Nieuw klimaatvak voor tweedejaars bachelorstudenten

Het komend academisch jaar wordt er aan de TU/e een keuzevak over klimaatverandering aangeboden aan bachelorstudenten van alle opleidingen. De eerste groep van maximaal zestig tweedejaarsstudenten gaat vanaf november leren over de klimaatproblematiek en hoe ze vanuit hun vakgebied kunnen bijdragen aan oplossingen. Hoogleraar Heleen de Coninck, een van de docenten die het vak zullen geven, vertelt Cursor over de opzet van het nieuwe klimaatvak en het belang ervan.

door
foto iStock / golero

“Bijna alle andere universiteiten hebben al een klimaatvak, en met reden. Dus het werd wel tijd om dit ook aan de TU/e aan te bieden”, vertelt Heleen de Coninck, hoogleraar Socio-Technical Innovation and Climate Change bij de faculteit IE&IS. Samen met Bart Wesselink en Pieter Pauw heeft ze het vak opgezet en vanaf november 2023 gaan de drie docenten het geven aan de eerste groep studenten. Het wordt als een keuzevak voor vijf ECTS aangeboden aan tweedejaars bachelorstudenten van alle opleidingen.

“Als je het over klimaatverandering hebt, dan heb je het over mitigatie en adaptatie. Mitigatie betekent dat je je emissies naar beneden brengt en daarmee de klimaatverandering tegengaat”, vertelt De Coninck. “Dat heeft alles te maken met energie, en daar zijn allerlei vakken over. Maar er was nog geen vak dat alles bij elkaar brengt. In het nieuwe klimaatvak gaan studenten leren over klimaatverandering, over waar het vandaan komt en wat de issues zijn als je het probeert op te lossen.” Het vak wordt bewust aangeboden aan tweedejaarsstudenten zodat iedereen een zeker basisniveau van wis- en natuurkunde heeft.

Belangenconflict

“We hebben ons best gedaan om een introducerend vak op te zetten dat bij de interesses van de studenten aan zou sluiten”, vervolgt ze. Zo hebben de docenten eerst met de vertegenwoordigers van alle studies gesproken en enquêtes naar studenten gestuurd om te kijken hoe ze het vak het beste konden invullen.

Iedereen heeft een rol in de klimaatverandering, maar veel mensen weten niet hoe ze dat in hun loopbaan kunnen vormgeven

Heleen de Coninck
Hoogleraar Socio-Technical Innovation and Climate Change

Een van de duidelijke wensen was dat het vak aansluit bij de praktijk en dat er iets kwantitatiefs in zit, want studenten willen graag rekenen aan het klimaat. “Studenten willen vooral bezig zijn met technologieën en oplossingen, maar je moet begrijpen dat rondom klimaatverandering ook een groot belangenconflict speelt. Daar gaan de studenten in hun werkende leven mee te maken krijgen en daarom willen we het onderwerp niet alleen op technologisch, maar ook op systeemniveau behandelen.”

De enquêtes laten verder zien dat de studenten goed beseffen hoe serieus het klimaatprobleem is en dat er iets aan gedaan moet worden, maar dat ze niet noodzakelijkerwijs hun eigen rol daarin kunnen benoemen. “Iedereen heeft een rol in klimaatverandering, maar veel mensen weten niet hoe ze dat in hun loopbaan kunnen vormgeven. Dat proberen we met het vak duidelijker te maken”, aldus De Coninck.

Een mooie mix

Het vak wordt als een keuzevak aangeboden, maar zou het voor alle bachelorstudenten niet verplicht moeten zijn? Dat lijkt De Coninck, hoe belangrijk ze het onderwerp ook vindt, geen goed idee. “Het is heel moeilijk om met verplicht onderwijs studenten van verschillende studierichtingen aan te spreken”, beargumenteert ze. “Daarnaast denk ik niet dat het effectief zou zijn. Bij studenten die het als een moetje zien, zou je op die manier zelfs weerstand kunnen creëren. We willen ervoor waken dat studenten negatieve gevoelens krijgen bij een vak over klimaatverandering, dus we willen ze niet dwingen. Verplicht onderwijs over duurzaamheid zou mogelijk wel binnen een opleiding kunnen.”

Wel hebben de docenten hun best gedaan om het vak onder de aandacht te brengen. “We hebben de academic advisors gevraagd aankondigingen met hun studenten te delen om ze op de hoogte te brengen van dit nieuwe keuzevak, wij hebben studieverenigingen gevraagd om er aandacht aan te besteden …”, somt De Coninck op. “We proberen op allerlei manieren zoveel mogelijk studenten te bereiken en niet alleen de usual suspects, zoals studenten Sustainable Innovation. We willen het liefst een mooie mix van verschillende studierichtingen, zoals Data Science, Applied Physics en Chemical Engineering. Die zijn allemaal belangrijk voor klimaatverandering, ze hebben allemaal een rol in zowel probleem als oplossing.”

Interfacultaire samenwerking is volgens haar heel belangrijk, omdat je hierdoor meer begrip krijgt voor andere disciplines en beter beseft dat je die anderen ook nodig hebt. “Ik dacht als student scheikunde vroeger ook dat alle oplossingen alleen in de scheikunde liggen. Maar ik kwam van een koude kermis thuis. Inmiddels zie ik in dat we alle vakgebieden nodig hebben.” Het nadeel van die verschillende achtergronden is wel dat je minder goed de diepte in kunt gaan. “We proberen het als een inleidend vak op te zetten dat stevig maar niet te moeilijk is, en tegelijkertijd voor iedereen iets nieuws heeft.”

Of dat goed gelukt is zal nog moeten blijken. “Komend academisch jaar wordt het vak een try-out en kan het gekozen worden door maximaal zestig studenten. Op basis van die ervaringen wordt het eventueel aangepast en wordt het een onderdeel van het elective-programma zodat iedereen het kan volgen”, legt De Coninck uit.

Het zaadje planten

Ze is ervan overtuigd dat studenten veel aan het vak kunnen hebben. “Veel studenten gaan er in zekere mate verder op bouwen tijdens hun studie en zich verder specialiseren binnen hun eigen vakgebied. Je hebt ook studenten die misschien zelfs een master gaan volgen op het gebied van klimaat en energie, en er hun beroep van gaan maken. Maar ik ben ervan overtuigd dat alle studenten in hun loopbaan op de een of andere manier met klimaatverandering in aanraking gaan komen. En dan is het cruciale bagage om te weten waar het over gaat.”

Veel eerstejaarsstudenten vinden een vakgebied leuk, maar hebben nog geen idee wat ze er later mee gaan doen, denkt ze. “Ik was zelf ook zo’n student. Ik studeerde scheikunde in Nijmegen en pas na twee jaar besloot ik om daar milieukunde bij te gaan doen, omdat het me interesseerde, maar ook omdat ik de maatschappelijke impact steeds belangrijker ging vinden.”

Zij is zelf een goed voorbeeld van hoe een vak je interesse kan aanwakkeren. “Bij mij was het een vak over atmosferische chemie en klimaatverandering. Er waren heel weinig studenten die scheikunde en milieukunde combineerden, dus ik was in mijn jaar de enige student in dat vak en kreeg privéles van de docent.” Glimlachend: “Wat heel ongemakkelijk was voor ons allebei.” Toch heeft het vak haar belangstelling voor de klimaatverandering gewekt. “Het zaadje was geplant.”

Rekenen aan klimaatneutraal Nederland

Tijdens de eerste twee weken krijgen de studenten les over de achtergrond van de klimaatverandering. “Vragen zoals: hoe weten we dat het klimaat verandert en dat het door mensen komt? En wat betekent dat voor Nederland en voor andere plekken en wat kun je daaraan doen? De echte basis dus”, licht De Coninck toe. Het eerste blok wordt afgesloten met een multiplechoicetoets.

Daarna gaan ze twee weken aan de slag met het energy transition model, een online model waarmee je mogelijke toekomstige energiesystemen voor een land, regio of gemeente kunt verkennen. De studenten krijgen de taak om een klimaatneutraal energiesysteem voor Nederland te ontwerpen. “Het liefst in multidisciplinaire groepjes”, aldus De Coninck. “Door het zelf uit te gaan rekenen, ondervinden ze wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om ons energiesysteem klimaatneutraal te maken – althans, technisch.”

Tijdens het derde blok wordt de nadruk gelegd op de systeemaspecten. “Wat voor internationaal beleid is er, wat hebben we in Nederland afgesproken”, noemt ze als voorbeelden. Ook dit onderdeel wordt afgesloten met een toets.

Het laatste blok bestaat uit een praktijkopdracht afkomstig van een opdrachtgever zoals de gemeente, de provincie of een bedrijf. Het is de bedoeling dat de studenten in groepjes aan een concreet vraagstuk werken. De Coninck: “Per groep zullen de studenten uiteindelijk een poster maken om hun project te visualiseren en aan de rest te presenteren. Dan nodigen we de opdrachtgevers uit om de resultaten te bekijken en feedback te geven.”

De zaak Shell

Tijdens de cursus krijgen de studenten ook het toneelstuk ‘De zaak Shell’ te zien, waarin vijf personages op het handelen van Shell reflecteren. Die personages representeren de volle breedte van stemmen in het klimaatdebat. “De zaak Shell is zowel haarscherp als verwarrend”, aldus de kritieken. Het mooie aan dit stuk vindt De Coninck dat het geen positie kiest over wat nu goed of fout is. Juist daarom wordt het publiek enorm aan het denken gezet over verantwoordelijkheden. “We hopen hiermee een mooi gesprek met studenten te triggeren.”

Volgens haar zijn het juist de tegengestelde belangen die de situatie zo ingewikkeld maken. “We doen allemaal ons best vanuit onze rol, maar de uitkomst is dat onze emissies niet naar beneden gaan en dat we niet van de fossiele brandstoffen en onduurzame voedselsystemen af komen.” Een toneelstuk kan soms een grotere impact maken dan een college dat je aan studenten geeft, vindt ze. “Soms moet je de kunst gebruiken of iemand anders een verhaal laten vertellen om de studenten te laten voelen: dit is de situatie waarin we nu zitten. En dan kun je kijken hoe je er samen weer uit komt.”

De titel van De Conincks inauguratiespeech was System change, not climate change. Uit allerlei onderzoek blijkt dat we voor het oplossen van de klimaatcrisis niet alleen op innovaties moeten vertrouwen, maar ook goed moeten kijken wat er precies in de maatschappij speelt en hoe we bestaande systemen kunnen veranderen.

 

De vraag is: word je onderdeel van het probleem of van de oplossing?

Heleen de Coninck
Hoogleraar Socio-Technical Innovation and Climate Change

Wat zou de hoogleraar tot slot tegen de bachelorstudenten willen zeggen om ze aan te moedigen om het vak te gaan volgen? Lachend: “Dat is een lastige vraag voor een middle-aged woman.” Dan serieus: “Maar ik zou zeggen: neem je toekomst in je eigen handen. Het maakt niet uit of je wetenschapper wordt of in het bedrijfsleven aan de slag gaat, we hebben overal mensen nodig die weten wat ze doen. De vraag is: word je onderdeel van het probleem of van de oplossing? Dit vak gaat je helpen om daar betere beslissingen over te nemen.”

De inschrijving loopt via Osiris. Het vak is te vinden onder de naam ‘Climate change: understanding the causes and solutions’ en de code 0SK40.

Deel dit artikel