Anneke van Rijswijk was de afgelopen veertig jaar het vaste gezicht bij elk evenement met haar kar vol broodjes en glazen met fris en champagne. Menig student en medewerker kocht bij haar koffiebroodjes en appelflappen in een van de kantines. “Die waren niet aan te slepen.”
Voor Van Rijswijk voelt het dubbel om nu met pensioen te gaan. “Je bent veertig jaar hier geweest. Dat is wennen. Je ontmoet zoveel leuke mensen. Daar heb ik veel goede vrienden aan overgehouden. Ik kijk terug met veel liefde. Al het is niet altijd rozengeur en maneschijn geweest.”
Ik ouwehoer ook met Jan en alleman. Het maakt niet uit of het de burgemeester is of een student
Betrokkenheid
Van Rijswijk zit aan een tafel in het midden van het Auditorium. Gedurende het interview komen er meermaals mensen langs om een praatje te maken. “Ik voel me heel erg betrokken bij heel veel mensen. Ik ouwehoer ook met Jan en alleman. Het maakt niet uit of het de burgemeester is of een student.”
Van Rijswijk groeide op in internaten en pleeggezinnen. Ze ging vroeg op kamers. Dat ze vrolijk en positief in het leven staat, heeft ze te danken aan haar zus. “Zij heeft me altijd onvoorwaardelijk gesteund en opgevangen in moeilijke tijden. En dat deed ze bij iedereen. Haar huis stond altijd open. Bij mij is de koffie altijd bruin. Dat heb ik van haar geleerd.”
Iedereen die langskomt in het Auditorium wordt direct om een e-mailadres gevraagd, zodat Van Rijswijk ze kan uitnodigen voor haar afscheid op 2 juni. “Er komen elke week nieuwe mensen bij, maar mocht ik je vergeten zijn, kom gerust langs!"
Willie Wortels
Twee weken nadat ze in 1986 via uitzendbureau Randstad op de universiteit begon, werd ze gevraagd om in vaste dienst te komen. “Ik had echt het idee dat ik tussen de saaie nerds terecht zou komen en tussen de mannen. Dat laatste was ook zo, maar die Willie Wortels houden wel van een feestje. Dat vooroordeel was na een week bijgesteld.”
De aanbieders van de catering wisselen regelmatig op de TU/e. Van Rijswijk werkte eerst twintig jaar voor cateraar Van Hecke (later Sodexho). Daarna vijf jaar bij Albron, acht jaar bij Eurest, een jaar bij Vitam en tegenwoordig bij Appèl. In die tijd heeft ze het eten in de kantines behoorlijk zien veranderen.
Iedere dag verkochten we 250 kroketten en bamischijven. Die gingen voor een gulden over de toonbank
Minder vet en duurder
“Toen ik begon verkochte we losse pakjes vleeswaren. We hadden bruine en witte broodjes of krentenbollen. Iedere dag verkochten we 250 kroketten en bamischijven. Die gingen voor een gulden over de toonbank. Tegenwoordig is het duurzamer en vegetarischer geworden. Het aanbod is nu ook minder vet en aanzienlijk duurder.”
Al is de meest merkbare verandering toch hoeveel drank er wordt genuttigd op de campus. “Het alcoholgebruik was ongelooflijk groot. Als ik ergens koffie bracht, stond er ook vaak een ijskastje met alcohol klaar in de hoek. Ook bij de hoogleraren en het College van Bestuur.”
“Zeker in Walhalla (de bar van studievereniging Thor, red.) kwam alles langs: van studenten tot secretaresses. Studenten betaalden voor de receptie na hun slagen 174 gulden. Daarvoor kregen ze een vijftigliterfust bier, sappen, kaas en worst. Was het bier op, dan was de borrel voorbij. Ik drink nu niet meer, maar in die tijd hielden we er allemaal wel van.”
Vroeger noemden ze het Auditorium ‘het Amsterdam van de TU/e'
Zakelijker
Tegenwoordig gaat het er iets rustiger aan toe, ziet Van Rijswijk. “Ik ben zo’n type dat weleens iets weggeeft. Vroeger had ik het idee dat alles kon. Het mocht wat kosten. Nu wordt er op ieder dubbeltje gelet. Het is een stuk zakelijker en commerciëler geworden hier op de universiteit.”
Ze noemt als voorbeeld nog de diverse feesten die werden gehouden. “Vroeger noemden ze het Auditorium ‘het Amsterdam van de TU/e’. Hier werden de optredens van Studium Generale gehouden. Tijdens personeelsfeesten werden de collegezalen omgetoverd tot een casino, bruin café of cocktailbar.”
Van Rijswijk wijst naar het midden van de hal. “En hier stond dan Rob de Nijs of Paul de Leeuw op te treden. Heel Eindhoven kwam daar op af. Dan stonden we nog gezellig tot twee uur ’s nachts aan de afwas met alle vrouwen.”
De brand
Toch is het niet altijd fijn geweest, geeft Van Rijswijk aan. Ze was de eerste die alarm sloeg toen er in 1994 brand uitbrak in het Auditorium. “Het was drie uur ’s middags. Er kwamen allemaal kleine, zwarte wolkjes naar beneden. Binnen twee minuten was het hele gebouw pikzwart. Toen ik de brandweer belde – die kenden mij ook ondertussen – moest ik nadrukkelijk zeggen dat het geen grap was.”
Tijdens de brand raakte niemand gewond, maar het duurde nog tot de volgende ochtend tot de brand onder controle was. “Ik heb samen tot één uur ’s nachts met mijn man en collega’s koffie, soep en broodjes verzorgd voor het crisisteam van het CvB en de brandweer.”
Van Rijswijk liet daarmee een diepe indruk achter, bleek jaren later. “Ik heb mijn trouwfoto’s laten maken hier op het dak van het Auditorium, door twee oud-bouwkundestudenten. Toen werd ik verrast door de brandweer. Die stonden op me te wachten met een bosje rozen als bedankje.”
Ook hebben een aantal overlijdens een blijvende indruk achtergelaten op Van Rijswijk. Ze koestert warme herinneringen aan haar toenmalige leidinggevende bij Van Hecke, Thijs Teeuwen. “Als ik in de pantry sta en het is hectisch, moet ik altijd aan hem denken.”
“Hij nam je voor wie je was, lachte je uit als je voor 150 man in je eentje de catering stond te doen, maar hielp daarna altijd mee. Toen ik een watergevecht hield met een collega, kwam hij binnen en ik hoor het hem nog zeggen: ‘Van Rijswijk, je leert het ook nooit!’”
Niet stilzitten
Van Rijswijk gaat nu dan met pensioen, maar is niet van plan om het rustig aan te doen. “Tijdens coronatijd ben ik in aanraking gekomen met Ready2Help, het burgerhulpnetwerk van het Rode Kruis. Ik heb me ook aangemeld bij wijkcentrum ‘t Oude Raadshuis in Tongelre en ben vrijwilliger bij Stichting Zorg en Wonen Glorieux. Dat blijf ik doen, dus ik ga zeker niet stilzitten.”







Discussie