Blauwe Zaal (Auditorium) wil bijwonen, kan zich hier aanmelden.


Discussie