door

UR | Geld is slechts een middel

25/05/2018

Onze universiteit, in essentie een groot bedrijf, heeft een begroting die vijf boekjes beslaat, een voorjaarsnota gevuld met cijfertjes en vele financiële rapportages: een hoop geldzaken dus. De meeste studenten zullen het bestempelen als stoffige materie. Maar wat nu als er een discussie gevoerd wordt over ‘studievoorschotmiddelen’, ook wel de basisbeursgelden genoemd? De grote vraag hierbij: wat krijgt de student nu eigenlijk terug voor het inleveren van de basisbeurs?

Zelf ben ik nooit voorstander geweest van de afschaffing van de basisbeurs. Maar dat is verleden tijd, dus nu focus ik me op datgene waar wij als studenten wel invloed op kunnen uitoefenen: de besteding van de pot geld die door die afschaffing is vrijgekomen, de zogeheten studievoorschotmiddelen. Om de kaders vast te stellen waarbinnen die middelen mogen worden ingezet, hebben de landelijke organen ISO, LSVb, VH en VSNU een investeringsagenda opgesteld. De universiteit moet de middelen inzetten om de kwaliteit van onderwijs te verbeteren.

Nu is het begrip ‘kwaliteit van onderwijs verbeteren’ nogal rekbaar, daarom zijn er zes doelen gedefinieerd. Er wordt ingezet op intensiever en kleinschaliger onderwijs, op meer en betere begeleiding van studenten, op studiesucces, op onderwijsdifferentiatie, op passende en goede onderwijsfaciliteiten en op professionalisering van docenten. Het bestuur van de universiteit moet de besteding van de gelden samen met de medezeggenschap vaststellen.

Structurele verbeteringen

Wat betekent dit concreet voor de TU/e? Momenteel is er drie miljoen euro te besteden en dit bedrag groeit de komende jaren naar zeven miljoen. Een som geld met veel mogelijkheden. Wat mij betreft gaat het erom dat iedere student ervan kan profiteren, het is immers de studiebeurs van iedere student. Ook moet het een significant verschil maken voor studenten, anders had het geld ook op de grote hoop gekund. Kortom, voor mij draait het erom dat de middelen worden ingezet op vernieuwende en voor iedereen toegankelijke onderwerpen. Dus geen potje voor eenmalige initiatieven, maar voor structurele verbeteringen van het onderwijs.

Een goede besteding van de middelen vind ik het beter begeleiden van studenten door middel van extra coaching, meer studentpsychologen en een betere docent/student-ratio. De psychische klachten en prestatiedruk onder studenten zijn de afgelopen jaren flink toegenomen. Echter, ook onze studentpsychologen ondervinden een te hoge werkdruk, waardoor de wachttijden om en nabij een maand liggen. Goede begeleiding van studenten vormt de basis voor goed studeren, zo ook een goede begeleiding van docenten. Het beter begeleiden van onze docenten zorgt ervoor dat waar nodig ondersteuning wordt geboden en docenten comfortabel kunnen doceren in het Engels.

Het gaat er uiteindelijk om dat studenten de meerwaarde gaan zien van het inleveren van de basisbeurs. Natuurlijk zal er een aantal jaar overheen gaan voordat we grote doelen kunnen bereiken met de studievoorschotmiddelen, maar laten we ervoor zorgen dat het collectief inzetten van deze miljoenen écht iets oplevert voor onze studenten.


De Universiteitsraad praat mee over de concrete uitwerking van de te besteden middelen. De voorzitters van de twee onderwijscommissies van de universiteitsraad, Bachelor College (Erik van Heijst, Groep-één) en Graduate School (Eva Hanckmann, Eindhovense Studentenraad) en een lid van de personeelsfractie (Roel Bloo, PUR) zullen in deze gesprekken als vertegenwoordiger van student en personeel optreden.

Deel dit artikel via je socials