Drie TU/e-gebouwen worden waarschijnlijk monument
Het moet nog geformaliseerd worden, maar de Gemeente Eindhoven heeft het voornemen om drie gebouwen op de TU/e-campus een gemeentelijke monumentenstatus te geven. Het gaat om het Auditorium, Ceres en Gemini-Zuid. Twee kunstwerken worden daarnaast aangemerkt als historisch waardevolle kunst.
Zou het Auditorium geen monumentenstatus moeten krijgen? Met die vraag inspireerde het Cuypersgenootschap – een vereniging voor het behoud van bouwkundig erfgoed – de gemeente om ook eens goed naar de rest van de TU/e-campus te kijken.
Het resultaat: niet alleen het Auditorium, maar ook Ceres en Gemini-Zuid krijgen gemeentelijke bescherming. Net als een vloermozaïek van kunstenaar Jan Dijker en vloerreliëfs van de hand van Ad Dekkers.
Jong
De Eindhovense campus is relatief jong, merkt wethouder Remco van Dooren op bij een persmoment over het voornemen, “maar ook wat er in het relatief jonge verleden is gebeurd, is belangrijk om door te geven aan toekomstige generaties.”
De gebouwen en kunstwerken die nu een monumentenstatus krijgen, stammen allemaal uit de jaren zestig en zeventig. Er zijn maar twee andere monumenten in Eindhoven die even jong zijn: het Koelhuis en de waterbollen naast zwembad de Tongelreep. De TU/e heeft al een rijksmoment: de voormalige W-Hal, nu MetaForum.
Nog steeds valide
Alle drie de voorgenomen monumenten zijn ontworpen door campusarchitect Sam van Embden. Met zijn visie op de campus van – toen nog – de THE, wilde hij de studenten vanuit het bildungsprincipe iets meegeven, vertelt vice-voorzitter van het College van Bestuur Patrick Groothuis. “Het ging niet alleen om ingenieurs kennis bijbrengen, maar ook om waar ze straks zouden gaan werken. Daar is de campus op geïnspireerd.”
Groothuis benoemt ook de loopbruggen die alle universiteitsgebouwen met elkaar verbinden en de centrale ontmoetingsplek in het Auditorium die samenwerking gemakkelijker maken. “Het grappige is dat de filosofieën van toen nog steeds valide zijn, want de grote uitdagingen van nu lossen we nooit op vanuit één discipline. De oplossingen vinden altijd plaats op de intersectie van meerdere disciplines.”
Bouwrondes
Het Auditorium en voormalig ketelhuis Ceres – waar ook de watertoren en recent gerenoveerde schoorsteen bij horen – komen allebei uit de eerste bouwronde van de campus en zijn daarmee volgens de gemeente illustratief voor die bouwfase. Het zijn gebouwen met een industriële en zakelijke vormgeving en daarmee anders dan Gemini-Zuid, dat uit de tweede bouwronde stamt.
“Dezelfde architect is op een heel andere manier gaan werken en heeft zich veel meer gericht op de menselijke maat”, vertelt Rik van der Velden van de kwaliteitscommissie van de TU/e. Daar zijn volgens hem ook de glaskunstwerken in het gebouw van Jan van Goethem (zie hoofdfoto) aan verbonden – die overigens behouden blijven na de huidige verbouwing.
Kunst
Naast het glaskunstwerk van Jan van Goethem als onderdeel van Gemini-Zuid, krijgen ook twee kunstwerken een eigen monumentale bescherming: een vloermozaïek van Jan Dijker en een vloerreliëf van Ad Dekkers.
Het mozaïek, dat Dijker zelf gelegd heeft met scherven van verschillende grootte, vorm en kleur, is te vinden bij de restanten van het Paviljoengebouw, naast de studentenwoontorens van Haven. Hij maakte het kunstwerk voor het atrium van het Provisorium, het eerste gebouw op het terrein van de TU/e. Het is daarnaast één van de eerste kunstwerken dat de TU/e heeft verworven.
Het andere kunstwerk is van Ad Dekkers en is te vinden tussen Vertigo en Matrix in. Oorspronkelijk waren de reliëfs ontworpen voor het Rekencentrum, wat nu Neuron is. In 2002 zijn de kunstwerken verplaatst naar de huidige locatie. In de werken gebruikt hij geometrische vormen, zoals cirkels, vierkanten en driehoeken, die bovenop elkaar het proces van vormverandering tonen.
De verbouwing van Gemini-Zuid roept de vraag op of het wel zo handig is voor een innovatieve universiteit om monumenten te bezitten. “De gebouwen hebben natuurlijk een iets formelere status als monument en dat brengt ook met zich mee dat er een aantal verplichtingen aan vastzit”, geeft Groothuis toe.
Maar het zal geen wezenlijk verschil maken voor de universiteit, stelt hij, omdat de TU/e volgens hem al een heel bewust beleid heeft om mooie dingen uit het verleden zoveel mogelijk te behouden en versterken voor de toekomst. “Daar hebben we ook een kwaliteitscommissie voor.”
Cultuurhistorische verkenning
Al in 2010 sprak de universiteit met de gemeente af dat bij elementen op de campus waar kunsthistorie of de eerste en tweede bouwronde aan de orde zijn, altijd een cultuurhistorische verkenning vooraf zal gaan aan een eventuele renovatie of nieuwe functie, vertelt Van der Velden.
“Het hele verbouwplan van Gemini-Zuid hebben we ook neergelegd bij de gemeente en dat is meegenomen in de redengevende omschrijving voor het monument. De schrijver daarvan was blij met onze cultuurhistorische verkenning, daarmee was de helft van zijn werk al gedaan.” Ook Van der Velden verwacht dus weinig verandering in de werkwijze, maar hij ziet de monumentenstatus wel als een publieke erkenning.
Open campus
De wethouder hoopt dat door de gebouwen en kunstwerken als monument aan te merken, meer mensen van buiten naar de TU/e-campus te trekken. “Om zo meer Eindhovenaren en mensen daarbuiten te inspireren met wat hier staat.” Ook Groothuis benoemt dat de campus er voor iedereen is, en dat de openheid nog zal toenemen wanneer de nieuwe dependance van het Rijksmuseum, grenzend aan het TU/e-terrein, haar deuren zal openen.
Hoewel de gemeente het voornemen heeft uitgesproken om de gebouwen en kunstwerken een monumentenstatus te geven, volgen eerst nog een aantal stappen waarbij bezwaar kan worden gemaakt. Bij het persmoment verzekerde Groothuis grappend dat de universiteit niet van plan was om van dat recht gebruik te maken. Als het proces voorspoedig verloopt, verwacht de gemeente rond de zomer de gebouwen en kunstwerken definitief als monument te kunnen aanwijzen.







Discussie