Een kijkje bij de kunst op de campus van de TU/e

De TU/e staat en hangt vol kunst, zowel in de gebouwen als in de buitenruimte. Wie hier dagelijks langsloopt, staat daar niet altijd meer bij stil. Daarom neemt TU/e-kunstconservator Britte Sloothaak geïnteresseerde studenten en medewerkers mee op kunstwandelingen, om hen opnieuw bewust te maken van de pareltjes op de campus. Donderdag vond de eerste editie plaats.

door
foto Leoni Andriessen

Ondanks de gure wind donderdagmiddag – en op een gegeven moment zelfs even hagel – verzamelt zich een groep van ruim tien TU/e’ers bij de zuidingang van Atlas. Het is het beginpunt van de zogenoemde Campus Art Tour, georganiseerd door Studium Generale en Britte Sloothaak, conservator van de TU/e-kunstcollectie. 

Creativiteit in een technische omgeving

Maar hoe is de kunstcollectie van de universiteit ontstaan? De TU/e werd opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, in 1956. Vanaf het begin was er aandacht voor de rol van kunst op de campus, vertelt Sloothaak. “Professoren, maar ook Philips vanuit de industrie, zeiden toen al dat in zo’n rationele en technisch gedreven omgeving juist ruimte moet zijn voor creativiteit en gevoel.”

De kunst staat niet achter glas of op een voetstuk, maar wordt echt onderdeel van de campus

Britte Sloothaak
Conservator TU/e-kunstcollectie

De TU/e-collectie bestaat uitsluitend uit moderne kunst. In het bijzonder overwegend na-oorlogse moderne kunst die typerend was voor die tijd – in de context van de Nederlandse wederopbouw, legt Sloothaak uit.

‘De Technische Student’, zuidingang Atlas

In het uur dat gepland staat voor de Campus Art Tour, is het onmogelijk overal langs te gaan. Daarom kiest Sloothaak een viertal werken op of rond het Koeveld – beginnend bij ‘De Technische Student’. “Ik noem hem vaak de sassy student, vanwege zijn houding”, vertelt Sloothaak grappend.

Het werk is gemaakt door de Nederlandse kunstenaar Oswald Wenkebach. Aanvankelijk richtte hij zich vooral op schilderkunst en printtechnieken, maar na een ontmoeting met beeldhouwer Jöhn Rädecker raakte hij ook geïnteresseerd in die kunstvorm. Het bronzen beeld maakt deel uit van een serie waarin Wenckebach alledaagse mensen afbeeldde.

Het werk werd in 1963 aangekocht ter gelegenheid van de opening van het hoofdgebouw van de universiteit, nu Atlas. “Oorspronkelijk had het geen naam. Bij de aankoop is, in overleg met Wenckebachs weduwe, deze naam bedacht”, legt Sloothaak uit.

‘Vliegend’, tussen Matrix en MetaForum

Net als het vorige werk is het tweede werk van de tour – ‘Vliegend’ – een massief bronzen beeld. En ook dit werk is gemaakt door een kunstenaar – de Nederlander Wessel Couzijn – die oorspronkelijk was opgeleid als schilder, maar later de liefde voor beeldhouwkunst ontdekte. De stijlen van beide werken zijn daarentegen erg verschillend.

“Zoals je kunt zien is dit beeld veel minder strak en stilistisch dan het vorige”, vertelt Sloothaak aan de groep. “Couzijn was erg geïnteresseerd in het verbeelden van expressie en gevoel. Kijk maar naar de uitgesproken vormen, en de ruwe bovenlaag.”

Volgens Sloothaak is dit vooral interessant omdat Couzijn in zijn schilderwerk realistische beelden maakte. Het verschil in stijl – van figuratief op het doek naar zeer non-figuratief in 3D – is een veel duidelijkere verandering dan bijvoorbeeld te zien was bij Wenkebach, toen hij de overstap maakte van schilderkunst naar beeldhouwkunst.

‘Objet Mathématique’, Koeveld

De derde stop staat in het teken van het negen meter hoge werk ‘Objet Mathématique’, dat speciaal werd ontworpen voor het Philips-paviljoen tijdens de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel.

Het ontwerp werd gemaakt door de Frans-Zwitserse Le Corbusier en uitgevoerd door de Griekse Iannis Xenakis, beiden architecten. Samen met componist Edgar Varèse ontwikkelden zij de architectuur van het paviljoen en een audiovisuele installatie die daarin te zien was. “Het paviljoen was prachtig ontworpen, maar er was een probleem: voor bezoekers was het onduidelijk waar de ingang zich bevond”, legt Sloothaak uit. “Daarom werd deze installatie toegevoegd, om de aandacht te trekken en als duidelijke entree.”

Bovenin het werk hangt in ledverlichting de tekst ‘Poème électronique’, de naam van het gezamenlijke project van het drietal in het paviljoen. Oorspronkelijk stond hier ook de tekst ‘Philips’, maar die is later verwijderd.

‘Vloerreliëfs’, tussen Vertigo en Matrix

Als laatste stop brengt Sloothaak de groep naar vier betonnen blokken bij de parkeerplaats naast Vertigo, genaamd ‘Vloerreliëfs’. De blokken, gemaakt door Nederlandse kunstenaar Ad Dekker, bestaan elk uit een opeenstapeling van cirkels, vierkanten of driehoeken.

“Het is een bescheiden werk, maar vergis je niet: het is niet simpel”, benadrukt Sloothaak. “Dekker heeft bewust ruimte ingenomen, gewerkt met verschillende vormen en hoogtes, en alles zo opgestapeld dat het uitnodigt om erop te zitten.” De grijze, vlakke kleuren zijn volgens haar een bewuste keuze. “Volgens hem leidt kleur alleen maar af van wat een kunstenaar kan.”

‘Vloerreliëfs’ werd in 1972 gemaakt door Dekker, speciaal voor de bouw van het toenmalige Rekencentrum (nu Neuron). In verband met verbouwingen werd het werk in 2002 verplaatst naar de huidige locatie. Het werk is recentelijk aangewezen voor de Gemeentelijke Monumentenlijst.

Wanneer je andere dingen ziet, ga je andere dingen denken – en uiteindelijk andere dingen doen

Britte Sloothaak
Conservator TU/e-kunstcollectie
Zien, denken, doen

De tour eindigt in de opslagruimte van de Kunst- en Erfgoedcommissie. Hier sluit Sloothaak af met een toelichting op waarom kunst op een universiteit niet alleen mooi, maar ook belangrijk is. Zelf werkte ze jarenlang in grote musea, maar maakte ze een paar jaar geleden bewust de overstap naar de TU/e.

“Aan de TU/e kopen we kunst niet om te verzamelen, maar om te laten zien”, vertelt ze trots. “De kunst staat niet achter glas of op een voetstuk, maar wordt echt onderdeel van de campus. Je mag erop zitten of het aanraken. Dat is allemaal prima. Op die manier kijk je met andere ogen naar kunst.”

Ze sluit zich aan bij de oprichters van de TU/e, die benadrukten dat juist in een technische omgeving creativiteit van groot belang is. “Wanneer je andere dingen ziet, ga je andere dingen denken – en uiteindelijk andere dingen doen.”

Deel dit artikel