TU/e krijgt mastertrack lucht- en ruimtevaarttechniek

Wie zich in Nederland wil specialiseren in lucht- en ruimtevaarttechniek, kan daarvoor vanaf komend academisch jaar ook in Eindhoven terecht. De TU/e-faculteit Mechanical Engineering start de nieuwe mastertrack Aerospace Systems Engineering. De inschrijvingen zijn op 1 oktober geopend.

door
foto iStock / Dushlik

De reden voor de nieuwe track is eenvoudig, zegt Joris Remmers: “Omdat studenten erom vroegen.” De universitair hoofddocent composietmaterialen bij de faculteit Mechanical Engineering (ME) is kartrekker van het project.

Veel TU/e-studenten hebben volgens Remmers interesse in lucht- en ruimtevaarttechniek. Dat blijkt onder meer uit de verschillende aerospace-gerelateerde studententeams, zoals VOID en Daedalus, waarin studenten werken aan raketten, satellieten en vliegtuigen. 

“Ze komen regelmatig naar me toe om advies te vragen. Je merkt echt hun enthousiasme voor het vakgebied”, vertelt Remmers. “Dus ongeveer anderhalf jaar geleden dachten we: laten we ze het onderwijs gewoon aanbieden.”

Expertise in huis

De expertise voor de opleiding is volgens Remmers bovendien al volop aanwezig binnen de TU/e. “Veel collega’s hebben een aerospace-achtergrond, mijzelf incluis, en we vinden het ook gewoon een hartstikke leuk vakgebied”, zegt hij. 

Daarnaast ziet Remmers kansen voor samenwerking met bedrijven en organisaties in de regio. Zo is bijvoorbeeld VDL Groep actief in de aerospace-industrie. Ook Eindhoven Airport ziet hij als een mogelijke toekomstige samenwerkingspartner.

De expertise is bovendien breed inzetbaar. “Aerospace is eigenlijk alles wat vliegt en wat je nodig hebt om te vliegen. Denk aan het ontwikkelen van vliegtuigonderdelen, maar ook aan bijvoorbeeld drones, die steeds vaker worden toegepast”, legt Remmers uit. “Eigenlijk is aerospace een hele complexe toepassing van werktuigbouwkunde op lucht- en ruimtevaart.”

Windtunnel

Binnen de nieuwe track ligt de nadruk op de systemen achter de aerospacetechnologie. “Daarom staat er ook ‘systems’ in de naam van de track. We kijken naar het vliegtuig als een ontzettend complex systeem, en dat willen we bestuderen.” 

Om dat mogelijk te maken, is ook in de nodige faciliteiten geïnvesteerd. “We hebben een nieuwe, kleine windtunnel aangeschaft, die we volledig naar onze hand kunnen zetten, zodat we aerodynamicaproeven kunnen doen.” 

De TU/e beschikt al over een windtunnel voor onderzoek naar luchtstromingen in de gebouwde omgeving, maar de nieuwe faciliteit is specifiek ingericht voor de toepassingen binnen de aerospace-track.

Tracks

Tracks zijn vastomlijnde studierichtingen binnen een masteropleiding. Bij Mechanical Engineering waren al verschillende tracks, maar die bestonden voorheen vooral uit een verzameling vakken rond een bepaald thema. 

Studenten konden er tijdens hun studie voor kiezen zich hierin verder te verdiepen. Deze mogelijkheid blijft bestaan, maar wordt voortaan aangeduid als een specialisatie.

Binnen de nieuwe structuur is een track een duidelijk afgebakend studieprogramma binnen de master. Studenten melden zich bij hun toelating tot de master aan voor een track. Aerospace Systems Engineering wordt de eerste officiële track binnen Mechanical Engineering.

Na toelating volgen studenten een curriculum waarin algemene vakken binnen Mechanical Engineering worden gecombineerd met vakken die specifiek gericht zijn op hun track. Deze track-specifieke vakken zijn alleen toegankelijk voor studenten die voor de betreffende track zijn ingeschreven.

In het eerste jaar volgen studenten twaalf vakken, waarvan ten minste vier gericht zijn op aerospace. Samen bieden die vakken een brede basis in het vakgebied, met onderwerpen als aerodynamica, materiaalkunde en vluchtregeling.

Meer studenten aantrekken

“Met de nieuwe track willen we meer studenten aantrekken, maar vooral ook onze bachelorstudenten bij ons houden”, zegt Remmers.

De TU Delft is momenteel de enige Nederlandse universiteit met een zelfstandige opleiding in aerospace engineering. Onlangs werd bekendgemaakt dat prinses Ariane is toegelaten tot de bacheloropleiding, waarvoor een numerus fixus geldt.

“Wellicht kunnen we studenten die anders voor een aerospace-opleiding naar Delft waren gegaan, hier een plek aanbieden”, aldus Remmers. “We zullen ongetwijfeld ook studenten aantrekken die anders sowieso voor een master bij Mechanical Engineering hadden gekozen, maar we hopen dat het netto aantal studenten gaat stijgen.”

Hoewel de opleiding in Delft en de nieuwe track bij Mechanical Engineering in grote lijnen overeenkomen, hoopt de TU/e zich te onderscheiden door te focussen op systeemdenken. “We willen elkaar dan ook niet beconcurreren, maar juist versterken en zo het aanbod binnen Nederland verbreden.”

Defensie

Wie aan lucht- en ruimtevaart denkt, denkt al snel ook aan defensie. De vraag ligt dan ook voor de hand of er een link is tussen de nieuwe track en de geplande samenwerkingen tussen de Nederlandse universiteiten en het ministerie van Defensie.

“Vroeg of laat wordt technologie ook voor die toepassingen gebruikt, maar dat is niet onze eerste focus. We hebben hiervoor geen vraag gekregen van het ministerie van Defensie”, zegt Remmers.

Wel is de TU/e al contacten aan het leggen met aerospace-gerelateerde bedrijven in de regio, “zodat we studenten straks ook stage- en afstudeerplekken kunnen aanbieden in het werkveld.”

Verder groeien

Hoeveel studenten zich komend jaar voor de track zullen inschrijven, moet nog blijken. Sinds 1 oktober kunnen bachelorstudenten die bijna klaar zijn met hun opleiding zich aanmelden.

Remmers zou tevreden zijn met een groep van ongeveer veertig studenten. “Dan heb je een vol klaslokaal, en hopelijk een mooie multidisciplinaire groep om samen aan projecten te werken.” 

Het doel is om de opleiding de komende jaren verder te laten groeien. “Onze ambitie is dat Eindhoven als regio een rol gaat spelen in de luchtvaartontwikkeling.” 

Er zijn volgens Remmers genoeg vraagstukken om aan te werken: van het verduurzamen van de luchtvaart door brandstofverbruik te verminderen met lichtgewichtmaterialen of zuinigere motoren, tot de verdere ontwikkeling van autonoom vliegen en intelligente drones. “We hopen dat we daar met onze expertise aan kunnen bijdragen.”

Deel dit artikel