door

Gezocht: een kamer

25/09/2019

Er is een aantal standaard vragen die beginnende studenten kunnen verwachten als ze vertellen dat ze gaan studeren: “Oh tof, wat ga je doen? Waar ga je studeren?”. De vraag die daar meestal snel op volgt, is “Pfoeh, da’s ver weg, ga je op kamers?”. Kort gezegd zijn er vervolgens twee antwoorden: “Ja natuurlijk, ik ga echt niet anderhalf uur op en neer” of “Nee, da’s veel te duur”.

Ik heb de afgelopen maand met veel eerstejaars gepraat over ‘op kamers gaan’ en kreeg verrassend veel pessimistische antwoorden: “Nee, dan moet ik lenen” of “ik krijg geen aanvullende beurs”. Het deed me denken aan de eindeloos herhaalde gesprekken die ik vijf jaar geleden voerde met mijn ouders na het afschaffen van de basisbeurs. “Het is allemaal ook niet meer te betalen” of “studeren wordt weer voor de rijken.” Een eindeloze stroom aan pessimistische gedachtes over de financiële kant van studeren.

Als ik er nu op terugkijk, kan ik met overtuiging zeggen dat ik me heb laten meeslepen in dat pessimisme. Ik heb twee jaar anderhalf uur op en neer getreind onder het mom van “ik kan de reistijd hebben, ik bespaar zo bovendien geld”. Gelukkig kwam toen het moment dat ik het licht zag en tóch besloot om op kamers te gaan in Eindhoven. Ik was het zat om geen sociaal leven te hebben en om half zeven ’s avonds weg te moeten, zodat ik thuis m’n laatste bus kon halen.

Ik heb, kortgezegd, spijt van ‘later op kamers gaan’. Het is moeilijk om twee jaar aan gemiste sociale interactie in te halen: ik merk nu nog steeds dat ik bij sommige activiteiten simpelweg ‘te oud’ ben om er goed ‘bij te passen’ - wat natuurlijk te zot voor woorden is, we zijn allemaal jongvolwassenen, maar zo is het wel.

De boodschap van deze column is dan ook: ga op kamers! Doe het om alle stereotypische redenen, zoals dat het enorm bijdraagt aan je zelfstandigheid - er is niks beter voor je ontwikkeling dan constant geconfronteerd worden met het feit dat je het allemaal zelf moet regelen - maar ook omdat socialisatie een fundamenteel menselijke noodzaak is. ‘Op kamers gaan’ helpt daar enorm mee.

Exact dezelfde beredenering geldt voor waarom je bij een vereniging zou moeten gaan: een cultuurvereniging, een sportvereniging, een studentenvereniging (vo!), een studententeam, whatever. Het is rottig om je te realiseren dat je avonden eigenlijk alleen maar zijn gewijd aan huiswerk, en niet af en toe ook aan iets leuks.

Als jij zo’n persoon bent zoals ik, die zijn ogen rolt om argumenten als ‘het is goed voor je ontwikkeling’ (zie mijn tirades tegen USE en Studium Generale), doe ik je nog een argument cadeau: het is leuk om op kamers te gaan. Het is leuk om bij een vereniging te gaan en een groep gelijkgezinde mensen te hebben met wie je lol kunt hebben.

Een kamer garandeert bovenstaande (persoonlijke ontwikkeling, sociale interactie, lol) niet, maar maakt het bereiken ervan wel een stuk makkelijker. Dat is het geld waard. Laten we voor het gemak eventjes negeren hoe lang de wachttijden zijn voor een kamer.

Deel dit artikel via je socials