Sluitstuk | Wat licht doet met ons gevoel van veiligheid

Hoe meer straatverlichting, hoe veiliger je je voelt op straat. Toch? Maar zo simpel is het niet, laat psychologisch onderzoek naar het effect van licht zien. TU/e-promovendus Richard Jedon onderzocht hoe verlichting, waarneming en innerlijke spanning samen bepalen hoe veilig voetgangers zich voelen.

Het promotieonderzoek van Richard Jedon maakt deel uit van Lightcap, een internationaal onderzoeksproject waarin vijftien wetenschappers samenwerken. Binnen dit consortium staat één vraag centraal: hoe hangen licht, waarneming, aandacht en cognitie met elkaar samen?

In zijn eigen onderzoek richt Jedon zich op psychologische factoren zoals aandacht, alertheid en oplettendheid – nauw verwante fenomenen, elk met een eigen nuance. “Mijn onderzoek focust zich specifiek op voetgangers”, legt hij uit. “Ik kijk naar hoe zij hun omgeving waarnemen, hoe alert ze zijn en in hoeverre ze in staat zijn om te reageren op potentiële gevaren. Denk bijvoorbeeld aan het opmerken van een naderende auto.”

Stoeprand

Die manier van waarnemen is volgens Jedon direct gekoppeld aan veiligheid. In zijn proefschrift onderzoekt hij daarom de invloed van straatverlichting op de alertheid en veiligheid van voetgangers. Veiligheid bestaat daarbij uit twee componenten, benadrukt hij.

“Ten eerste is er de objectieve veiligheid: hoe groot is de kans dat mij daadwerkelijk iets overkomt, omdat ik een risico niet op tijd opmerk? Aandacht speelt daarin een cruciale rol”, zegt Jedon. 

Veel onderzoek richt zich traditioneel op de vraag of verlichting voldoende is om objecten goed te kunnen zien, zoals een stoeprand. “Maar onze studies laten zien dat het niet alleen gaat om kunnen zien. Het gaat er ook om of mensen dingen daadwerkelijk opmerken. Als ik niet goed oplet, zie ik die stoeprand alsnog niet – en kan ik net zo goed struikelen.”

Daarnaast is er de subjectieve veiligheidsbeleving, die opvallend genoeg niet altijd overeenkomt met de werkelijke risico’s. “Soms voelen mensen zich onveilig op plekken waar ze volgens politiecijfers nauwelijks risico lopen”, merkt Jedon op. “Dat maakt het spanningsveld tussen verlichting, aandacht en veiligheid des te interessanter.”

Een stap in het donker

Als psycholoog van oorsprong had Jedon nog weinig ervaring met licht; zijn promotieonderzoek voelde dan ook als een stap in het donker. Tijdens zijn studie raakte hij geïnteresseerd in omgevingspsychologie, die onderzoekt hoe onze omgeving ons gedrag en welzijn beïnvloedt. Een promotietraject aan een technische universiteit betekende echter een behoorlijke stap buiten zijn comfortzone. 

“Ik wist weinig over licht, maar uiteindelijk is het een onderdeel van de omgeving, dat invloed op ons heeft”, zegt hij. “Licht is een instrument dat we gebruiken. Maar waarom, hoe en of het effectief is, dat zijn vragen waarop we probeerden een antwoord te vinden.”

Paradoxaal genoeg kan het verhogen van het gevoel van veiligheid door fel licht, juist het daadwerkelijke veiligheidsniveau verlagen. “Een gevoel van veiligheid kan ertoe leiden dat we minder aandacht aan onze omgeving besteden”, legt Jedon uit. “In het donker zijn we juist extra alert: we zetten naast ons zicht ook andere zintuigen in en letten goed op alle prikkels om ons heen.”

Arousal

De eerste veldstudie vond plaats op de TU/e-campus zelf. Deze echte omgeving bracht echter ook veel oncontroleerbare factoren met zich mee, zoals onverwacht vuurwerk. Daarom verhuisde Jedon zijn experimenten naar het laboratorium, waar hij de invloed van licht en psychologische spanningsniveaus verder kon onderzoeken.

Daar maakte hij gebruik van audiostimulatie om de arousal (lichamelijke opwinding) te manipuleren en te onderzoeken hoe dit de waarneming van de omgeving beïnvloedt. De arousal werd gemeten met een schaal die subjectieve beoordelingen combineert met fysiologische metingen van huidgeleiding – het zweten van de huid.

Jedon onderscheidde twee typen arousal: energetic arousal, een positieve opwinding die het lichaam stimuleert en klaarmaakt voor actie, en tense arousal, die vooral samenhangt met stress en angstige gevoelens. 

“Wanneer we de energetic arousal stimuleerden, voelden de deelnemers zich veiliger. Bij tense arousal was dat juist andersom”, legt Jedon uit. “Hiermee lieten we zien dat onze innerlijke toestand ook invloed kan hebben op hoe we onze omgeving ervaren.”

Enge geluiden

In een vervolgstudie manipuleerde hij angstgevoelens door deelnemers naar enge geluiden te laten luisteren, zoals van verkeersongelukken of geweld. Het doel was te onderzoeken hoe angst de behoefte aan licht beïnvloedt.

“We lieten hen afbeeldingen van straten zien en vroegen of ze vonden dat er minder licht nodig was”, vertelt Jedon. Proefpersonen met verhoogde angst gaven aan een hoger niveau van verlichting nodig te hebben, bleek uit de studie. “Dit laat zien dat innerlijke psychologische mechanismen niet alleen onze waarneming van de omgeving beïnvloeden, maar ook onze verwachtingen ervan.”

Creatief ontwerp

In de laatste studie probeerde hij alles samen te brengen. Hij keerde terug naar de campus en creëerde, in samenwerking met lokale designer Philip Ross – TU/e-alumnus en directeur van het lichtfestival GLOW – een straatje met speciaal ontworpen, creatieve verlichting. Jedon en Ross onderzochten hoe verschillende soorten verlichting het veiligheidsgevoel beïnvloeden, waarbij zij speelden met patronen en lichteffecten.

Een van Jedons conclusies is dat elk type omgeving zijn eigen specifieke kenmerken heeft, en dat samenwerking met ontwerpers essentieel is om verlichting aan te passen aan de context. “Je kunt niet alles in tabellen of formules vatten, en er bestaan geen universele regels. Daarom geef ik in mijn onderzoek geen concrete aanbevelingen”, zegt hij. Zijn onderzoek laat wel zien dat niet alleen de intensiteit, maar ook het visuele effect van licht invloed heeft op hoe we onze omgeving ervaren.

Energiezuinig

Dit inzicht is extra relevant omdat de verlichting in openbare ruimtes steeds vaker wordt teruggeschroefd – om milieu­redenen, om lichtvervuiling te beperken en om kosten te besparen. Het doel is licht alleen te gebruiken waar en wanneer het nodig is, en slechts in de mate die echt noodzakelijk is.

“Een van onze doelen was om te bepalen wat dat noodzakelijke niveau precies is en hoe je het kunt bereiken”, zegt Jedon. Dat niveau verschilt per persoon en wordt beïnvloed door verschillende psychologische factoren. “Soms voelen we ons comfortabeler in een omgeving, ook als de verlichting precies hetzelfde is als op andere plekken. Omgekeerd kan creatief gebruik van licht mensen zich veiliger laten voelen, zelfs bij lagere lichtniveaus.”

In dat spanningsveld tussen mens, omgeving en ontwerp ligt volgens hem de sleutel tot veiliger en energiezuiniger lichtgebruik in openbare ruimtes.

PhD in the picture

Wat zien we op je proefschriftkaft?  

“Het is een abstract grafisch ontwerp met drie lichtlijnen, die de drie kernconcepten van mijn onderzoek representeren: alertness, arousal en anxiety.”

Je bent op een verjaardagsfeestje. Hoe leg je in één zin uit wat je onderzoekt?  

“Ik onderzoek wat mensen daadwerkelijk nodig hebben van openbare verlichting en hoe we die verlichting zo kunnen ontwerpen dat die aan deze behoeften voldoet.”

Hoe blaas je naast je onderzoek stoom af? 

“Ik ben geïnteresseerd in architectuur, ik zwem graag en ik ben Portugees aan het leren. Daarnaast vind ik het leuk om cocktails en mocktails te shaken. Ook ben ik een grote fan van elektronische muziek, waarin vaak veel met lichteffecten wordt gewerkt, en van horrorfilms – die inspelen op gevoelens van angst. In zekere zin sluiten veel van mijn hobby’s dus aan bij mijn onderzoek.”

Welke tip had je als beginnende PhD-kandidaat willen krijgen?  

“Aan het begin kun je je gemakkelijk overweldigd voelen door alle mogelijke richtingen die je op kunt. Het is belangrijk om keuzes te maken en daarachter te blijven staan – veel dingen vallen gaandeweg vanzelf op hun plek.”

Wat is je volgende hoofdstuk?

“Ik wil me graag richten op toegepast onderzoek. Het deel van mijn promotietraject dat ik het leukst vond, was de laatste studie, waarin we samen met een ontwerper de concrete mogelijkheden van een specifieke omgeving onderzochten. Ik werk graag aan maatschappelijke vragen en vertaal theoretisch onderzoek naar praktische toepassingen.”

Deel dit artikel